Wetenschap - 11 mei 2011

Pronk blikt terug op succes zuid-zuid samenwerking

tekst:
Joris Tielens

Uitwisseling van kennis en ervaring tussen landen in het zuiden kan zeker zo effectief zijn als ontwikkelingshulp van noord naar zuid. Dat is de les van het programma voor zuid-zuid samenwerking tussen Benin, Bhutan en Costa Rica, bleek gisteren in Wageningen.

janpronk-P5101246.jpg
Uitwisseling van kennis en ervaring tussen landen in het zuiden kan zeker zo effectief zijn als ontwikkelingshulp van noord naar zuid. Dat is de les van het programma voor zuid-zuid samenwerking tussen Benin, Bhutan en Costa Rica, bleek gisteren in Wageningen.
 
Boeren en producenten uit die landen gingen bij elkaar op bezoek en gaven elkaar duurzame tips. Zo hielpen Bhutanezen Costa Ricanen bij de teelt van rode rijst en shii-takes, brachten mensen uit Benin het idee van eetbare insecten over en leerden boeren in Benin van collega’s uit Costa Rica over de teelt en marketing van biologische ananas. Met gelijkheid, wederkerigheid en participatie als uitgangspunt. De 36 projecten leverden duizenden banen en honderden nieuwe bedrijfjes en producten op, vertelde de manager van het programma uit Costa Rica, Mariannella Feoli, aan Wageningse studenten en onderzoekers.
 
Het programma voor samenwerking tussen Benin, Bhutan en Costa Rica komt voort uit de duurzaamheidsverdragen die minister Jan Pronk in 1995 sloot tussen Nederland en die landen. Pronk was gisteren in Wageningen om terug te blikken op het succes, maar hij kwam ook wat verbitterd over. Aanvankelijk was Nederland niet alleen financier, maar ook deelnemer aan het programma. Dat leidde ertoe dat Nederland niet alleen kennis en hulp gaf, maar dat destijds Bhutanezen in Nederland kwamen pleiten voor een Bruto Binnenlands Geluk in plaats van Bruto Binnenlands Product, en dat boeren uit Zeeland advies kregen van boeren uit Costa Rica. Maar dit schoot de meerderheid van de Tweede Kamer in het verkeerde keelgat en Pronks partijgenoot Herfkens draaide de verdragen de nek om. Vanaf 2007 ging het programma zonder Nederland verder.
 
’Het is goed om te zien hoe groot het succes voor Benin, Bhutan en Costa Rica is’, zegt Pronk nu. ‘Nederland heeft dat succes niet gehad. Een van de oorzaken daarvan was de arrogantie van de Nederlanders. Ik reken het mezelf aan dat ik er niet in geslaagd ben om voldoende anderen te overtuigen om dit ook in Nederland voort te zetten.’
 
Mariannella Feoli tourt de komende tijd door Nederland om haar resultaten te laten zien, in de hoop om opnieuw financiering en nieuwe partners – ook Europese – voor het programma te vinden. Ze bezoekt de Tweede Kamer en het Europees Parlement en er komt een foto-expositie in Den Haag.

Re:ageer