Wetenschap - 21 november 2002

Prof. Pieter van ?t Veer wil door familiestudies moeten laten zien hoe voeding werkt

Prof. Pieter van 't Veer wil door familiestudies moeten laten zien hoe voeding werkt

Epidemioloog in het post-antioxidantentijdperk

Niet alleen in de politiek is de tijd van de Grote Verhalen voorbij. Ook in de voedingswetenschappen is de zoektocht naar grote, eenvoudige verbanden tussen voeding en gezondheid be?indigd, vindt de nieuwe hoogleraar voeding en epidemiologie prof. Pieter van 't Veer.

In zijn carri?re heeft Pieter van 't Veer tientallen grote en kleine wetenschappelijke mythes over voeding en gezondheid het veld zien ruimen. Hij heeft er zelfs een handje bij geholpen. "In de jaren tachtig werkte ik op TNO aan een onderzoek naar borstkanker en voeding", vertelt hij. "Uit dat onderzoek kwamen twee conclusies. Eentje daarvan staat nog steeds, de andere is achterhaald. We ontdekten dat de inname van het halfmetaal selenium, dat het lichaam zou helpen zich te beschermen tegen kanker, de kans op borstkanker niet verkleinde. Dat geloven we nog steeds. We concludeerden ook dat vrouwen die veel vet aten meer kans hadden op borstkanker. Maar daar gelooft niemand meer in."

In die tijd bestond er nog het idee dat een overmatige vetconsumptie in het lichaam allerlei stoffen deed ontstaan die op beurt de kans op kanker vergroten. "We bepaalden de vetconsumptie van vrouwen met borstkanker door ernaar te vragen en de uitkomsten te vergelijken met de consumptie van gezonde vrouwen. Zieke mensen hebben echter de neiging om hun ongezonde leefgewoonten in enqu?tes te overdrijven. Waarschijnlijk hebben de vrouwen met borstkanker daarom hun vetconsumptie te hoog ingeschat."

Nu geloven wetenschappers dat niet zozeer de consumptie van vet maar vooral overgewicht een belangrijke risicofactor is, zegt Van 't Veer. "Als mensen aankomen stijgt de aanmaak van allerlei hormonen die de kans op kanker verhogen. Een aantal van die hormonen wordt ook door vetweefsel geproduceerd. Vrouwen die na de overgang minder hormonen aanmaken lopen daarom toch nog een verhoogd risico als ze veel vetweefsel hebben opgebouwd." In de lijst van preventieve maatregelen tegen kanker staat 'let op je gewicht' daarom op een hogere plaats dan 'eet niet teveel vet'.

Schipbreuk

Al sinds Van 't Veer in Wageningen voeding en in Harvard epidemiologie studeerde heeft kanker zijn bijzondere interesse. Op TNO, maar ook op Wageningen Universiteit waaraan Van 't Veer sinds 1993 is verbonden, heeft hij de relatie tussen de ziekte en voeding meerdere keren onderzocht. Geen van die studies konden bewijzen dat gedoodverfde beschermers als b?tacaroteen en vitamine E de kans op kanker verminderden.

Van 't Veer zag ook hoe de theorie van de Goede Antioxidant schipbreuk leed. Volgens dat idee zou een scala aan lichaamseigen stoffen, vitamines en plantenstoffen in het lichaam cellen beschermen tegen vrije radicalen: agressieve stoffen in het lichaam die cellen beschadigen en kanker kunnen veroorzaken.

"Klinkt aantrekkelijk", zegt Van 't Veer. "Maar zodra onderzoekers probeerden om het beschermende effect van zo'n antioxidant vast te leggen bleek er weinig van te kloppen. Halverwege de jaren negentig bleek de antioxidant b?tacaroteen in een groot Fins onderzoek de kans op longkanker bij rokers zelfs te verhogen. Het is trouwens wel vast komen te staan dat groenten en fruit de kans op kanker verminderen. Welke stoffen dat effect precies veroorzaken weten we niet."

De beschermende werking van groenten en fruit is aantoonbaar, maar beperkt. "Uit epidemiologisch onderzoek bleek aanvankelijk dat groenten en fruit zeven tot dertig procent van de kankergevallen kunnen voorkomen", zegt Van 't Veer. "Uit de laatste onderzoeken blijkt dat het ware percentage wel eens dichter bij de zeven dan bij de dertig procent zou kunnen liggen."

Pinda's

Van 't Veer gelooft daarom niet meer dat individuele voedingsstoffen zoals vitamine E of b?tacaroteen de gezondheid van de bevolking kunnen bevorderen. Om duidelijk te maken waar de wetenschap zich dan wel op zou moeten richten, grijpt hij naar het voorbeeld van een recent onderzoek in Soedan dat hij heeft begeleid. "In Soedan hebben boeren geen goede faciliteiten om pinda's op te slaan. Schimmels grijpen hun kans en besmetten de pinda's met kankerverwekkende aflatoxines. Daarom onderzochten we het verband tussen aflatoxines en leverkanker, terwijl we ook keken ook naar de erfelijke aanleg van de mensen."

Van 't Veer bedoelt de genen die de aanmaak van het enzym glutathion-s-transferase regelen. Grote groepen van de mensheid missen dat gen waardoor het enzym, dat kankerverwekkende stoffen als aflatoxines onschadelijk maakt, niet meer werkt. Het betrekken van de erfelijke aanleg bij het onderzoek bleek een gouden greep.

"Toen we zochten naar een verband tussen de consumptie van pinda's en leverkanker vonden we een zwak verband", zegt Van 't Veer. "Maar toen we er het ontgiftingsgen bij betrokken hadden we beet. Bij de mensen met een goed functionerend gen leidde een hoge inname van pinda's niet tot kanker. Bij de mensen zonder dat gen wel."

Welke voeding is goed voor mensen met welke genen, dat is de onderzoeksvraag voor de moderne epidemiologie vindt de nieuwe hoogleraar. Nu Van 't Veer zijn plaats naast de hoogleraren prof. Frans Kok en prof. Micha?l M?ller heeft ingenomen, wil hij het onderzoek in die richting verder uitbouwen. "Het probleem met dit soort epidemiologisch onderzoek is dat je bijzonder grote groepen mensen nodig hebt om ook van zeldzame erfelijke combinaties voldoende mensen in je onderzoeksgroep te krijgen. Je kunt dat ondervangen door onderzoek te doen in families waarin de erfelijke afwijking veel voorkomt. Dat is de kant die ik op wil gaan: familiestudies."

Van 't Veer heeft daarbij een dubbele agenda. "Eerst zullen we ons richten op de genen die de activiteit van belangrijke stofwisselingsenzymen bepalen. Hopelijk leren we daardoor meer over het mechanisme waarlangs voedingsstoffen de gezondheid be?nvloeden. Maar tegelijkertijd willen we in ons onderzoek ook materiaal verzamelen voor later. In de nabije toekomst zullen we de beschikking krijgen over technologie waarmee we de duizenden genen tegelijkertijd kunnen bestuderen. Ik wil ervoor zorgen dat het onderzoeksmateriaal dan klaar ligt."

Willem Koert

Fotobijschrift:

Hoogleraar voeding en epidemiologie prof. Pieter van 't Veer: "Groenten en fruit verminderen de kans op kanker, maar welke stoffen dat effect precies veroorzaken weten we niet."

Re:ageer