Wetenschap - 1 januari 1970

Promovendus ontvlucht rellen op Ambon

Promovendus ontvlucht rellen op Ambon

Promovendus ontvlucht rellen op Ambon

Ze maakten zelf geweren van dichtgelaste buizen

Twee jaar lang deed assistent in opleiding Hans van Oostenbrugge onderzoek naar de kustvisserij op Ambon, zonder iets te merken van oplopende spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen op het Indonesische eiland. Toch barstte eind januari de bom. Nog vijf weken lang probeerde hij zijn werk te doen temidden van de onlusten. Totdat hij zelf werd bedreigd. Ik zat midden in een wapenwedloop.


Op 20 januari braken op het eiland Ambon rellen uit. Hans van Oostenbrugge was die dag niet op het eiland. Maar twee studenten van mij waren er wel. Ze konden niet weg en ik kon niet naar ze toe, omdat het vliegveld op Ambon gesloten was. Bovendien adviseerde de ambassade: Blijf zitten waar je zit. Want zolang niet duidelijk is wat er gebeurt, is verplaatsen een risico.

Een paar dagen hield hij via de telefoon contact. Waar de studenten zaten, was het nog rustig. Maar ze hoorden wel verhalen van mensen in de buurt die op hun beurt hadden gehoord van aanvallen vlakbij. Twee nachten gingen ze niet naar bed. Na vier dagen evacueerde het leger ze met een Hercules-vliegtuig naar het eiland Sulawesi. De dag erop ben ik daar ook naartoe gegaan. Ze waren wel bang geweest, maar bleven vrij koeltjes; het prachtige hotel waar ze in waren ondergebracht maakte meer indruk.

Twee dagen later was het vliegveld op Ambon weer open en ging Van Oostenbrugge terug naar zijn huis op het eiland. Zowel vrienden op het eiland als de ambassade dachten dat het wel kon.

Blinde woede

Ondanks de regelmatig oplaaiende onlusten probeerde hij de draad van zijn onderzoek op te pakken. Ik ging weer bij vissers langs, vooral om te vragen of ze alweer de zee op gingen. Normaal gingen ze 's nachts vissen, maar door de rellen bleven er veel thuis om op hun huis te passen. Ik inventariseerde ook hoeveel vissers er nog waren, want sommigen waren verdwenen.

Ik kwam op een keer terug van een totaal verwoest moslimdorp. Een paar vissers uit dat dorp kende ik vrij goed en ik wist niet of ze vermoord waren of gevlucht. Ik reed door een christendorp er vlakbij en wist zeker dat de mensen uit dat dorp de ravage hadden aangericht, want het was het enige christendorp in de wijde omgeving. De mensen waren zoals gewoonlijk vriendelijk. Ze spraken me aan en vroegen me of ik niet bang was. Ik was geschokt door de gevoelens van blinde woede die in me omhoog kwamen; ik was nog zo vol van wat ik gezien had en ik wist dat d340t dorp verantwoordelijk was. Ik ben doorgereden en heb niets tegen ze gezegd. Maar als er op dat moment een rel was geweest, weet ik niet wat ik had gedaan.

De mensen rond Van Oostenbrugge bewapenden zich. Ik heb zo'n beetje de koude oorlog in het klein meegemaakt: er ontstond een soort wapenwedloop tussen christenen en moslims. Door de incidenten en vooral door alle verhalen erover voelden de mensen zich heel onveilig. Het begon met traditionele wapens, zoals speren, pijl en boog en kapmessen. Later maakten ze ook zelf geweren van dichtgelaste buizen, waar ze heel veel luciferkoppen in stopten - binnen de kortste keren was op heel Ambon geen lucifer meer te krijgen. Bovenop de luciferkoppen stopten ze kleine spijkers of andere kleine ijzeren voorwerpen en achter in de buis zat een klein gaatje om de koppen tot ontbranding te brengen.

Ook in de wijk waar de promovendus woonde maakten mensen zelf geweren. Het wijkhoofd vroeg mij op een gegeven moment om geld voor luciferkoppen. In eerste instantie zei ik nee. Maar het wijkhoofd reageerde: Stel dat wij aangevallen worden, dan is er niemand die zegt: jullie hebben geen wapens, dus vallen wij jullie niet aan. Toen zei ik hetzelfde als de Europese belastingbetaler tijdens de koude oorlog: oko, ik betaal. Ik wist weliswaar zeker dat de mensen in onze wijk de wapens alleen zouden gebruiken om zich te verdedigen, maar ik heb me toch zelden z362 ongelukkig gevoeld als toen ik dat geld gaf.

De mensen rond Van Oostenbrugge bleven steeds gespannen. Elke nacht hielden ze de wacht, waardoor ze maar drie tot vier uur per dag sliepen. Na een paar weken was iedereen nog steeds hool gespannen. Dat heb ik als het grootste risico gezien. Niet dat mensen mij iets zouden doen om wie ik was, want als blanke was ik min of meer buitenstaander, maar ze zouden me wel wat kunnen doen als ik een klein foutje maakte. Zo heb ik in de tijd dat het nog rustig was bijvoorbeeld eens een kippetje doodgereden. Dan betaal je 25 duizend rupia en is het weer goed, maar had ik dat toon gedaan, dan weet ik niet wat er gebeurd was.

Katapult

Hoewel het een tijd lang rustig bleef in het gebied waar de promovendus woonde, raakten na een paar weken een moslim- en een christendorp slaags, vlak in de buurt. Christenen van elders kwamen met vrachtwagens om het dorp aan te vallen vanuit de richting van het thuisdorp van Van Oostenbrugge

Op diezelfde dag werd Van Oostenbrugge bedreigd. Ik kreeg met mijn auto een lekke band. Twee mannen verhielpen het probleem en een van hen had een katapult en pijlen gemaakt van spaken bij zich. Terwijl de oon wat met zijn katapult rondzwaaide, vroeg de ander veertienduizend rupia, terwijl het repareren van een lekke band normaal maar vierduizend rupia kost. Ik vroeg hem of het de week erna nog twee keer zo duur zou zijn, waarop de andere man zijn katapult op mij richtte en zei: Je kan betalen of je bent er geweest. Toen heb ik maar betaald.

Het incident, samen met de steeds explosievere situatie rond zijn thuisdorp, deed Van Oostenbrugge besluiten om te vertrekken. Het incident was woensdag en de maandag erop ben ik vertrokken. Nu hij in Nederland is, wacht hij af. Na de verkiezingen van begin juni kijk ik of het veilig genoeg is om terug te gaan. Het liefst zou ik nog vijf maanden terug willen om mijn veldwerk af te maken.

Re:ageer