Wetenschap - 1 januari 1970

Rabbinge

Rabbinge

Rabbinge: Ondernemingsplan marginaliseert onderzoekscholen

In het ondernemingsplan van de Landbouwuniversiteit wordt de organisatie van inhoudelijke en professionele taken volledig ondergeschikt gemaakt aan de organisatiestructuur die nodig is voor een strak financieel beheer van de universiteit. Dat kan funest zijn voor een universiteit die gericht moet zijn op wetenschappelijke vernieuwing, creativiteit en hoogwaardig onderwijs en onderzoek. Dat schrijft prof. dr ir Rudy Rabbinge, als voorzitter van het overleg Wetenschappelijke directeuren Wageningse onderzoekscholen, in een brief aan de raad van bestuur

Volgens Rabbinge worden de onderzoekscholen gemarginaliseerd in de voorliggende voorstellen, met het gevaar dat de erkenning van de onderzoekscholen door de Koninklijke Akademie voor Wetenschappen stopt

De onderzoekscholen willen expliciet in het ondernemingsplan vermeldt zien dat zij het onderzoek op de LUW aansturen en ze willen daarvoor ook de benodigde bevoegdheden krijgen. Zo moeten de middelen voor promoties in hun ogen niet rechtstreeks naar departementen worden gestuurd, zoals gebeurt in het nieuwe financieringsmodel uit het ondernemingsplan. Want dan is het voor onderzoekscholen moeilijk om hun taken op het gebied van selectie en kwaliteitsbewaking uit te voeren. Zij willen middelen tot hun beschikking hebben om de lacunes in hun onderzoeksprogramma in te kunnen vullen als departementen in hun ogen verstek laten gaan

De onderzoekschool Experimental Plant Sciences (EPS) is ook verontrust omdat de door haar verworven landelijke centrale positie op het gebied van plantkundig onderzoek verloren dreigt te gaan als het ondernemingsplan niet expliciet vermeldt dat de aansturing van het onderzoek van de LUW door de onderzoekscholen wordt verricht. Aansturing op een andere wijze, bijvoorbeeld via de kenniseenheden, zou leiden tot een situatie waarin niet-LUW-partners van EPS geen invloed meer hebben op de richting van het onderzoeksbeleid van EPS, hetgeen de samenwerking met andere universiteiten binnen de onderzoekschool aanzienlijk bemoeilijkt.

Verder zijn de onderzoekscholen bang voor het ontstaan van een soort subfaculteiten waarin onderzoekscholen en departementen samenvallen. De samenhang van de totale faculteit wordt juist bevorderd door onderzoekscholen die zich niet tot een departement beperken maar op grond van inhoudelijk consistentie zijn georganiseerd.

Behalve op hun rol in de aansturing van het onderzoek hebben de onderzoekscholen ook kritiek op het feit dat kwaliteitscriteria geen rol hebben gespeeld bij het opstellen van het leerstoelenplan. M.S

Re:ageer