Wetenschap - 1 januari 1970

Pril ecosysteem Tanameer te kwetsbaar voor Urker visnetten

Pril ecosysteem Tanameer te kwetsbaar voor Urker visnetten

Pril ecosysteem Tanameer te kwetsbaar voor Urker visnetten


Een goedbedoeld economisch experiment in het Afrikaanse Tanameer, waarin de
EU en de Urker gemeenschap de vissersvloot op het meer moderniseerden, is
uitgelopen op een ecologische ramp. Twee Wageningse onderzoekers ontdekten
waarom. De ecologie van het meer is er nog niet aan toe. In het meer
voltrekt zich een evolutionair proces dat nog niet is afgelopen.
,,Vijftienduizend jaren geleden raakte het Tanameer van de buitenwereld
afgesloten’’, zegt ir Martin de Graaf van de leerstoelgroep Experimentele
Dierkunde. ,,Daarna begon in het meer te ontstaan wat biologen een
‘soortenzwerm’ noemen. Eén karperachtige vis in het meer evolueerde in de
loop van de duizenden jaren tot tientallen nieuwe soorten.’’
Er waren kennelijk weinig andere vissoorten waarmee de karpers moesten
concurreren, want inmiddels hebben de nakomelingen van die ene karpersoort
tientallen verschillende niches in het ecosysteem opgevuld. Bijna al de
tweeduizend karpersoorten die wereldwijd bekend zijn, eten planten. Ze
scharrelen op de bodem van meren en rivieren hun kostje bij elkaar. In het
Tanameer hebben een kleine tien karpers zich echter ontwikkeld tot
roofvissen, die jagen op kleinere karpersoorten, terwijl andere karpers
hebben geleerd om te leven van micro-organismen. Dat ze met elkaar verwant
zijn heeft De Graaf met DNA-technologie kunnen aantonen.
,,Je kunt zien dat de evolutie in het meer nog maar net een nieuwe weg is
ingeslagen’’, zegt De Graaf. ,,Als je de roofkarpers bijvoorbeeld
vergelijkt met andere roofvissen, zoals de snoek, presteren ze niet goed.’’
Biologen gebruiken de relatieve grootte van de prooidieren als maat voor de
jagerskwaliteiten van roofvissen. Een geduchte rover als de snoek pakt
vissen die half zo groot is als de snoek zelf. De roofkarpers in het
Tanameer komen niet verder dan prooidieren met een kwart van hun eigen
lichaamslengte.
,,De vissen in het meer zijn evolutionair gezien nieuwkomers’’, zegt De
Graaf. ,,Ze zijn nog maar net begonnen om zich aan te passen. Dat maakt ze
extreem kwetsbaar.’’ Dat bleek toen in de jaren negentig de visstand van
het meer dramatisch terugliep, enkele jaren nadat de EU en de Urker
vissergemeenschap lokale vissers een dozijn motorboten met kielnetten had
geschonken om de visserij op het meer te stimuleren.
De Ethiopische promovendus Eshete Dejen Dresilign werkte samen met De
Graaf. Hij ontdekte dat de vissers met hun motorboten en kielnetten het
vooral voorzien hadden op een karpersoort die zich in het voorjaar
verzamelde bij de monding van rivieren. ,,De vissen verzamelen zich om in
de rivieren kuit te schieten’’, zegt Dresilign. ,,Net zoals ze de zalm
doet. Door ze op dat moment weg te vangen stortte de visstand in.’’
Hoe teer het ecosysteem in Tana is, blijkt ook uit de cijfers. In andere
Afrikaanse meren vangen vissers jaarlijks per hectare vijftig tot honderd
kilo vis weg. In het Tanameer ligt de opbrengst per hectare op ongeveer
drie kilo vis per hectare.
,,We zeggen niet dat de moderne visserij moet stoppen’’, zegt Dresilign,
die na zijn promotie begint aan zijn nieuwe baan als visserijcoördinator
van het meer. ,,We gaan wel proberen om de visserij intelligenter te
maken.’’ In het meer, ontdekten hij en De Graaf, zitten nog meer
karpersoorten die zich in principe uitstekend lenen voor visserij, maar die
de vissers nu nog links laten liggen. ,,We hebben een karpersoort ontdekt,
die in zulke grote hoeveelheden voorkomt dat hij interessant is voor
vissers’’, zegt Dresilign. ,,Ik weet alleen nog niet hoe ze die het beste
zouden kunnen vangen. Ik heb het ’s nachts geprobeerd met lichten, zoals
vissers dat ook op andere Afrikaanse meren doen. Maar dat was geen
succes.’’
Na hun gezamenlijke promotie gaan De Graaf en Dresilign hun bevindingen
onder de aandacht brengen van de lokale bevolking brengen. Zo proberen ze
de visserij te verbeteren. ,,We hebben daarvoor van de NWO geld gekregen’’,
zegt De Graaf, die erop vertrouwt dat het project zal slagen. ,,Dresilign
is door de Ethiopische regering benoemd tot coördinator en kent alle
vissers, transporteurs en verwerkers persoonlijk. Tot nu toe is de
combinatie van zijn kennis en status en mijn blanke arrogantie erg
succesvol gebleken.’’ |
W.K.

Martin de Graaf en Eshete Dejen Dresilign promoveerden op 2 september bij
prof. Jan Osse, hoogleraar in de Algemene dierkunde.

Een aantal barbelen in het Tanameer heeft zich ontwikkeld tot roofvissen.
In vergelijking met roofvissen als de snoek presteren deze vissen niet zo
goed. | Foto Experimentele dierkunde, WU

Re:ageer