Organisatie - 26 april 2012

Rabbinge I bereikt wel akkoord

tekst:
Redactie

In november presenteerde Resource het Wageningse zakenkabinet. Deze ‘kabinetsleden’ hebben inmiddels een beginselverklaring opgesteld. Diederik en Mark: citeren mag.

1-collage.jpg
En ineens viel het kabinet Rutte I. Voor de vijfde keer in zo'n tien jaar krijgen we verkiezingen. Bepaald geen basis voor ambitieus en vooruitziend beleid. Na jarenlange politieke stagnatie in Italië presenteerde Mario Monti afgelopen november een zakenkabinet vol professoren en juristen, maar zonder politici. Resource bekeek toen wat een Wagenings zakenkabinet, Rabbinge I, voor Nederland zou betekenen.
Na het verschijnen van dit verhaal stopten de ‘kabinetsleden' niet met nadenken. Zij wisten over hun eigen schaduw te springen, maakten zich ondergeschikt aan het landsbelang en komen vandaag met de beginselverklaring die Nederland sterker moet maken. Rabbinge I schrikt niet terug voor het grote verhaal.
Het Wageningse zakenkabinet kiest voor de lange termijn, het intomen van de financiële sector en een sterke internationale blik. Hieronder kun je meelezen hoe de toekomst eruit ziet, als het aan Wageningen UR ligt.
1. Uitgangspunt van dit zakenkabinet is duurzame ontwikkeling, ook -of misschien wel juist- in tijden van bezuiniging. Duurzame ontwikkeling is de primaire doelstelling van het beleid en wordt vormgegeven door:
- een op "best ecological means" gebaseerde voedselvoorziening, met de voor de lokale omstandigheden meest geschikte geavanceerde landbouw op de juiste plaats;
- een op energiebesparing en transitie naar samenleving gebaseerd op stroomenergie (d.w.z. zonne-energie direct) en niet op fondsenergie; .
- een op maximale recycling en substitutie gebaseerd beleid voor natuurlijke hulpbronnen;
- een op maximaal behoud en bevordering van biodiversiteit gericht beleid inclusief een E.H.S.;
- een op zuinig gebruik van water en bodem gericht beleid, inclusief een verdere vernieuwing van aqua-ecosystemen.
Uitgangspunt bij dit beleid is een stelsel van normen en waarden dat gericht is op duurzame ontwikkeling, dat verder reikt dan de eigen, nationale horizon. Dat betreft niet alleen de wijze waarop wij omgaan met natuur en natuurlijke hulpbronnen, maar ook de wijze waarop wij deze breder dan uitsluitend op economische gronden exploiteren.
2. Een op internationale samenhang gebaseerd beleid, inclusief de revitalisering van de multilaterale en multiculturele organisaties zoals VN, FAO en Wereldbank. De "Bretton Woods arrangements", stabilisering monetair beleid via IMF, ontwikkelingsbeleid via Wereldbank en eerlijke handel via WTO en UNCTAD, worden herijkt en aangevuld met een globaal beleid voor natuurlijke hulpbronnen, dus b.v. gebaseerd op C-balans of P-balans. De bestaande VN-organisaties worden daartoe omgevormd of volledig vernieuwd. Vanzelfsprekend kan Nederland dit niet zelf organiseren of regelen, maar mondiaal zijn er vele landen en bewegingen die in dezelfde richting werken. Dat kan worden benut.
 
3. Het binnenlandse financiële beleid wordt, binnen de grenzen die door EU en monetaire autoriteiten worden omschreven, drastisch vernieuwd. Hypotheekrente aftrek, pensioenleeftijd, grond- en grondstoffenbeleid kunnen in samenhang worden aangepakt tot een verbeterde positie t.a.v. de Europees vastgestelde grenzen voor staatsschuld, financieringstekort en betalings- en handelsbalans. Tegelijkertijd wordt de eenzijdige monetaire benadering uitgebreid met een systeem van socio- en eco-balansen zoals indertijd uitgewerkt en voorgesteld door de Wereldbank in 1996.
 
4. Het kennis- en innovatiebeleid wordt gestimuleerd en versterkt. Succesvolle publiek-private instituties worden versterkt, en fiscaal en subsidiebeleid worden daarop afgestemd. Het mechanisme van de FES en ICES/KIS wordt als financieringsbron voor harde en zachte infrastructuur hersteld. De mechanismen voor toewijzing van middelen worden herzien en een structurele uitbreiding van middelen voor NWO, KNAW en kennisinstellingen wordt gerealiseerd. Sectorraden voor topsectoren (en ook andere sectoren) spelen een grote rol bij de programmering en de toedeling middelen. Samenwerking tussen de sectoren en disciplines wordt bevorderd.
5. Het internationale beleid wordt de hoeksteen van ons streven om te komen tot een klein, doch binnen de kleine landen vooraanstaande, speler; een land met een grote internationale positie, uitstraling en autoriteit. Daartoe wordt met name in die domeinen, d.w.z. gebieden waar Nederland internationaal een sterke kennis en private sector positie bezit en daardoor bijdrages ertoe kunnen doen, meer ingezet op intensivering van beleid, b.v. voedselzekerheid en water. Een nieuw paradigma voor ontwikkelingssamenwerking als belangrijke component van het internationale beleid wordt geïntroduceerd. Nederland is steeds meer afhankelijk van zijn internationale positionering als exportland en als katalysator voor interventies op verschillende speerpunten zoals voedselzekerheid, water en infectieziekten.
6. Het onderwijsbeleid wordt veel meer gebaseerd op een goede honorering van de professionals, meer aandacht voor de primaire taken, minder moralistische praat door politici en veel meer vertrouwen in de leerkrachten en docenten. Er wordt een betere koppeling van MBO en HBO aan de beroepspraktijk bevorderd met inzet van PPS-constructies.
Het hoger onderwijs wordt versterkt door de internationale oriëntatie uit te bouwen, HBO en WO beter te zwaluwstaarten en de bestuurlijke last te verminderen. Verdergaande integratie van HBO met WO, met behoud van het binaire stelsel, wordt bevorderd waardoor het over en weer gaan van studenten wordt mogelijk gemaakt en onderzoek ook bij HBO wordt versterkt.
7. Het volksgezondheidsbeleid wordt versterkt ingezet op preventie en het voorkomen van ziekten. Gezond ouder worden kan bevorderd worden door de samenwerking tussen de curatieve en preventieve gezondheidszorg te versterken. Overbodige, ingewikkelde structuren, zoals Diagnose Behandel Combinaties, kunnen verdwijnen.
De coöperatieve bestuursvorm wordt bevorderd en hindernissen daarvoor door rigide marktoriëntatie worden verwijderd. Gezondheidszorg wordt door het versterken van doel-coöperaties weer een publieke en "not for profit" zaak. Vreemd kapitaal wordt dan overbodig omdat stakeholders investeren.
8. Het financiële beleid van dit zakenkabinet wordt ontdaan van rigide boekhoudermentaliteit en meer gebaseerd op een ondernemende geest. Dat impliceert geen taboes zoals hypotheekrente aftrek, maar er wordt uitgegaan van ouderen voor ouderen bij financiering van de zorg. Er komt veel meer aandacht voor belastinginkomsten uit vermogen en grote bedrijven, en verhoging van de inkomsten uit bankresultaten.
9. Het veiligheidsbeleid en het binnenlandse beleid is gebaseerd op de notie dat de bevolking een helderder beeld moet krijgen wat nu de echte veiligheids-issues zijn (dus niet overlast Polen, maar ongeremd dataverkeer). Binnenlands beleid moet functioneler werkverdeling realiseren tussen bestuurslagen en óók aangeven wat de andere lagen dus niet doen.
10. Het ruimtelijk en infrastructuurbeleid richt zich op een ruimtelijke indeling van ons land die gebaseerd is op functionele hoofdstructuren, waarbij bepaalde functies prioriteit of het primaat hebben. Daarop zijn inhoudelijke invulling en bestuurlijk beheer afgestemd. Alleen zo kan de grote bevolkings- en mobiliteitsdichtheid in ons land op adequate wijze een plek krijgen. Er moet recht gedaan worden aan het ruimtebeslag dat wij buiten de eigen grenzen leggen op bodem, water en andere natuurlijke hulpbronnen.De EHS moet behouden blijven.

11. Het arbeidsmarktbeleid wordt niet gefundeerd op gevestigde belangen doch op dynamiek en versterking van de benutting van mogelijkheden en capaciteiten. Levenslang leren, vergroting van de mogelijkheden om van baan te veranderen met behoud van een aantal rechten wordt gerealiseerd.
 

Re:ageer