Organisatie - 5 maart 2009

RIJKE OOGST AAN EUROPESE PROJECTEN

Wageningen UR is het dominante onderzoeksinstituut in Europa op het gebied van voeding, landbouw en biotechnologie. Dat stelt Willem Wolters van de Wageningen International Helpdesk, op basis van de toekenning van 141 onderzoeksprojecten uit het Zevende Kaderprogramma (KP7) van de Europese Unie.

Wageningen UR diende in 2007 en 2008 522 projecten bij de EU in, waarvan er 141 positief zijn beoordeeld. In 24 gevallen is Wageningen trekker van het project. ‘We scoren vooral goed in onderzoeksthema 2, Knowledge-based bio-economy. Daar zijn we verreweg de grootste deelnemer, 33 procent van onze voorstellen is goedgekeurd’, zegt Wolters. ‘Bij het onderzoeksthema Environmentzijn we een van de grotere spelers.’
Verheugend is dat Wageningen UR trekker is van twee medische projecten, vindt Wolters. ‘Het is fantastisch dat we een brug hebben kunnen staan naar de medische wetenschap.’ Het gaat om onderzoek naar tuberculose door dr. Jelle Thole van de Animal Sciences Group, en een project van dr. Jan Kammenga waarin de genetische variatie van kankercellen in nematoden als model dient voor de humane gezondheid.
Op het gebied van bio-energie trekt Wageningen drie projecten. Een daarvan is het project van dr. Hans Mooibroek van AFSG, voor het ontwikkelen van een integrale keten voor de productie en toepassing van natuurlijk rubber uit planten, ter vervanging van rubber van de rubberboom en synthetisch rubber. Mooibroek kreeg voor zijn projectvoorstel de maximale score – vijftien punten - en incasseert met twaalf partners de komende jaren zes miljoen euro.
Ten opzichte van het vorige kaderprogramma zijn de onderzoeksprojecten in KP7 kleiner van omvang. In de vorige ronde ging het om projecten van tien tot twintig miljoen euro, nu om projecten van maximaal drie of zes miljoen euro. Toch ontvangen de deelnemers vaak evenveel financiering, omdat er veel minder partners bij betrokken zijn. Een pluspunt is dat de EU de bijdrage aan de projectkosten heeft verhoogd van 50 naar 75 procent. Deelnemers hoeven er dus minder eigen geld in te steken. Nieuw is ook dat de projectpartners tijdens het project mogen schuiven met budget. Om die reden kan Wolters niet voorspellen hoeveel euro’s de Wageningse deelnemers uit KP7 gaan ontvangen.
Op basis van de afrekening van de afgelopen jaren kan Wolters wel aangeven dat de EU-financiering groeit. In 2005 ontving Wageningen UR 21,3 miljoen euro aan Europese onderzoekssubsidie, in 2006 23,4 miljoen en in 2007 27,3 miljoen. De gegevens over vorig jaar zijn nog niet binnen. Toch benadrukt Wolters dat onderzoekers niet puur voor het geld projecten moeten indienen. ‘Je moet al met het onderwerp bezig zijn, het moet in je corebusiness zitten. Je krijgt namelijk niet alle kosten vergoed en het kost veel moeite om een project binnen te halen.’
Maar Wolters is blij dat er weer een nieuwe groep Wageningse onderzoekers projecten is gaan indienen. ‘Het vorige kaderprogramma kende veel megaprojecten waar veel Wageningse boegbeelden bij betrokken waren. Die zijn nu druk met het afronden van deze projecten en hebben om die reden minder ingediend. We hadden wel zorg over wie dat ging oppakken. Gelukkig wil een nieuwe generatie onderzoekers nu Europese projecten gaan trekken.’

Re:ageer