Wetenschap - 11 juni 2009

RIOOLWORMEN WORDEN VISVOER

Nederlandse zoetwaterwormen lusten wel een hapje slibberig rioolwater en kunnen daarom de berg afvalslib helpen verminderen, zo ontdekte Tim Hendrickx van de Sectie Milieutechnologie tijdens zijn promotieonderzoek. ‘Als we de wormen ook nog kunnen gebruiken als visvoer of meststof is de investering in een wormenzuiveringssysteem snel terugverdiend.’

Waterzuiveringsinstallatie in bedrijf.
Waterzuiveringsinstallatie in bedrijf.

Foto: Tim Hendrickx

Nederland produceert heel wat rioolwater, dat grotendeels in waterzuiveringsinstallaties wordt verwerkt. ‘De afvalwaterzuivering in Nederland is vrij efficiënt, maar heeft als nadeel dat er veel afvalslib ontstaat’, zegt Tim Hendrickx. ‘Omdat er veel verontreinigingen in zitten moet je het eerst behandelen voordat je het bijvoorbeeld als meststof kunt gebruiken.’ Omdat dit duur is, geven Nederlandse zuiveraars veelal de voorkeur aan het indikken, drogen en verbranden van het slib. Ook dit is nog vrij duur.
Nu zou een wormensoort, Lumbriculus variegatus, die overal in Nederlandse slootjes voorkomt, de kosten van slibverwerking wel eens kunnen verminderen. Het diertje stelt weinig eisen aan zijn omgeving: een plastic gaasje om zichzelf in vast te zetten, wat afvalslib om te eten en zuurstofrijk water van een graad of vijftien Celsius. Dit zet het wormpje aan tot het nuttigen van aanzienlijke hoeveelheden van het bruinige goedje. ‘De worm zit vast in een gaasje dat slib en schoon water gescheiden houdt. Hij steekt met zijn kop in het slib en de staart, waarmee hij ademt, zit in zuurstofrijk water’, legt Hendrickx uit. ‘Je kunt zo de wormenkeutels ook makkelijk scheiden van het onverwerkte slib.’ Uiteindelijk breken de wormen 15 tot 75 procent van de droge stof van het slib af en zetten het resterende gedeelte om in compacte wormenkeutels. Daardoor neemt het volume aanzienlijk af. Omdat de dieren het slib deels verbranden en deels omzetten in groei, neemt het slibvolume nog eens extra af. Hendrickx rekent voor: ‘Als je uitgaat van 20 procent afbraak kun je uiteindelijke het slibvolume met zo’n 70 procent reduceren. Je kunt zo veel besparen op zowel de verbrandings- als transportkosten van slib.’
Een prettig bijeffect van deze zuiveringsmethode is dat je een aanzienlijke wormenbiomassa kunt opbouwen, die weer talloze toepassingen kent, bijvoorbeeld als visvoer. ‘De voedingswaarde van de wormen is hoog en ze zouden heel goed als levend visvoer in kwekerijen gebruikt kunnen worden’, meent Hendrickx. ‘Jammer genoeg stuit het op nogal wat bezwaren, omdat het toch een taboe is om afval in de menselijke voedselketen te brengen.’ In samenwerking met de Leerstoel Aquacultuur en visserij onderzoekt men de mogelijke toepassingen van de wormen, gekweekt in zowel rioolslib als in schoner slib dat de voedingsmiddelenindustrie produceert. ‘Als het lukt een goede toepassing voor de wormen te vinden zijn de investeringskosten van de wormenzuivering, zo’n 400 duizend euro, veel sneller terugverdiend’, besluit de doctor in spé. / Hans Wolkers

Tim Hendrickx promoveert op 16 juni bij prof. Cees Buisman, Agrotechnologie en voedingswetenschappen, sectie Milieutechnologie.

Re:ageer