Wetenschap - 8 juli 2011

Proces rituele slacht leesvoer voor beleidsonderzoekers

Kan een onderzoeksorganisatie worden aangeklaagd door belangengroeperingen die het niet eens zijn met de uitkomsten van haar onderzoek? Daarover ging de rechtszaak van joodse organisaties tegen het slachtonderzoek van Bert Lambooij. De rechter verschaft leesvoer aan beleidsonderzoekers.

justitia.gif
Wie de uitspraak in zijn geheel wil lezen, kan terecht op de website van de rechtbank. De lezer moet dan eerst door een spervuur van zeer gedetailleerde vragen van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap (NIK) over rituele slacht heen, voordat de rechtbank oordeelt over de vorderingen van het kerkgenootschap. Daarbij komen fundamentele kwesties aan de orde, zoals de vrijheid van godsdienst versus de vrijheid van wetenschap en meningsuiting. De meest pregnante passages uit het vonnis staan hier samengevat. Ter verduidelijking: Bert Lambooij van Wageningen UR Livestock Research maakte de rapporten 161 en 398 in opdracht van het ministerie van LNV.
1)      Het kerkgenootschap betwist de onafhankelijkheid van het onderzoek van Lambooij. Daarover zegt de rechter: ‘’Geconstateerd moet worden dat er zorgen bestaan over de onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek dat door universiteiten en andere onderzoeksinstellingen waaronder DLO in het bijzonder in opdracht en tegen betaling wordt verricht. Daarvan getuigt het rapport ‘Wie betaalt bepaalt?’ van maart 2006, een ‘Advies aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de noodzaak van onafhankelijkheid en diversiteit van het wetenschappelijk onderzoek’. Er zijn echter geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan in concreto aan de wetenschappelijke onafhankelijkheid van de rapporten 161 en 398 moet worden getwijfeld.’’ (…) ‘’Meer in het bijzonder ligt er geen concrete zwaarwegende aanwijzing besloten dat de inhoud van de rapporten invloed van politieke of commerciële belangen heeft ondergaan, zoals NIK c.s. klaarblijkelijk veronderstellen en vrezen.’’
 
2)      Het kerkgenootschap vindt dat de rapporten inbreuk maken op de vrijheid van godsdienst, omdat het parlement op basis van deze rapporten onverdoofd slachten gaat verbieden. De rechter: ‘’Of de opdracht tot het uitbrengen van die rapporten rechtstreeks is gegeven in het kader van het thans aanhangige wetsvoorstel, is niet duidelijk. In ieder geval moet worden geconstateerd dat het wetsvoorstel een initiatiefwetsvoorstel is van het Tweede Kamerlid Thieme en niet van het ministerie is uitgegaan. Iets anders is dat die rapporten wel een rol spelen, mogelijk zelfs een grote, in het (parlementaire) debat rond dat initiatiefwetsvoorstel. Dat de beide rapporten, ook al bevatten die voor NIK c.s. onwelgevallige resultaten, conclusies en aanbevelingen, als zodanig inbreuk maken op het recht op vrijheid van godsdienst, kan niet worden gezegd.’’
 
3)      Het kerkgenootschap wil Lambooij dwingen om uitleg te geven over zijn onderzoek; anders moet hij zijn rapport intrekken. De rechter: ‘’In het kader van het debat staat het NIK c.s. volkomen vrij de juistheid van de rapporten ter discussie te stellen. Daarvoor is niet de geëigende weg om de onderzoekers en opstellers van de rapporten te dwingen commentaar te geven op in de visie van NIK c.s. bestaande omissies en onjuistheden, met het oog op een in te stellen vordering tot herziening van die rapporten. Eventuele onjuistheden of onvolkomenheden zullen in beginsel in het wetenschappelijke discours aan het licht moeten komen. Daarbij komt dat een rechterlijk ingrijpen ten aanzien van de resultaten van het onderzoek zoals die in de rapporten zijn verwoord de politieke besluitvorming zou kunnen doorkruisen.’’
 
4)      Toch geeft de rechter ook zelf een oordeel over de Wageningse rapporten:  ‘’Niet gezegd kan overigens worden dat de rapporten 161 en 398 op een of meer punten zo kennelijk of apert onjuist zijn dat van een op onrechtmatige daad gestoelde rechtsplicht tot beantwoording van een of meer vragen sprake kan zijn. De kritiek in het rapport van TNO op rapport 161 is niet zodanig dat op grond daarvan kennelijk of aperte wetenschappelijke onjuistheid valt aan te nemen. (…) Ten slotte verdient aandacht dat het in Europees verband uitgebrachte DIALREL-report tot soortgelijke conclusies en aanbevelingen komt als rapport 161, terwijl TNO geen kritiek op dat rapport heeft.’’
  
5)    En mag een onderzoeker in rapporten een oordeel geven die niet onomstotelijk met achterliggend onderzoek kan worden bewezen? Ja, vindt de rechter. ‘’Aangenomen moet worden dat personen ook in wetenschappelijke publicaties tot op zekere hoogte vrijelijk een mening of waarschuwing moeten kunnen afgeven naar aanleiding van hun onderzoek, ook al wordt die strikt genomen door de resultaten van hun onderzoek in wetenschappelijke zin niet gedekt.’’
Al met al heeft Wageningen UR niet onrechtmatig gehandeld volgens de rechter en wordt de vordering van het kerkgenootschap afgewezen.

Re:ageer