Wetenschap - 1 januari 1970

Rabbinge vindt biologische landbouw voor Afrika immoreel

Rabbinge vindt biologische landbouw voor Afrika immoreel

Rabbinge vindt biologische landbouw voor Afrika immoreel


‘Kunstmest en technologie kunnen Afrika uit slop helpen’

Bijna een jaar geleden kreeg prof. Rudy Rabbinge de opdracht van Kofi Annan
om een plan op te stellen om de beste wetenschap en technologie aan te
wenden kan worden voor een substantiële toename van de landbouwproductie in
Afrika. Nu ligt het plan er, en dat niet alleen. Een uitgebreide lobby bij
Afrikaanse politici en donoren zorgde ervoor dat er honderden miljoenen
dollars klaar liggen, en belangrijker nog, er bij Afrikaanse politici de
bereidheid is het plan uit te voeren.

Rabbinge gaf een lezing over zijn plan ter afsluiting van een serie van
Studium Generale over Afrika. Drs. Roel van der Veen, van het ministerie
van buitenlandse zaken, had daarin eerder een donker beeld geschetst van de
deplorabele toestand van Afrika. Hij weet het verval van staten vooral aan
patronage, waardoor de elite van regeringsleiders hun steun van de
bevolking niet democratisch verkrijgen, maar door het verlenen van
vriendendiensten aan etnische verwanten, wat vaak tot onderling conflict
leidt. Rabbinge gaf toe dat zaken als patronage of onzekere
eigendomsrechten op land een belemmering kunnen zijn voor ontwikkeling in
Afrika. Maar de oorzaak van de armoede in Afrika moet er niet in gezocht
worden, stelt Rabbinge. Het probleem zit volgens hem in de geringe steun
die regeringen in Afrika geven aan de landbouw. In Azië kozen
regeringsleiders wel voor investeringen in de landbouw, vooral in China.
Daardoor kon de groene revolutie in Azië in de jaren tachtig daar slagen,
stelt Rabbinge, en dat is de motor van de economische ontwikkeling
geworden. ,,Er bestaat geen ontwikkeling zonder groei van de
landbouwproductie.’’
Het plan van Rabbinge behelst ook een groene revolutie, maar dan één die is
aangepast aan de situatie in Afrika. In Azië ging het om een pakket van
nieuwe rijstvariëteiten, kunstmest en pesticiden die van boven af aan
boeren opgelegd werd. Die technology push werkte, de nadelen daargelaten,
‘elke revolutie heeft slachtoffers, ook de groene’, zegt Rabbinge, omdat
regeringen meewerkten en de maatregel paste in het betrekkelijk eenvormige
landbouwsysteem in Azië. In Afrika is de situatie anders. Er zijn
bijvoorbeeld niet één of twee landbouwsystemen, maar veertig verschillende.
Regeringen zijn in Afrika minder sterk dan toentertijd in Azië, en markten
zijn vaak imperfect. Daarom moet een groene revolutie in Afrika voortkomen
uit een technology pull: vanuit de behoefte van boeren zelf. Dat vraagt
bijvoorbeeld om onderzoek naar verschillende wortelgewassen. En naar
manieren om de uitputting van de oeroude bodems van Afrika tegen te gaan
door boeren meer toegang tot goedkopere kunstmest te geven. Zaken die
Afrikaanse landbouwonderzoekers volgens Rabbinge al langer willen. Maar de
nationale onderzoeksinstellingen in Afrika hebben hun agenda in het
verleden te veel laten bepalen door internationale instellingen zoals de
wereldvoedselorganisatie FAO en internationale onderzoeksinstellingen van
de CGIAR, stelt Rabbinge.
De kritiek op deze organisaties is mogelijk omdat de studie niet door deze
giganten in het ontwikkelingswerk geleid wordt. Kofi Annan gaf de opdracht
voor de studie aan de Inter Academy Council (IAC), een wereldwijde koepel
van ruim tachtig nationale wetenschappelijke academies. Daarmee koos Annan
niet voor zijn ‘eigen’ organisaties FAO en UNDP, maar voor een meer
onafhankelijke partij. De IAC koos een kerngroep die het project trekt,
waarvan Rabbinge een van de leden is. Andere trekkers zijn prof.
Swaminathan, leider van de groene revolutie in Azië, en de vice president
van Oeganda dr. Specioza Wandira Kazibwe. Daarnaast is een panel
samengesteld dat vooral uit Afrikaanse wetenschappers bestaat. Rabbinge
betrok het afgelopen jaar niet alleen wetenschappers – van de Afrikaanse
nationale onderzoeksinstellingen, maar ook van internationale
onderzoeksinstellingen – maar is inmiddels ook een goede bekende van veel
Afrikaanse leiders. Het plan is bijvoorbeeld ook afgestemd met Nepad (New
African Partnership for Development), een initiatief van de Zuid Afrikaanse
president Mbeki dat Afrikaanse regeringen wil aansporen tot goed bestuur.
Westerse donoren en bewindslieden hebben financiële steun geloofd. ,,De
Nederlandse minister informeert eens in de twee weken naar de stand van
zaken. Ook de EU en de Duitse regering willen investeren in dit plan.’’
Maar behoren de mensen waar Rabbinge mee sprak – ministers en presidenten
van landen, wetenschappers – niet juist tot de elite van Afrika waar Roel
van der Veen zo sceptisch over was? Rabbinge: ,,Het is onmogelijk om met
alle boeren van Afrika een discussie te hebben. Maar we konden wel in
gesprek met vertegenwoordigers van organisaties.’’ Het afgelopen jaar
organiseerde Rabbinge vier regionale workshops in noord, oost, zuid en west
Afrika, waar het plan mede op is gebaseerd. Daar werden meer lokale
problemen besproken en hadden vertegenwoordigers van boerenorganisaties en
vrouwenorganisaties inspraak in het plan. Daarnaast benadrukt Rabbinge dat
het belangrijk is dat de steun van regeringsleiders gewonnen is. ,,Ik kan
niet garanderen dat de elite niet geld in hun zak zullen steken. Dat moeten
regeringsleiders zelf garanderen. Zij moeten uiteindelijk zorgen voor de
enabling environment: beleid dat gunstig is voor de ontwikkeling van
boeren.’’ Het is vervolgens zaak, zegt Rabbinge, later bij de uitvoering
van het plan nog meer deelname van boeren mogelijk te maken.
Rabbinge maakt duidelijk dat het plan andere keuzes maakt dan westerse
onderzoeksagenda’s, en dat het panel zich die westerse keuzes niet wil
laten opdringen. ,,Geen van de Afrikaanse leden van het panel is
voorstander van biologische landbouw in Afrika. Zij zeggen: ‘we hebben een
eeuwigheid biologische landbouw gehad en we hebben eronder geleden’.’’
Rabbinge: ,,ik vind het promoten van biologische landbouw immoreel. Het is
prima voor een niche markt in het westen, een luxe product voor rijke
mensen. Maar niet voor Afrika. Uitgeputte bodems kunnen niet herstellen
zonder een uitgebalanceerde mix van kunstmest.’’ Ook over ‘voortbouwen op
inheemse kennis’, vanuit het westen vaak gezien als ontwikkelingsstrategie,
bleek scepsis. ‘Er is niet alleen inheemse kennis, maar ook inheemse
onwetendheid’, stelden Afrikaanse panelleden volgens Rabbinge. Ook is het
panel voorstander van gentech in Afrika als dat toepasselijk is. Rabbinge
voegde er aan toe dat het niet moeilijk was in het panel consensus te
vinden over deze zaken.
Bij de discussie bij Studium Generale na afloop van Rabbinge’s presentatie
riep dat vragen op. Zo vroeg ir. Wim Andriesse van het Noord Zuid Centrum
zich af of het panel dan wel een goede vertegenwoordiging van alle
Afrikaanse visies geeft, en of er niet ook ruimte voor alternatieven moet
zijn. Dat zei ook ir. Julia Wright van de leerstoelgroep communicatie en
innovatiestudies. ,,Afrikaanse wetenschappers behoren ook tot de elite en
het is maar de vraag of je langs die weg daadwerkelijk de stem van de
bevolking hoort. Uit mijn onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat biologische
pesticiden in Cuba wel degelijk een alternatief zijn, en die weg zou niet
uitgesloten moeten worden.’’
Rabbinge reageerde hierop met te zeggen dat hij en het panel wel degelijk
willen luisteren naar andere geluiden. ,,Kritiek hoort bij een academische
instelling. Maar vrijheid mag geen vrijblijvendheid worden. Wageningen UR
heeft een bevoorrechte positie om een bijdrage te leveren. Door onderzoek,
maar ook door onderwijs te geven aan een nieuwe generatie Afrikaanse
agronomen. We hebben veel te bieden en moeten ook dat engagement tonen.’’ |
Joris Tielens

[kader]

Ellis: olie in Afrika wordt belangrijker

Een heel andere visie op Afrika dan de technocratische benadering van
Rabbinge kwam vorige week, in dezelfde serie van Studium Generale, van dr.
Stephen Ellis van het Afrika studie centrum in Leiden. Hij begon met een
theoretische verhandeling over een aantal concepten in de
ontwikkelingssamenwerking. ,,Vooruitgang staat centraal in alle westerse
ideologieën en is in essentie een christelijk idee. Inmiddels is dat
overal, behalve in het Witte Huis, geseculariseerd, maar blijft het idee
van modernisering over. Toch trekken sommigen die modernisering nu in
twijfel. De twintigste eeuw is de bloedigste ooit, en het milieu raakt
vervuild.’’ Ook in veel sociale wetenschappen heeft modernisering afgedaan,
plaatsmakend voor postmodernisme. Maar beleidsmakers steunen meer en meer
op de enige sociale wetenschap die wel nog gelooft in een enkele algemene
theorie, namelijk de economie, betoogde Ellis.
Ellis haalde ook een heel recente deuk in het vooruitgangsidee aan: ,,In de
jaren na de tweede wereldoorlog kregen de meeste Afrikaanse landen hun
onafhankelijkheid. Toen ontstond ook de VN, de NATO en instellingen als de
Wereldbank. De huidige oorlog in Irak ontwricht die internationale orde.
Dat betekent ook een belangrijke verandering voor Afrika. De Verenigde
staten zullen in de toekomst meer waarde gaan hechten aan olievoorraden in
Afrika. Nu al haalt de VS veertien procent van haar olie uit sub-sahara
Afrika. Veel daarvan is offshore. Dat is ideaal voor de Amerikanen, ze
kunnen een overeenkomst met een land sluiten en de olie in tankers afvoeren
zonder ook maar een Afrikaan te zien. Ook Europa heeft meer eigenbelang in
Afrika dan het zich totnogtoe realiseert. Alles mag vrijelijk verhandeld
worden, behalve arbeid. Het migratiebeleid van Europese landen zal vroeg of
laat soepeler moeten worden.’’ Maar misschien valt de schade aan de VN door
de oorlog in Irak ook mee, haastte Ellis zich te zeggen. ,,Misschien leidt
dit tot een hervorming van de VN ten positieve.’’
Ellis riep meer vragen op dan hij kon beantwoorden. Maar misschien was dat
ook zijn belangrijkste boodschap: dat ontwikkeling niet uitgedokterd kan
worden. ,,Als ik wist hoe ik ontwikkeling tot stand moest brengen, dan zou
ik met Kofi Annan praten, niet hier’’, zei Ellis, niet wetend dat Rabbinge
wel tot de VN-baas is doorgedrongen. |
J.T.

Re:ageer