Wetenschap - 5 juni 2014

‘Publicatiedruk is slecht verdeeld’

tekst:
Rob Goossens

Hans Clevers geldt als het visitekaart én het geweten van wetenschappelijk Nederland. Op 12 juni geeft de president van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) een lezing in Orion, op uitnodiging van de Wageningen Young Academy. Resource sprak alvast met hem in het KNAW-hoofdkwartier in Amsterdam.

Het zijn woelige tijden voor de wetenschap. Publicatiedruk en de affaire Stapel zijn een paar van de onderwerpen die veel discussie oproepen. De dissidente onderzoekers van Science in Transition noemen de hedendaagse wetenschap zelfs een ‘promotiefabriek’. De eerste vraag ligt dus voor de hand.

Verkeert de wetenschap in crisis?
‘Nee hoor. Natuurlijk hebben de critici soms een punt. Zo slaat Science in Transition de de spijker op zijn kop met haar waarneming dat er te veel papier wordt geproduceerd in de wetenschap. Als het om publicaties gaat zou er minder naar kwantiteit en meer naar kwaliteit gekeken moeten worden. Maar op andere punten vind ik de critici veel minder overtuigend. Dat de universiteiten te veel promovendi afleveren bijvoorbeeld. We moeten af van het idee dat promovendi voorbestemd zijn om het onderzoek in te gaan. Zie het promotietraject als een vierjarige verlenging van je opleiding waarmee tal van maatschappelijke posities binnen je bereik komen. Aan die bredere blik schort het misschien nog wel eens binnen opleidingen, waardoor promovendi zelf het idee krijgen dat ze met een stoelendans bezig zijn.’

Wie het wel redt in de wetenschap, krijgt te maken met de knellende banden van de tenure track (een carrièrepad richting hoogleraarschap). Zijn we daarin doorgeschoten?
‘Ik ben zelf positief over de tenure track. Die heeft gezorgd voor de broodnodige transparantie in het carrièrebeleid van de universiteiten. Nu is voor iedereen duidelijk waarom iemand op een bepaalde positie komt, terwijl voorheen soms de indruk bestond dat er veel onderling bekokstoofd werd.’

Maar hoort daar zo’n hoge publicatiedruk bij?
‘Is dat wel zo? De druk op wetenschappers om te presteren is hier in Nederland minder hoog dan in veel andere landen. Neem de VS, waar je als bijna-gepensioneerde nog altijd fondsen moet binnenhalen om op een salaris te kunnen rekenen. Of China, met zijn bonussysteem. Het probleem is vooral dat de publicatiedruk hier verkeerd verdeeld is. Jonge onderzoekers zijn voor 100 procent afhankelijk van hun publicatiesucces, maar ben je eenmaal binnen in het universitaire bastion dan wordt je betaald uit de lump sum financiering en is het heel moeilijk om je nog weg te krijgen. Daar zou een betere verdeling kunnen worden gemaakt. En dat iemand als Diederik Stapel zich beroept op publicatiedruk is natuurlijk een gotspe. Als decaan zat hij al lang en breed op het pluche. Bij hem speelden duidelijk criminele factoren mee, of psychiatrische.

Is Stapel ook niet een signaal van een afkalvend moreel besef bij wetenschappers?
‘De vermeende afkalvende integriteit van Nederlandse wetenschappers is iets wat vooral Nederlandse wetenschappers zelf bezig houdt. Voor het publiek geldt de wetenschap nog altijd als betrouwbaar en ook in het buitenland speelt dit thema veel minder. In Nederland hebben we de procedures op het gebied van integriteit keurig geregeld, mede via de KNAW. Maar daardoor is er soms ook disproportioneel veel aandacht voor wat in wezen bescheiden incidenten zijn. Daarnaast speelt bij in de sociale wetenschappen mee dat het een jonge discipline is die wat publicaties betreft nog een beetje in de fase zit: “veel is goed”. Dat gaat vanzelf over.’


Hans Clevers

– Geboren op 27 maart 1957 in Eindhoven

– Studeerde geneeskunde en Biologie. Promoveerde in Utrecht, postdoc aan Harvard

– 1991: Hoogleraar Immunologie, 2002 hoogleraar Moleculaire Genetica

– 2020-2012 Directeur van het Hubrecht Instituut voor Ontwikkelingsbiologie en Stamcelonderzoek van de KNAW

– 2012: President van de KNAW


Nederland doet het matig als het gaat om de bedragen die het land aan fundamenteel onderzoek besteedt. Is dat een probleem?
‘Een groot probleem. Het gaat slecht op dat gebied. We zitten nu op 0,78 procent van het bnp, maar dat gaat in deze kabinetsperiode naar 0,65 procent, een daling van bijna 20 procent. De regering rekent zich rijk door een belastingaftrekpost voor innoverende bedrijven mee te rekenen als R&D-geld, maar er is geen enkele aanwijzing dat dat geld ook daadwerkelijk naar innovatie gaat. Vergelijk ons met Finland, dat 1,5 tot 2 procent van het bnp in wetenschap investeert, en je kunt niet anders concluderen dan dat de zaak hier ter zijner tijd krakend gaat instorten.’

Het vreemde is dat we toch nog altijd goed scoren op de lijstjes van wetenschap en innovatie.
‘Dat is te danken aan sociaal-culturele factoren, noem het de volksaard. Die is ontzettend geschikt voor wetenschappelijke doeleinden. We hebben bijvoorbeeld weinig ontzag voor hiërarchie en daardoor veel zelfstandige, originele denkkracht. Verder zijn we ambitieus, communicatief en goed in het delen van onze ervaringen met anderen, zowel succes als tegenslag. In veel andere landen ontbreken één of meer van deze factoren. In de VS bijvoorbeeld zijn onderzoekers wel ambitieus, maar houden ze hun bevindingen liever voor zichzelf vanwege het extreem competitieve klimaat. Alleen Engeland en de Scandinavische landen zijn vergelijkbaar met Nederland. We zijn hierdoor superefficiënt, maar de keerzijde is dat een structureel probleem, te weinig geld, hierdoor lang onzichtbaar blijft. Het gevaar bestaat dat we daardoor straks een kantelpunt bereiken waarbij het lastig wordt om de schade weer ongedaan te maken.’

Is het niet aan de KNAW om daar wat aan te veranderen?
‘Daar zijn we ook heel hard mee bezig. Vorig jaar heb ik met alle fractievoorzitters gesproken en daar kwam een interessante bevinding uit: investeren in wetenschap levert volgens de rekenmethodiek van de huidige economische modellen geen enkel rendement op, vanwege de onzekerheid over de uitkomsten. Wanneer je als partij dus geld beschikbaar wilt maken voor wetenschap, verdwijnt dat bij de doorrekening van je programma door het CPB in een groot zwart gat. Dat maakt het politiek heel onaantrekkelijk. Dijkversterking kampt met hetzelfde probleem: iedereen weet dat het mis gaat wanneer je het niet doet, maar de modellen kunnen daar geen beeld van maken. Dat probleem hebben we door onze eigen economen trachten op te laten lossen. En daar lijken we nu deels in geslaagd. Ze hebben een methode gevonden om in elk geval het absorptievermogen van een samenleving, de mate waarin je nieuwe wereldwijde ontwikkelingen kunt verwerken, te kwantificeren. De VSNU is enthousiast en ook de EU heeft al belangstelling getoond. We hopen er het CPB ook mee te kunnen overtuigen.’

Wil je de kwaliteit van de afstudeerders gelijk houden, dan zul je dus je onderwijs moeten intensiveren.

Het zal u vast deugd doen dat steeds meer jonge mensen kiezen voor een academische opleiding. Maar kan het ook teveel worden?
‘Dat niet, maar je moet je wel realiseren wat de consequenties zijn. Meer studenten betekent dat de gemiddelde getalenteerdheid wat zal afnemen. Wil je de kwaliteit van de afstudeerders gelijk houden, dan zul je dus je onderwijs moeten intensiveren. Maar het tegendeel gebeurt: we zien grotere groepen ontstaan en e-learningconcepten hun intrede doen. Toch ben ik er niet voor om de toegang te beperken. Het is voor elk individu een voorrecht om zo hoog mogelijk opgeleid te zijn. En ook voor de samenleving biedt het voordelen: de democratie wordt robuuster met een hoog opgeleide bevolking en de kwaliteit van veel beroepen gaat erop vooruit. Stel je voor dat straks alle leraren op havo en vwo universitair geschoold zijn. Van goed wetenschappelijk onderwijs wordt iedereen beter.’

Foto: Rob Goossens


Re:ageer