Organisatie - 1 maart 2007

Promoveren in het jasje van Pim Brascamp

Gekleed in een vaalzwarte broek en bruine spencer stapt Christos Noutsos woensdagochtend 21 februari het bestuurscentrum van Wageningen UR binnen. Hij gaat kennismaken met prof. Pim Brascamp die ‘s middags zal optreden als plaatsvervangend rector tijdens zijn promotie. Als de promovendus zich even later meldt in de Aula heeft de spencer plaatsgemaakt voor een jasje en een das. En zit Brascamp in hemdsmouwen zijn sneetje met kaas te eten.

429_nieuws.jpg
429_nieuws.jpg

Foto: Martijn Weterings

Brascamp, één van de acht hoogleraren die samen het College voor Promoties vormen, stond zijn kledingstukken tijdelijk af aan de Griekse plantenveredelaar die dacht te gaan promoveren in zijn gewone kloffie. Hij kon zich niet even thuis gaan verkleden, want ‘thuis’ is in Duitsland.
‘Dit is bij mijn weten nog nooit voorgekomen’, zegt een verbaasde Brascamp. Doorgaans maken de kandidaat-doctoren op de grote dag veel werk van hun uiterlijk. Maar wat zijn eigenlijk de voorschriften? Brascamp slaat het promotiereglement er op na. Daar staat dat ‘van de promovendus en diens eventuele paranimfen (…) verwacht wordt dat zij gekleed zijn op een wijze die bij de promotieplechtigheid past (voor heren: bij voorkeur rokkostuum).’
Rokkostuum? Jazeker, zegt Henk Evers die als beheerder van de Aula al een kleine tweeduizend promoties heeft meegemaakt. ‘Nederlandse mannen komen meestal in rok. Buitenlanders zie je vaker in een gewoon net pak, of in klederdracht uit hun land.’ Prof. Frans Kok, waarnemend voorzitter van het College voor Promoties, vindt een rokkostuum ‘niet strikt noodzakelijk’. ‘Maar ik heb het nog nooit meegemaakt dat iemand zonder stropdas kwam. Het cortège gaat ook ceremonieel gekleed, in toga met baret. In Wageningen hechten we aan deze traditie, en die wordt ook erg op prijs gesteld door vrienden en familieleden.’
Hoe kon Noutsos op deze feestelijke dag dan toch dasloos en op sportieve beige schoenen naar Wageningen komen? Uit principe was dat niet, zegt hij lachend na afloop van de plechtigheid, terwijl hij probeert Brascamps das los te maken. ‘Ik wist niet dat ik me netjes moest kleden. Ik heb al mijn onderzoek in Duitsland gedaan en daar heb je helemaal geen dresscode.’ Klopt, zegt prof. Dario Leister van de Ludwig-Maximilians Universität München, die als co-promotor met Noutsos is meegekomen. Een promotie aan zijn universiteit vindt plaats in een gewone collegezaal en iedereen kan dragen wat hij wil. Eén bijzonder ritueel is er wel: ‘na afloop gaat de kandidaat op een karretje zitten en trekt de professor hem door de botanische tuin.’
Volgens Frans Kok had de Wageningse promotor van Noutsos, prof. Richard Visser, de Griek op de hoogte moeten stellen van de Wageningse gebruiken. En dat heeft hij ook gedaan, reageert Visser, alleen heeft hij niet aan de uiterlijkheden gedacht. ‘Formeel is er geen kledingvoorschrift. Tenminste, dat heb ik altijd begrepen. Je hebt mensen die in hun gewone kleren gaan, en je hebt mensen die extra vroeg opstaan om er echt iets van maken. Ik heb voor beiden sympathie.’
Brascamp niet. Tijdens zijn kennismaking met Noutsos, enkele uren voor de promotie, belt hij Visser met de vraag of die geen passende kleding voor hem heeft. ‘Maar zoveel nette overhemden heb ik niet’, reageert Visser. De secretaresse van het Laboratorium voor Plantenveredeling, waar Visser hoogleraar is, snelt nog naar de Wibra voor een overhemd. Een bruine, met oranje das. Lachend: ‘Die hebben we maar als cadeautje gegeven, want het was dus niet meer nodig.’
Dat niet alleen kandidaten soms de plank mis slaan met hun uitdossing, bewijst het verhaal dat emeritus hoogleraar Niels Röling met bulderende lach vertelt. Vorig jaar ging hij met onder anderen prof. Paul Richards naar Ghana en Benin, waar negen onderzoekers hun Wagenings doctorsdiploma kregen. De twee lieten bij een lokale kleermaker toga’s maken van dunne stof. ‘Daar hebben we veel plezier van gehad terwijl de anderen zaten te puffen in hun zware gewaden.’
Terug in Nederland liet Röling de toga, die veel te lang was, inkorten en versieren met ‘mooie knopen’. ‘Dus toen ik weer een promotie had ging ik ermee naar de pedels in de Aula, helemaal trots. Maar de dames waren niet onder de indruk. Het is net een regenjas, zeiden ze. En ze hadden gelijk. Dat was het einde van mijn Afrikaanse toga. Hij zit nu in een zak met oude kleren.’

Re:ageer