Wetenschap - 1 januari 1970

Praktijkonderzoek vreest verlies band met bedrijfsleven

Praktijkonderzoek vreest verlies band met bedrijfsleven

Praktijkonderzoek vreest verlies band met bedrijfsleven

Geregeld staan er bij het Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente (PBG) om zeven uur 's morgens al telers op de stoep, net klaar bij de veiling, om onderzoekers te adviseren over hun proeven. Dat nauwe contact met het bedrijfsleven moet blijven bestaan, ook als het PBG opgaat in het Plantaardig Praktijkonderzoek en ook als dit op zijn beurt onderdeel wordt van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Dit zeggen directeur dr ir Hein van Holsteijn en de hoofden van de beide onderzoeksafdelingen, dr ir Leen Davidse en dr ir Nico van Steekelenburg


Het PBG kent een bewogen geschiedenis van fusies en afsplitsingen. Het is in 1995 opgericht door samenvoeging van het Proefstation voor Tuinbouw onder Glas in Naaldwijk en het Proefstation voor de Bloemisterij in Aalsmeer plus de proeftuinen in Horst, Klazienaveen en Rijnsburg

Is het PBG inmiddels een echte eenheid geworden? Davidse benadert het positief: Het is een diamant met verschillende facetten, geen eenheidsworst. De glastuinders in het Westland hebben vanouds een andere mentaliteit dan de bloementelers rond Aalsmeer en dat straalt uit naar het praktijkonderzoek. De bloementelers hebben veel meer gewassen, ze hebben ook meer een handelsmentaliteit, zijn individualistischer en zien elkaar eerder als concurrenten. Het Westland kent een paar hoofdteelten en de tuinders zijn eerder geneigd dingen gezamenlijk te doen. Van Steekelenburg, die al sinds 1973 in Naaldwijk werkt en sinds 1995 ook in Aalsmeer, ziet een groeiproces in de samenwerking tussen de beide vestigingen. Neem bijvoorbeeld nitraatonderzoek in sla; dat wordt nu ook uitgevoerd door een fysioloog in Aalsmeer. Dat was vijf jaar geleden ondenkbaar. Onderzoek naar gewasbeschermingstechnieken loopt ook over de groenten en bloemen heen.

De proefstations in het Westland en Aalsmeer dateren uit respectievelijk 1900 en 1899. Op 1 april van dit jaar werd het jubileumjaar geopend met een blik op het verleden en de toekomst. Directeur Van Holsteijn greep de woelige geschiedenis aan om tegenover het personeel de betrekkelijkheid van het onzekere heden aan te geven: Als we kunnen relativeren, kunnen we deze tijd ook gezond overleven.

Verkassen

Zeven proefstations met veertien locaties, verspreid over heel Nederland, moeten worden ondergebracht in oon onderzoeksinstituut, het Plantaardig Praktijkonderzoek. Tegelijk moet het praktijkonderzoek verzelfstandigen en als een onderneming gaan werken

De vorming van het Plantaardig Praktijkonderzoek maakt veel discussie los. We zoeken naar de meerwaarde, zegt Van Holsteijn. Die ziet hij in een efficiƫnter managementondersteuning op termijn en meer samenwerking in het onderzoek. De tuinbouw kan bijvoorbeeld leren van de biologische landbouw en de landbouw kan leren van biologische bestrijding in de tuinbouw. Ook bij bedrijfseconomisch onderzoek en het opzetten van kwaliteitszorgsystemen kunnen de verschillende land- en tuinbouwsectoren samenwerken

Een punt dat veel discussie oplevert, is de vraag of het PBG daadwerkelijk moet verkassen naar Wageningen. Dat zou tientallen miljoenen guldens aan investeringen kosten. En wie wil die nu betalen?, vraagt Davidse zich af. Cijfers over de financiering van de plannen zijn nog niet bekend. Over de bruidsschat die het praktijkonderzoek meekrijgt bij verzelfstandiging, wordt nog onderhandeld tussen het ministerie van LNV en Wageningen UR

Bovendien is het de vraag of de band met de praktijk in Wageningen net zo nauw kan blijven als nu in Aalsmeer en het Westland. Deze band is vitaal: het praktijkonderzoek kan niet zonder. Dit punt benadrukken zowel de directeur als de afdelingshoofden, waarbij ze elkaar steeds aanvullen. Het bedrijfsleven zal bij de fusie randvoorwaarden stellen: directe toegang tot het onderzoek, herkenbaarheid voor de sector, een gunstiger prijs-kwaliteitsverhouding. We mogen onderweg geen klanten verliezen. We moeten de glastuinbouw als klant behouden. Er zijn grote telers die ook bedrijven hebben in Israƫl of Spanje. Zij zijn voor hun onderzoeksopdrachten niet gebonden aan Nederland.

Van Holsteijn vindt dat de vorming van het Plantaardig Praktijkonderzoek en de samenwerking met Wageningen UR twee aparte stappen moeten zijn. Je moet eerst zorgen voor een goede eenheid van het Plantaardig Praktijkonderzoek. Dan pas kun je kijken hoe je samen met Wageningen UR wat kunt doen. Ik denk dat het heel wat tegelijk is als je ook alles direct in Wageningen in elkaar wilt schuiven. We moeten oppassen dat we onze mensen, onze klanten en onze motivatie niet verliezen.

Contractonderzoek

Het praktijkonderzoek is een brug tussen wetenschap en praktijk. De tuinbouwsector heeft steeds meer behoefte aan wetenschappelijke gegevens. Glastuinders werken steeds geavanceerder. Ze volgen de groei van het gewas en stimuleren of remmen de planten zo dat het product precies op de afgesproken tijd optimaal bij de afnemer komt. Daarvoor zijn groene vingers al lang niet meer voldoende. Computers zijn een onmisbaar hulpmiddel geworden

De scheiding tussen praktijkonderzoek en onderzoek van DLO is beslist niet waterdicht. DLO-instituten begeven zich steeds meer op het terrein van het praktijkonderzoek, constateert Van Steekelenburg. Zij hebben zich noodgedwongen eerder op de markt geprofileerd dan wij. Nu is dat voor ons ook nodig. Dezelfde klant wordt door verschillende organisaties benaderd voor hetzelfde onderzoek. Het afdelingshoofd verwacht dat er straks binnen Wageningen UR een betere afstemming zal zijn

Het PBG zal actiever de markt op moeten. Nu komt dertig procent van het onderzoeksbudget van het ministerie van LNV. Het tuinbouwbedrijfsleven draagt via het Productschap Tuinbouw ruim veertig procent bij. De rest komt van subsidies van bijvoorbeeld NOVEM en de EU en van contractonderzoek voor bedrijven. Omdat de overheid zich steeds meer terugtrekt, probeert het PBG meer subsidies en contractonderzoek los te krijgen

De opdrachten van bedrijven, telerscombinaties en individuele telers betekenen vaak geheimhouding. Voorheen was alles openbaar. Afdelingshoofd Davidse: Nu zijn de resultaten voor de opdrachtgever, als hij het onderzoek voor honderd procent gefinancierd heeft. Maar de kunstjes en technieken waarmee we deze onderzoeksresultaten behalen, willen we buiten het contract houden. Onze expertise kunnen we niet weggeven, dat is onze bestaansbasis.Marian Hagg

Re:ageer