Wetenschap - 1 januari 1970

Quirine Vethaak, studente Dierwetenschappen en golfster

Quirine Vethaak, studente Dierwetenschappen en golfster

Quirine Vethaak, studente Dierwetenschappen en golfster

In groep 8 kreeg ze haar eerste golfclub als grapje van haar ouders.
Sindsdien is Quirine Vethaak zich fanatiek bezig gaan houden met golf. Aan
vooroordelen en negatieve reacties is ze inmiddels wel gewend. ,,Vanuit
mezelf praat ik niet snel over mijn sport, dan moet ik me zo verdedigen.''
De eerstejaars studente Dierwetenschappen speelt voornamelijk het
Stableford-spel. ,,Veel mensen denken dat het er bij golf simpelweg om gaat
de holes zo snel mogelijk af te lopen'', legt Quirine uit. ,,Er zijn echter
heel veel spelvarianten en soorten puntentelling. Wat ik speel is eigenlijk
een wedstrijd tegen de baan, maar je kunt bijvoorbeeld ook Matchplay
spelen, waarbij je tegen elkaar speelt. Dat vind ik dan ook meteen het
leuke aan de sport, dat je zoveel mogelijkheden hebt.'' Dat het hier een
echte sport betreft wordt door veel mensen overigens betwijfeld, merkt
Vethaak aan reacties. ,,Maar dan moeten ze zelf eens gaan spelen, dan
merken ze het wel'', verdedigt ze haar standpunt. ,,Gemiddeld doe ik vier
uur over een ronde, en dat voel je naderhand echt wel in de benen.''
Haar golftas, met de nodige stokken en balletjes erin, staat op haar
studentenkamer in de Hoogstraat. ,,Ik heb in de loop van de jaren alles bij
elkaar gespaard. In groep acht begon ik met een kleine stok die ik van mijn
ouders kreeg. Inmiddels heb ik een vrij complete set, met dertien
stokken.'' De grote tas lokt snel reacties uit. ,,Als ik ermee op de fiets
zit word ik altijd wel nageroepen. 'Hé kakker, waar zijn je mooie sokken',
en dat soort kreten. Mensen hebben nou eenmaal een stereotype beeld van
golfers. Helaas is dit beeld in veel gevallen niet geheel onjuist. Ik zie
op wedstrijden ook wel types die alleen maar staan te pronken, maar er zijn
heus wel meer mensen die golf spelen. In sommige landen is het trouwens
echt een volkssport.''
De wedstrijden speelt Vethaak voornamelijk mee voor de gezelligheid. ,,Ik
houd niet zo van die enorme concurrentiestrijd. Heel leuk is het
zomertoernooi: vijf dagen spelen op vijf verschillende banen met jeugd uit
heel Nederland. Dan kun je ook gewoon over je sport praten zonder je de
hele tijd te moeten verdedigen.''
Op het moment is Vethaak hard op zoek naar mede liefhebbers van haar sport,
zodat ze ook in Wageningen aan de slag kan gaan. ,,Qua speelmogelijkheden
kan ik hier helaas niet zoveel als in mijn ouderlijke woonplaats. Daar ben
ik lid van Spaarnwoude, een club met een van de grootste banen van Europa.
Wat dat betreft ben ik wel verwend! In Wageningen moet ik gewoon twee keer
een ronde lopen, want hier zijn maar negen holes.''
Haar huisgenoten zijn al enthousiast en willen best een keer mee, maar
eigenlijk zoekt ze iemand die ook een zogenaamd 'handicap' heeft. ,,De
spelversie die ik speel is eigenlijk puur op jezelf en de baan gericht. Het
gaat wat ver om alles precies uit te leggen, maar het komt erop neer dat
elke baan een eigen index heeft. Als je de holes met zo min mogelijk slagen
afgaat, krijg je een bepaalde score. Als die goed genoeg is gaat je
handicap omlaag. Dit is een maat voor je techniek. Je begint bij handicap
45 en dan werk je je zover mogelijk omlaag.'' Vethaak laat wat kaarten zien
die ze op verschillende banen heeft gebruikt met hele puntenreeksen erop.
,,Om het officieel te laten gelden moet er altijd iemand mee zijn om te
verifiëren, die persoon moet dan zelf ook wat basisdiploma's hebben
gehaald'', legt ze uit.
Het spelen met een geregistreerde handicap kan voor jeugdspelers nogal wat
voordeel bieden. ,,Op dit moment ben ik bezig mijn handicap onder de tien
te krijgen, daarvoor moet ik nu nog zeven tiende omlaag.'' Ze legt uit dat
ze dat wil om de 'vijfguldenkaart' te houden. Hiermee kunnen jeugdspelers
voor twee euro vijftig op alle Nederlandse golfbanen terecht. ,, De banen
zijn overal anders, dus het is vooral leuk om veel clubs langs te gaan. Nu
moet ik nog onder handicap zestien zitten, dus ik zit wel goed. Binnenkort
word ik negentien en kom ik in een hogere klasse, dus doe ik nu heel hard
mijn best om onder het dan geldende maximum van tien te komen.'' |
S.B.

Re:ageer