Organisatie - 1 januari 1970

Proeven van het echte werk

Solliciteren, bedrijven adviseren over hun toekomst en met de opdrachtgever onderhandelen over het budget. Het hoort allemaal bij het academisch mastercluster (AMC). Deze en vorige week waren de afsluitende presentaties van deze onderwijsperiode. Studenten waarderen de nabootsing van de beroepspraktijk, maar geven net als de organisatoren zelf aan dat er nog wel wat te verbeteren valt.

Studenten hebben het meestal over 'het' AMC. Maar feitelijk zijn er twee masterclusters met die naam, eentje voor studenten Omgevingswetenschappen en een algemeen vak voor studenten van andere richtingen. Daarnaast werken enkele masteropleidingen met een eigen ontwerpvak. Hbo-doorstromers kunnen, afhankelijk van wat ze al gedaan hebben, vaak kiezen of ze een AMC-vak doen of een apart vak dat meer is toegespitst op hun individuele wensen.
Qua opzet komen beide masterclusters grotendeels overeen. In groepjes van vijf of zes man werken studenten van verschillende opleidingen, en in de meeste gevallen ook verschillende nationaliteiten, aan een casus die wordt aangedragen door een bedrijf of organisatie. Coördinator van het algemene AMC dr Tjeerd-Jan Stomph: 'Wij begeleiden de bedrijven bij het samenstellen van de uiteindelijke opdrachten. Die betalen in ruil voor het eindproduct de kosten voor materialen en reizen. Daarover moeten de groepjes zelf met hun opdrachtgever onderhandelen.'

Solliciteren
Op basis van het te verwachten eindresultaat wordt met de opdrachtgever een bedrag afgesproken, en dat kan behoorlijk uiteen lopen. Het begint bij zo'n honderdvijftig euro, net genoeg voor de kosten van de eindpresentatie met lunch en koffie, maar kan oplopen tot wel 2.500 euro. Zo was er ooit een veevoederfabrikant die een groepje twee weken naar Tsjechië stuurde om daar interviews af te nemen.
Als student kom je niet zomaar in een groepje. Daarvoor moet je eerst solliciteren op één van de projecten en daarbij aangeven welke expertise je kunt bijdragen. Ook moet je solliciteren op een functie binnen het team. Hier spelen met name persoonlijke leerdoelen een rol in de indeling die de coördinatoren maken. Zij stellen uiteindelijk de multidisciplinaire groepen op, die onder begeleiding van een coach in totaal acht weken met een project aan de slag gaan. En met elkaar. Want de nadruk ligt op het werken in een groep.

Zelfreflectie
Dat is ook wat groepje 140 is bijgebleven. Na afloop van de presentaties praten ze nog wat na in de lobby van hotel De Nieuwe Wereld. Ze zijn tevreden over het bereikte resultaat en geven aan vooral veel van elkaar en over zichzelf geleerd te hebben. Al had de zelfreflectie niet voor iedereen zo uitgebreid gehoeven. 'Het is goed om stil te staan bij je leerdoelen, maar twee maanden met jezelf bezig zijn is wel wat veel van het goede', stelde een van hen.
Stomph bevestigt dat het niet alleen om de inhoud gaat. 'Wij willen voorkomen dat ze als taakgroep werken, dat iedereen zijn eigen taak uitvoert en pas op het laatst alles bij elkaar wordt gelegd. Dan krijg je nauwelijks enige groepsdynamiek en dat is nu juist wat wij ze willen meegeven.'
Toch noemt Stomph ook de kwaliteitscontrole van het eindproduct als een van de verbeterpunten. Ook denkt hij aan het invoeren van een knipkaart, waarmee groepjes binnen de universiteit advies van experts kunnen inkopen. 'Maar dat zou van de tijd voor coaching af gaan', aldus Stomph. Daarnaast wil hij de integratie met de vakonderdelen projectmanagement en communicatie verbeteren.
De studenten geven aan dat ze deze praktische vakken vooral eerder in de studie verwacht hadden. Vijfdejaars plantenwetenschapper Rob van Mullem: 'Nu we bijna klaar zijn met de studie, moeten we ineens nog essentiële vaardigheden leren. Terwijl we hiervoor al vaker projectwerk hebben gedaan. Dat is natuurlijk raar.'
Stomph zou ook liever meer eisen kunnen stellen aan de studenten die deelnemen aan het AMC. 'Ik zou studenten graag op individuele basis willen toelaten, in overleg met de studiebegeleiders. Nu is het bijvoorbeeld niet vereist dat studenten eerst een afstudeervak hebben gedaan. Het wordt gezien als een gewoon mastervak en dan kunnen ze het ook meteen in het begin van de master doen.'

Moeilijk
Dat verschil in ervaring leidt in een aantal gevallen tot problemen. Vooral groepjes waarin ook Chinese studenten zitten, geven aan dat ze hier tegenaan lopen. 'Op persoonlijk vlak kunnen we het heel goed met elkaar vinden', vertelt vijfdejaars Pplantenwetenschappen Hendrik Rietman, 'maar inhoudelijk is het gewoon teleurstellend. Ze zijn blijkbaar niet opgeleid om problemen te analyseren.'
Zijn Chinese groepsgenoot Liu Yang is het met hem eens. 'In China zijn we dit niet gewend. Wij hebben een heel ander onderwijssysteem en het is voor ons daarom heel moeilijk. Maar we hebben er veel over gepraat en zijn er samen uitgekomen.'
De klachten die studenten de eerste paar jaar hadden over de inhoud en organisatie van de ontwerpclusters lijken inmiddels grotendeels verdwenen. En al geven studenten en coaches aan best tevreden zijn, ze blijven kritisch. 'Het kan altijd beter', vinden ze beiden. / JH

Re:ageer