Wetenschap - 14 januari 2015

Publiceren voor iedereen: doen of niet doen?

De hegemonie van wetenschappelijke tijdschriften als Science en Nature is definitief gebroken door de opkomst van open access. Maar het is onduidelijk of jong wetenschappers echt voor die optie moeten gaan. Dus: Open Acccess: doen of niet doen?

JA

blaap.bmp

Als wetenschapper wil je vooral dat zoveel mogelijk mensen je artikelen lezen én citeren. Je zichtbaarheid bepaalt of je nieuwe beurzen en banen bemachtigt. Daarbij is publiceren in een open access-tijdschrift (OA) beslist een goed idee. Letterlijk iedereen kan je werk dan gratis lezen. Veel studies bevestigen dat je dan vaker wordt geciteerd, zegt Wouter Gerritsma, informatiespecialist bij de WUR-bibliotheek.

Hij merkt dat Wageningers de ‘open’ bladen inmiddels goed weten te vinden. Vooral de opkomst van PLoS ONE is opvallend. Voor Wageningse onderzoekers is dit inmiddels het meest gebruikte tijdschrift, op het Dairy Journal na misschien. Het blad ligt wel eens onder vuur over de enorme omvang – jaarlijks 24.000 artikelen en groeiend – maar de kwaliteit en impact zijn volgens Gerritsma voldoende: ‘Je kunt er gerust iets heen sturen.’

De korte doorlooptijd van een artikel maakt open acces bladen extra aantrekkelijk voor jonge wetenschappers, vindt Gerritsma. Wetenschappelijke tijdschriften zijn doorgaans berucht om hun traagheid en het duurt soms jaren voor iets verschijnt. Vooral vroeg in je carrière is dat vervelend. ‘Het is natuurlijk niet indrukwekkend als je een publicatielijst hebt die vol staat met artikelen die in press zijn,’ zegt Gerritsma.

Ook als je innovatief of vakoverstijgend onderzoek doet is het slim naar open tijdschriften te kijken. Dat zegt Michael Müller, hoogleraar voeding, metabolisme en genomics, en tevens redacteur bij het eerder genoemde PLoS ONE. Volgens hem controleren OA-tijdschriften vooral of een studie goed in elkaar zit, qua proefopzet en statistiek. Ze zijn minder gefixeerd op hoe nieuw iets is, of het precies in een vakgebied past en of er een ronkende conclusies uitrolt. Dat is een aanpak die goed past bij de wetenschap die Müller zelf bedrijft. Hij kijkt veelal niet naar één gen of eiwit, maar naar het grote plaatje. Zijn studies bevatten dan ook veel data en hebben geen zwartwitte boodschap. ‘Bij een klassiek tijdschrift is er altijd wel één reviewer die het niet ziet zitten, ’ zegt Müller. ‘Of er is veel te weinig ruimte.’

Ten slotte is idealisme vaak een argument om ‘open’ te publiceren. Fanatieke voorvechters vinden dat kennis openbaar hoort te zijn, in elk geval de met belastinggeld vergaarde kennis. Wageningse onderzoekers noemen daarnaast het recht op kennis van minder kapitaalkrachtige onderzoekers uit ontwikkelingslanden. Ook de Nederlandse wetenschapsfinancier NWO beweegt zich richting het idee dat je artikelen gratis moet kunnen lezen. Sinds enkele jaren heeft zij een fonds beschikbaar van 2,5 miljoen euro dat de kosten vergoed van OA-publicatie bij NWO-gefinancierd onderzoek.


NEE

blaap2.bmp

Wanneer je het jonge onderzoekers zelf vraagt, willen ze vooral publiceren in een zo goed mogelijk tijdschrift. Daarbij staat de zogeheten impact factor centraal; het gemiddeld aantal keren dat artikelen in dat blad worden geciteerd. Publicaties in topbladen als Nature en Science staan nog weer extra goed op je cv. Verder zoeken onderzoekers naar bladen die gelezen worden door hun directe vakbroeders. Of zo’n tijdschrift openbaar toegankelijk is, vinden ze van ondergeschikt belang.

Logisch, vindt ook Michael Müller: ‘Als je een duidelijk omschreven onderwerp hebt binnen je eigen discipline dan ga je naar het beste blad in je veld.’ Zelf publiceert hij ook nog de helft van zijn werk in traditionele, betaalde tijdschriften.

Ook Wouter Gerritsma waarschuwt dat jonge onderzoekers hun idealisme over ‘open’ publiceren niet ten koste moeten laten gaan van hun carrière: ‘Als je bewust niet in toptijdschriften publiceert, wordt je daar natuurlijk op afgerekend. Gezien de heftige competitie om beurzen kan een keuze voor louter open access je kansen direct negatief beïnvloeden.’

PLoS ONE vraagt 1350 dollar. Andere tijdschriften vragen bedragen die kunnen oplopen tot 3000 dollar. Op het gehele budget van een onderzoekproject is dat misschien wisselgeld, maar toch kan het een obstakel zijn

Ook financieel is deze keuze voor open access niet altijd aantrekkelijk. Reguliere tijdschriften vragen geen geld voor een doorsnee publicatie. Zij verdienen aan de abonnementen die bibliotheken afsluiten. Een open tijdschrift daarentegen vraagt van de auteur een fee voor elke publicatie. Het eerder genoemde PLoS ONE vraagt 1350 dollar. Andere tijdschriften vragen bedragen die kunnen oplopen tot 3000 dollar. Op het gehele budget van een onderzoekproject is dat misschien wisselgeld, maar toch kan het een obstakel zijn. Zo is het vaak nog niet begroot en liggen de prioriteiten doorgaans elders: ‘Je hebt een beperkt budget, zegt Canan Ziylan, promovendus bij Fresh food and chains. ‘Geld dat ik zelf vooral besteed aan metingen. We hebben veel deelnemers en die krijgen hun reiskosten vergoed. Hoe meer zij krijgen, hoe beter hun motivatie. Dit heeft dus voorrang op een publicatie, aangezien publicatie niet per se geld hoeft te kosten.’

Een laatste valkuil is dat de kwaliteit van open tijdschriften moeilijk in te schatten is. De afgelopen jaren was er een hausse aan nieuwe bladen die nog niet in statistieken terug te vinden zijn. Daar komt bij dat een aantal van die nieuwe uitgevers ronduit malafide is. Gelokt door snelle dollars publiceren deze zogenaamde roofdieruitgevers bijna alles wat hen wordt toegezonden. Hoe ernstig dit probleem is, bleek deze week uit een onderzoek van Science. Een journalist stuurde naar ruim 300 OA-bladen een artikel vol kapitale fouten; ruim de helft publiceerde dit artikel daadwerkelijk. Met een beetje oefening is het niet lastig de echte malafide tijdschriften te herkennen, maar in het onderzoek van Science gingen zelfs enkele tijdschriften van betrouwbare uitgevers in de fout.

Illustraties: iStock


Re:ageer