Wetenschap - 1 januari 1970

Prof. Hans Lyklema, emeritus-hoogleraar Fysische chemie en kolloidkunde,

1

Prof. Hans Lyklema, emeritus-hoogleraar Fysische chemie en kolloidkunde,

Prof. Hans Lyklema, emeritus-hoogleraar Fysische chemie en kolloidkunde,

nog dagelijks op zijn werkkamer te vinden

‘Het weer was wel mooier toen ik pas begon’

Van 1962 tot 1995 was professor Hans Lyklema hoogleraar/beheerder van de
vakgroep Fysische en Kolloïdchemie. Hij was de jongste hoogleraar in zijn
dagen: nauwelijks 30 jaar. Nu is hij al bijna acht jaar met emeritaat, maar
nog elke morgen kan men hem vinden op De Dreijen in het Scheikundegebouw,
op de eerste verdieping, kamer 1024.

,,Mijn kamer is wél nog maar de helft van de kamer die ik oorspronkelijk
had, hoor!'' lacht Lyklema en het klinkt een beetje als een
verontschuldiging. Hoe regel je dat, om na je pensioen nog zoveel jaren op
je oude stek terug te kunnen komen? Lyklema, rustig, bedachtzaam, overdenkt
het antwoord.
,,Daar maak je bij de overdracht afspraken over. Ik heb een uitstekende
relatie met mijn opvolger, Martien Cohen Stuart. Maar ik bemoei me niet met
zijn zaken. Martien komt uit deze club en onze relatie is zo goed als maar
zijn kan. Eigenlijk is hij mijn 'dubbel-kleinkind'. Hij is namelijk
gepromoveerd bij Gerard Fleer en Bijsterbos, die allebei weer bij mij zijn
gepromoveerd!''
,,Het eerste jaar na mijn 'aftreden' bleef ik aan omdat er geen opvolger
voor mij was en heb dus nog een jaar als beheerder gefungeerd en twee jaar
college gegeven, tot de herfst van '97. En ik had nog elf promovendi. De
regels zijn dat je tot je zeventigste jaar je promovendi mag 'afwerken'.''
Moet een hoogleraar tot zijn zeventigste kunnen aanblijven, zoals dat een
aantal jaren geleden nog was? ''Dat moet je persoonlijk bekijken. Sommigen
zijn op hun zestigste al uitgewerkt, anderen zijn op hun tachtigste nog
heel vitaal. Wel vind ik dat de regels erg streng worden doorgevoerd. Het
bestuur zou uitzonderingen moeten kunnen maken.''
,,Een jaar na mijn vertrek werd Cohen Stuart benoemd en kon ik het aan hem
overdragen, waarbij we afspraken dat ik die kleine kamer op het lab kon
krijgen.'' Om wat te doen? Geen colleges, geen vergaderingen, geen
practica? Wat wint de vakgroep erbij?
''Goeie vraag'', zegt Lyklema. ,,Dat zou je de vakgroep moeten vragen. Ik
denk dat het een mengeling is van vriendschap en eventueel de mogelijkheid
tot raadplegen. Ik probeer mij op het schrijven van mijn boeken te
concentreren. Drie van de vijf zijn al uitgegeven. Vier en vijf,
gecombineerd, komen er aan.''
Hij toont drie flinke exemplaren, fraai uitgegeven bij Academic Press,
getiteld 'Fundamentals of Interface and Colloïd Science'.
Wijzend op een stapeltje papieren op zijn bureau: ,,Maar als je ziet wat er
hier om mij heen ligt! Verzoeken om voordrachten te geven, artikelen te
refereren, zitting te nemen in promotiecommissies, uitnodigingen voor
conferenties, mijn gasthoogleraarschap aan buitenlandse universiteiten,
onder andere in Florida, dat ik nog steeds waarneem.
Ik probeer nu zo min mogelijk te reizen. Het beste bewijs dat het menens is
met de schrijverij, is dat ik na tien keer voor het eerst niet deelneem aan
de grote F&K-conferentie. Een organisatie die ik zelf heb helpen oprichten
en die vandaag aan zijn 11e conferentie in Brazilië is begonnen.'' Er
klinkt toch iets van spijt in zijn stem.
Lyklema wordt nog altijd uitgenodigd om artikelen te schrijven in bladen,
zoals Civis Mundi. Een artikel over duurzaamheid, waarin hij de groei van
Schiphol kritisch becommentarieert. Die groei leidt tot meer gebruik van
beperkt voorradige fossiele energie en meer kooldioxide uitstoot. Schiphol
mag groeien onder strikte milieuvoorwaarden, maar die voorwaarden gaan
vrijwel uitsluitend over geluidshinder en hebben met duurzaamheid niets te
maken, aldus de professor.
Wordt er nooit gesproken over ruimtegebrek op de vakgroep?
Na enige aarzeling: ,,De vakgroep moet tegenwoordig per vierkante meter
betalen. Toen kwam de vraag: 'Kunnen we het ons nog wel permitteren om Hans
Lyklema gastvrijheid te blijven verlenen?' Ik vond het heel vervelend dat
die vraag moest worden gesteld, maar ik mag blijven. Ze hebben andere
oplossingen gevonden. Het is louter een financieel probleem.''
Hij zucht.''Tja, het weer was wel mooier toen ik pas begon. Bij mijn
afscheid zei oud-rector Henk van der Plas: ,,Wees maar blij dat je gaat, er
komt heel zwaar weer!''
De emeritus-hoogleraar, wiens allereerste student-assistent de huidige
rector-magnificus Bert Speelman was, is nu uiterst tevreden met zijn
gehalveerde kamer, waar hij rustig zijn wetenschappelijk werk kan
voortzetten. Ze zien elkaar regelmatig bij de koffie in de kantine, de
vakgroep en hij. Ze vragen hem nog wel eens om raad, maar niet zo vaak
meer.
,,Maar de collegialiteit is groot; Cohen Stuart is zelfs één van de auteurs
van mijn boeken. Ik ben een gelukkig mens. Een goede gezondheid, stabiel
huiselijk leven, de mogelijkheid om te blijven werken. Wat kan ik nog meer
wensen?''

Lydia Wubbenhorst

Fotobijschrift:
Prof. Hans Lyklema: ,,Ik heb een uitstekende relatie met mijn opvolger,
maar ik bemoei me niet met zijn zaken’’ | Foto Guy Ackermans

Re:acties 1

  • Clara van Dijk ��

    Kleine groet van ex-secretaresse rond 1975 die met blijdschap dit verhaal gelezen heeft over de afdeling Fysische en Kolloidchemie en de mensen daar!

    Reageer

Re:ageer