Wetenschap - 25 april 2002

Quod licet bovi?

Quod licet bovi?

Wat vinden koeien van de rol van Wageningen UR in de veehouderij? Tot voor kort was dat een vraag voor toegepaste filosofen. Nu niet meer. Niet nu de taalakoesticus Gerhard Jahn een vertaalmachine heeft ontwikkeld die het geloei van de droomogige biefstukleveranciers omzet in begrijpelijk Nederlands. Wij van het Wb gebruikten hem in een stal in het Overijsselse Zweer. Daar vonden de struise Friesbonte melkkoeien Klara 13bn en Imca 25h78 de focus van Wageningen 'sterk antropocentrisch'.

"Aandacht voor de specifieke behoeften van de evenhoevigen in het algemeen en die van runderen in het bijzonder ontbreekt", oordeelt Klara. "Persoonlijk vinden wij het Wageningse accent op clenbuterol bijvoorbeeld overtrokken. We hebben er absoluut geen last van. We ervaren het juist als zinnenprikkelend. Zeker met een goede hormonencocktail." "Precies", zegt Imca. "Je wordt er behoorlijk geil van, als ik dat zo mag zeggen. Maar hoe kom je als rund aan seks? Daar heeft Wageningen weer geen aandacht voor. Wageningen wil maar niet zien dat wij evenhoevigen ook onze behoeftes hebben." "Vroeger werden we nog wel eens besprongen door zo'n schroefgrage stier, nu moeten we het doen met dat gevoelloze mens van de inseminatie met haar ruwe handen", briest Klara verontwaardigd. "Maar daar hoor je Jan Douwe van der Ploeg niet over."

"Vind je niet dat je de seksuele vaardigheden van die fokstieren nu overdrijft?" vraagt Imca 25h78 relativerend. "Ik voelde me soms net een nummer." | W.K.

Re:ageer