Wetenschap - 18 januari 2001

Profiel: De Vlinderstichting

Profiel: De Vlinderstichting

Aantal werknemers: Twintig.

Jaaromzet: twee miljoen gulden.

Locatie: Mennonietenweg 16, Wageningen.

URL: www.vlinderstichting.nl.

Rechtsvorm: Stichting.

Taakveld: De stichting probeert door onderzoek en het verzamelen van gegevens overheden en natuurorganisaties informatie te geven waarmee zij de de vlinder- en libellenstand kunnen verbeteren. De stichting probeert daarnaast het draagvlak voor de zaak door voorlichting te vergroten.

Toekomst: De stichting verstevigt de banden met de universiteiten van Leiden, Groningen en Amsterdam. Biologen zijn ge?nteresseerd in samenwerking omdat de stichting inmiddels een groot gegevensbestand heeft opgebouwd. Verder overweegt de stichting op Europees niveau naar partners te zoeken.

Uitdaging: De stichting wil de vlinder- en libellenstand verbeteren. Die verslechtert nog steeds, al is het einde van de neergaande tendens in zicht.

Relatie met Wageningen UR: De stichting is in 1983 door de Landbouwuniversiteit Wageningen opgericht. Vroeger onderhield de stichting nauwe betrekkingen met de toenmalige vakgroep Natuurbeheer, maar daar is de focus inmiddels verschoven naar grote grazers. Daarom heeft de stichting jaarlijks nog maar enkele afstudeerders of aio's van Wageningen Universiteit. De rest komt van buiten Wageningen. Binnen Wageningen UR is de Vlinderstichting vaker gaan samenwerken met Alterra.

De meest rigoreuze manier om verdwenen soorten weer terug in het ecosysteem te krijgen, is ze te herintroduceren. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft dat geprobeerd met de vlindersoorten pimpernelblauwtje en het donkere pimpernelblauwtje. Het experiment vond plaats in De Moerputten, een natuurreservaat onder de rook van Den Bosch. De stichting heeft het project gevolgd en informatie verzameld die bij toekomstige introducties nuttig kan zijn.

Het pimpernelblauwtje is een interessante soort. Als de rupsen vier jaar oud zijn, laten ze zich naar beneden vallen en door mieren meevoeren naar hun nest. Daar voeden ze zich met het mierenbroed. Als tegenprestatie voor het verorberen van hun kroost scheiden de rupsen een zoete stof af, waar de mieren verzot op zijn.

Het laatste pimpernelblauwtje verdween in 1972 uit Nederland. Voor het project moesten vlinders van beide soorten uit Polen worden gehaald. Na de herintroductie in 1990 presteerde het donkere pimpernelblauwtje het beste. Deze soort heeft zich de laatste tien jaar inmiddels over de regio verspreid. De andere soort, het gewone pimpernelblauwtje, komt nog steeds alleen voor in het perceel waar in 1990 de eerste exemplaren werden losgelaten.

De stichting is nauw betrokken bij een promotieproject bij de sectie Natuurbeheer van Wageningen Universiteit. Daarin doet aio drs. Irma Wynhoff onderzoek naar de factoren die de introductie van de ene soort hebben doen slagen, en van de andere hebben doen mislukken. Nuttige kennis, al is stichting voorzichtig als het om herintroductie gaat. "Nederland moet geen speeltuin worden", zegt Jan van der Made, directeur van de Vlinderstichting. De stichting legt dan ook de meeste nadruk op het verzamelen van gegevens over vlinders en verklarend of voorspellend onderzoek.

De Vlinderstichting staat vooral bekend om zijn databestand. Dat bestaat uit bijna anderhalf miljoen waarnemingen van de verspreiding en de ecologie van vlinders. Dat bestand kun je zien als een kaart van Nederland, waarin is aangegeven waar welke vlindersoorten in welke aantallen voorkomen. Het grootste gedeelte van die kaart is ingedeeld in hokken van ??n bij ??n kilometer. Gebieden die voor de duizend vlindertellers extra interessant zijn, worden echter nauwgezetter in de gaten gehouden. Het databestand stelt de Vlinderstichting niet alleen in staat om ontwikkelingen in de tijd zichtbaar te maken. Het levert ook informatie over het soort beheer waarmee de vlinder- en libellenstand het meest gediend is. Overheden en natuurorganisaties maken steeds vaker van die informatie gebruik. | W.K.

Re:ageer