Wetenschap - 20 december 2001

Profiel: Raad voor het Kwekersrecht

Profiel: Raad voor het Kwekersrecht

Aantal werknemers: vijf.

Jaaromzet: 1,9 miljoen euro.

Locatie: Marijkeweg 24, Wageningen.

URL: www.kwekersrecht.nl.

Rechtsvorm: zelfstandig bestuursorgaan, onderdeel van LNV.

Taakveld: Kwekers die nieuwe plantenrassen hebben gemaakt, kunnen daar via de raad octrooi op krijgen. Dat houdt in dat alleen zij het ras de komende 25 jaar mogen vermeerderen.

Toekomst: In 1995 had de raad 1500 rassen in behandeling. Nu zijn dat er 750, en dat wordt waarschijnlijk nog minder. Steeds meer kwekers stappen regelrecht naar het Kwekersrechtbureau van de EU. De raad verwacht echter niet overbodig te worden. Er zullen altijd gewassen zijn die binnen de landsgrenzen zullen blijven, en veel kwekers zien het doorlopen van de Nederlandse procedures als een soort proefrit voor de Brusselse uitputtingsslag.

Probleem: Het onderzoek dat de raad moet laten verrichten is duur en neemt jaren in beslag. Tot treurnis van de kwekers, die dat onderzoek moeten betalen. De raad zoekt naar wegen om de kosten te drukken.

Relatie met Wageningen UR: De raad baseert zich op wetenschappelijk onderzoek. Plant Research International is daar een belangrijke leverancier van. Daarnaast hebben Wageningse kopstukken als Evert Jacobsen, Maarten Koornneef en Richard Visser zitting in de advieslichamen van de raad.

Het werk van de Raad voor het Kwekersrecht lijkt sprekend op dat van een redacteur van een nieuwsblad. Bij alles wat binnenkomt, vraagt de raad zich af: hoe nieuw is dit? Alleen nieuwe gewassen krijgen een plaatsje in de krant. Pardon - een octrooi. Dat betekent dat de kweker 25 jaar als enige het nieuwe ras mag vermeerderen.

Voordat de raad een kweker dat recht toekent, onderzoeken plantwetenschappers het nieuwe ras eerst nauwkeurig. Dat betekent meestal dat ze het uitzaaien op een perceel, pal naast enkele nauw verwante andere rassen. Als het gewas opkomt, kijken de onderzoekers in hoeverre de exemplaren van het nieuwe ras van die van de oude rassen verschillen.

"Klassiek onderzoek", typeert mr Krino Fikkert van de raad. "Bij nieuwe graangewassen kijken de onderzoekers bijvoorbeeld naar de lengte van de graankorrels. Heel soms kijken we met elektroforese naar de eiwitten in een plant, maar de basis is altijd een verzameling waarnemingen aan het organisme. We kijken trouwens niet alleen naar de verschillen met bestaande rassen, maar ook naar de homogeniteit. De exemplaren moeten wel voldoende op elkaar lijken."

Genetische tests komen er niet aan te pas. "Het maakt ons ook niet uit of een ras tot stand komt door kruising of rigoureuzer technieken", zegt Fikkert. "Uiteraard heeft het voor de kweker consequenties als hij met een gemodificeerd ras wil gaan kweken. Hij moet natuurlijk zijn vergunningen geregeld hebben voordat hij zijn ras in de open lucht kan verbouwen. Maar het is niet de raad die over de goedkeuring van gengewassen gaat."

De meeste kwekers die bij de raad aankloppen zijn grote life science bedrijven, al is bij de siergewassen het aandeel van de kleine kwekers nog het hoogst. "Granen hebben ingeboet", somt Fikkert op. "Maar we keuren nog steeds veel aardappels, ma?s en grassen. Verhoudingsgewijs steeds belangrijker worden de siergewassen, zoals de lelie, tulp en chrysant. Op de wereldranglijst van nieuwe plantenrassen staat Nederland nog steeds op de derde plaats. Na de Verenigde Staten en Japan." | W.K.

Re:ageer