Wetenschap - 5 oktober 2006

Praten kan vooroordelen ontkrachten én bevestigen

Op een plein in een grote Nederlandse stad is een conflict ontstaan tussen hangjongeren en buurtbewoners. De groepen zien elkaar dagelijks, maar praten zelden met elkaar. Binnen de groepen wordt wel veel over ‘de tegenpartij’ gesproken. Communicatieonderzoeker ir. Maartje van Lieshout ontdekte dat deze gesprekken binnen de eigen groep de vooroordelen over de andere groep bevestigen.
Van Lieshout onderzocht in groepsgesprekken de interactie tussen de groepen en legde de resultaten vast in een boekje in de serie Boundaries of Space van de sectie Communicatiewetenschap.
Bij aanvang van het onderzoek klaagden de omwonenden van het plein over overlast en criminaliteit. De jongeren hadden een ander probleem: stigmatisering door de bewoners van alle jongeren, terwijl maar een enkeling crimineel gedrag vertoonde. De onderzoekster bracht de groepen uiteindelijk met elkaar in gesprek, en stelde vast dat ze toen op zoek gingen naar gezamenlijke problemen en oplossingen, onder andere door de politie en de gemeente aan te wijzen als nieuwe gezamenlijke vijand.
Aanvankelijk was Van Lieshout blij met dat resultaat: ze had een aanwijzing gevonden dat vastgeroeste vooroordelen kunnen veranderen als buurtbewoners en jongeren met elkaar praten. In interactie ontstaan nieuwe ideeën. Maar het is de vraag of de nieuwe ideeën wel beklijven, zegt Van Lieshout, want in de eigen groep is een tegengesteld proces bezig dat bestaande vooroordelen bestendigt.
Van Lieshout onderzocht ook de houding van de lokale overheid. Overheden zien niet altijd dezelfde problemen als de betrokken burgers. Daarnaast bleek het lastig voor ambtenaren om samen met de betrokken bewoners tot oplossingen te komen. Voor bewoners belangrijke veranderingen aan het plein – zoals het aanbrengen van meer verlichting - bleken voor de gemeente soms moeilijk uitvoerbaar.

Re:ageer