Wetenschap - 10 januari 2002

Rabbinge wil onderzoekers en studenten afrekenen op de missie

Rabbinge wil onderzoekers en studenten afrekenen op de missie

'Wetenschappelijke vrijheid is geen vrijblijvendheid'

Wageningen UR is geen gewone onderzoeksinstelling, maar een missiegedreven instituut, vindt een denktank onder leiding van de kersverse universiteitshoogleraar Rabbinge. In Wageningen zouden wetenschappers geen onderzoek moeten doen met nieuwsgierigheid als enige drijfveer. De Wageningse wetenschap moet een bijdrage leveren aan de missie: gezond voedsel in een leefbare wereld.

Een jaar geleden kreeg de raad van bestuur van Wageningen UR het idee dat de missie van de instelling wel door beleidsmakers met de mond beleden werd, maar niet erg gevoeld werd door medewerkers en studenten, vertelt prof. Rudy Rabbinge. Rabbinge werd daarom gevraagd een nieuwe werkgroep Duurzame Ontwikkeling en Systeeminnovatie (DOS) voor te zitten. Opdracht van de denktank, waarin directeuren van instituten en vooraanstaande hoogleraren zitten, was het operationeel maken voor Wageningen UR van het begrip duurzame ontwikkeling.

Ook in de rede die Rabbinge als universiteitshoogleraar onlangs uitsprak staat duurzame ontwikkeling centraal. Inmiddels schreef de werkgroep een boekje dat de titel 'een proloog' meekreeg, waarin de groep haar uitgangspunten uiteenzet. Dat leest als een wetenschapsfilosofisch beginselprogramma.

Kern van het gedachtegoed van de denktank is het systeemdenken. De aard van problemen rondom duurzame ontwikkeling ? of het nu om landbouw, armoede, milieu of technologieontwikkeling gaat ? vraagt volgens de denktank om een aanpak waarin de samenhang van factoren en langetermijnoplossingen meer aandacht krijgen dan kortetermijnoplossingen.

Uitgangspunt van de systeembenadering is het gezamenlijk ervaren van een gemeenschappelijke context, waarin technische, ecologische, sociale en morele aspecten samenhangen. Vanuit een gezamenlijk beeld van het te beschouwen systeem ontwikkelen onderzoekers van verschillende signatuur een gemeenschappelijke taal om het probleem aan te pakken. Dr Jan Klijn van Alterra en secretaris van de werkgroep, zegt dat het de bedoeling is dat onderzoekers zich altijd afvragen hoe hun onderzoek past in het grotere geheel. "Een technisch hoogstandje als een mestinjectiemachine kan mooi onderzoek zijn. Maar je moet je wel verantwoorden: in welke context doe ik dit. Ben ik puur bezig met een technologische oplossing om een scheef gelopen landbouw uit de brand te helpen of niet. Maak voor jezelf duidelijk waar je staat ten opzichte van een ecologisch, sociaal of moreel perspectief. Weet hoe de hele problematiek in elkaar zit en weet dat je met een deeloplossing bezig bent en dat het grote geheel wellicht iets anders vraagt. Onderzoekers moeten zich bewust zijn van die context van normen en waarden en dat moet ook in het rapport staan."

Missie

Wageningen UR is een missiegedreven instelling, zegt Rabbinge. Daarom is er binnen Wageningen UR, anders dan aan een algemene universiteit, maar beperkte plaats voor wetenschap om de wetenschap. Toch blijft er ook wetenschappelijke vrijheid bestaan, zegt Rabbinge. En het is ook niet de bedoeling dat de raad van bestuur gaat bepalen wat onderzoekers moeten doen. "De raad van bestuur moet faciliterend zijn en niet de pretentie hebben dat ze de baas zijn of het beter weten." Maar vrijheid leidt wel tot verantwoordelijkheid en verplichtingen, zegt Rabbinge met nadruk. "Vrijheid is dus geen vrijblijvendheid. De wetenschap die wij hier bedrijven moet aan alle basisvoorwaarden van de wetenschap voldoen. De tucht van de wetenschap telt en wetenschappelijke integriteit moet niet in de waagschaal gelegd worden. Maar we hebben ook met de tucht van de samenleving en soms van de markt te maken. En die vragen iets van ons en daar moeten we op antwoorden."

De maatschappelijke taak van wetenschappers zit volgens Rabbinge vooral in het zichtbaar maken van politieke keuzes en de consequenties daarvan. "Wetenschap moet tegenstellingen en mogelijkheden bloot leggen. Onderzoekers moeten als onderzoeker zelf geen politiek bedrijven, maar wel politiseren." Als voorbeeld noemt Rabbinge het toepassen van biotechnologie in de landbouw. Dat afwijzen omdat nog niet alle gevolgen duidelijk zijn is een keuze die verdere ontwikkeling, en dus meer mogelijkheden, uitsluit. Klijn licht toe dat veel mensen het gevoel hebben dat milieu, economische winst en sociale vooruitgang altijd te combineren zijn in een driedubbele win-winsituatie. "Dat noem ik win-winderigheid. Maar het blijft vaak toch een kwestie van kiezen of delen. Het concept duurzame ontwikkeling is lekker politiek correct en elke politicus zal het in elke zin gebruiken. Het is dan de taak van de wetenschapper te vragen of dat wel mogelijk is. Het doorprikken van verkooptrucs. Maar wel blijven meedenken."

Rabbinge vindt dat onderzoekers best afgerekend mogen worden op hun bijdrage aan de missie. "Ze worden beoordeeld op hun wetenschappelijke kwaliteit, productiviteit en maatschappelijke relevantie. Ze hebben een goed salaris en mogen daar ook wat voor doen."

Ook van de raad van bestuur mag verwacht worden dat ze zich inzetten voor duurzame ontwikkeling, zegt Rabbinge. De waarden waar het in duurzame ontwikkeling om gaat ? bijvoorbeeld dierenwelzijn, milieu of armoede ? vragen wellicht om meer inzet, ook financieel. Rabbinge: "Dat gebeurt bijvoorbeeld al in het Noord-Zuid programma. Maar daar moeten we de raad van bestuur op blijven aanspreken. Ze hebben deze werkgroep ingesteld, en moeten nu ook meewerken." Ook in het onderwijs wil Rabbinge meer aandacht voor duurzame ontwikkeling. Studenten moeten, net als onderzoekers, zich het gedachtegoed van duurzame ontwikkeling en systeemdenken eigen maken. Als universiteitshoogleraar ? niet meer gebonden aan een specifiek vakgebied ? wil hij in de toekomst colleges gaan geven over de systeembenadering rondom specifieke voorbeelden.

Joris Tielens

Foto Guy Ackermans

De werkgroep Duurzame Ontwikkeling en Systeeminnovatie (DOS) bestaat uit:

Prof. Rudy Rabbinge, universiteitshoogleraar, voorzitter DOS

Dr Jan Klijn, Alterra, secretaris DOS, senior medewerker Alterra

Prof. Johan Bouma, hoogleraar bodemkunde, wetenschappelijk directeur kenniseenheid Groene Ruimte

Dr Tiny Colijn, directeur management kenniseenheid Plant

Dr Thea van Kemenade, directeur management kenniseenheid Agrotechnologie en Voeding

Prof. Niels R?ling, hoogleraar communicatie- en innovatiewetenschap

Dr Dick van Zaane, directeur concernontwikkeling Wageningen UR

Prof. Vinus Zachariasse, algemeen directeur kenniseenheid Maatschappijwetenschappen

Dr Andr? van der Zande, algemeen directeur kenniseenheid Groene Ruimte

Prof. Akke van der Zijpp, hoogleraar dierlijke productiesystemen

'Ze hebben een goed salaris en mogen daar ook wat voor doen'

Re:ageer