Wetenschap - 11 januari 2001

Praktijkonderzoek Veehouderij nu bij Wageningen UR

Praktijkonderzoek Veehouderij nu bij Wageningen UR

Het Praktijkonderzoek Veehouderij (PV) is per 1 januari van start gegaan en valt nu onder Wageningen UR. De nieuwe organisatie is ontstaan uit het Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden, het Praktijkonderzoek Varkenshouderij, het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, het Agrarisch Telematica Centrum en de regionale praktijkcentra voor de veehouderij. In het PV werken totaal 240 mensen.

Het Praktijkonderzoek richt zich met het onderzoek op de praktiserende veehouder. Deze moet wat kunnen doen met de uiteindelijke resultaten. De onderzoeksvragen gaan over zaken als huisvesting, voeding, bemesting, fokkerij, milieu, natuur, welzijn en mechanisatie.

Het PV wordt onderdeel van de Kenniseenheid Dier, samen met het departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit, het instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-Lelystad), het instituut voor visserijonderzoek RIVO in IJmuiden en de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.

Het hoofdkantoor van het PV is gevestigd in Lelystad. Vanouds lag daar al het belangrijkste onderzoekscentrum voor rundvee, schapen en paarden, de Waiboerhoeve. Een proefaccommodatie voor varkens verrijst daarnaast, ter vervanging van de hoofdvestiging in Rosmalen. Daarna volgt die van de pluimveehouderij, die nog in Beekbergen zit. Daarnaast zijn er vijf proefbedrijven voor de melkveehouderij verspreid over Nederland en twee voor de varkenshouderij.

Het praktijkonderzoek kent twee belangrijke opdrachtgevers: het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de productschappen. Samen zorgen zij voor zo'n zestig procent van de omzet. Voor het ministerie werkt het PV in programma's die verschillende jaren lopen. Wel moeten de onderzoekers elk jaar een werkplan indienen. Het PV voert voor 13,1 miljoen gulden aan onderzoek uit voor het ministerie.

Voor de productschappen werkt het PV op basis van projecten die doorgaans kleiner zijn dan programma's. Dit onderzoek gebeurt in samenspraak met de veehouders, die via heffingen meebetalen aan het onderzoek. Hiermee is 13,6 miljoen gulden gemoeid.

Daarnaast zijn er nog vele organisaties en bedrijven die onderzoek laten uitvoeren. Totaal gaat het hier om negen miljoen gulden.

Het PV heeft ook opbrengsten. Kennisproducten, zoals handboeken of inleidingen, leveren zo'n 1,7 miljoen gulden op. De verkoop van melk, vlees, eieren en pelzen brengt nog eens 10,4 miljoen gulden op.

Leonore Noorduyn

foto's PV

Hoogst effici?nte melkproductie

Het high-tech bedrijf voor melkvee in Lelystad is een van de paradepaardjes van het Praktijkonderzoek Veehouderij. Het doel is om met arbeidsbesparende technieken een zo laag mogelijke kostprijs te halen per kilo melk. De melkveehouderij heeft een lage kostprijs nodig om te kunnen concurreren op de wereldmarkt. Het Productschap voor Zuivel, een van de twee belangrijkste opdrachtgevers van het PV, is vooral ge?nteresseerd in dit soort technisch inhoudelijk onderzoek.

Het proefbedrijf heeft een quotum van 800.000 liter melk. Dat is twee maal zo veel als gemiddeld in de melkveehouderij. Doel is om dit quotum vol te melken op een eenmansbedrijf. Melken neemt normaliter al gauw drie tot vier uur per dag in beslag. Een melkrobot is daarom onontbeerlijk in de high-tech stal.

Het bedrijf heeft maar ??n melkrobot. In de praktijk kan een robot 600.000 kilo per jaar aan. Het proefbedrijf haalt al meer dan 700.000 kilo per jaar, terwijl het pas twee jaar volledig draait. Het PV wil de productie per robot nog verder verhogen. Dat kan door onder andere de handlingtijd zoals aansluiten van de robot op de koe en reinigen van de uier, te verkorten. Maar ook een hogere productie per keer dat de koe de robot bezoekt, verhoogt de effici?ntie.

Een hoge effici?ntie is verder alleen te halen als de koeien het hele jaar door op stal blijven en niet 's zomers de wei in gaan. Daarom is de stal zo gemaakt dat de koeien het ook bij warm weer comfortabel hebben. Een speciaal zaagtanddak en open zijwanden met windbreekgaas zorgen voor veel frisse lucht in de stal zonder dat het hard waait. De openingen van het dak zijn naar het noorden gericht zodat er wel veel licht de stal binnenkomt maar geen direct zonlicht. Isolatie in het dak voorkomt opwarming in de zomer. In de boxen kunnen de koeien op speciale koematrassen liggen.

Wat nog veel tijd kost, is het voeren. De onderzoekers denken nu na over de mogelijkheid om ook dat te automatiseren. Twee jaar geleden waren die systemen nog te duur. Nu lijkt het erop dat de voordelen opwegen tegen de kosten.

De onderzoekers zijn tevreden over de resultaten tot nu toe. Ze overwegen zelfs om het doel te verhogen naar een miljoen liter melk. "Er zijn nog genoeg technische verbeteringen mogelijk," zegt projectleider dr. ir. Agnes van den Pol hoopvol.

Aandacht voor biologische varkens

Het Praktijkonderzoek Veehouderij besteedt heel bewust aandacht aan onderzoek voor de biologische sector. Het Praktijkcentrum voor duurzame en biologische varkenshouderij in Raalte is er speciaal voor ingericht. Een deel van de varkens wordt er gehuisvest in een biologisch, een deel in een scharrel- en een deel in een duurzaam gangbaar houderijsysteem. In april gaat bovendien de schop voor de nieuwbouw de grond in, waarna de eenheid biologische varkens als eerste wordt opgeschaald naar honderd zeugen en zevenhonderd vleesvarkens. Tegen die tijd gaat zo'n twintig procent van het budget van LNV voor varkensonderzoek richting biologische varkenshouderij.

Het onderzoek is hard nodig. Op dit moment is twee promille van de Nederlandse slachtvarkens biologisch. Iedere biologische varkenshouder probeert zijn eigen problemen op te lossen.

Het PV richt een groot deel van zijn onderzoek op de voeding. Voer is de grootste kostenpost voor de biologische varkenshouder. Bovendien is het lastig voldoende eiwit via het voer aan de biologische varkens te verstrekken. Synthetische aminozuren zijn verboden en dierlijke eiwitten ook.

Een ander belangrijk probleem is de gezondheid van de biologische varkens. Zij hebben meer dan traditionele varkens last van infecties door parasieten, die ze buiten oplopen. Het PV wil proberen of kruidenmengsels de weerstand van de varkens verhogen. Ook is onduidelijk hoeveel mineralen uit de mest verloren gaan als de varkens in de wei lopen.

In het hok lopen biologische zeugen los waardoor ze vaak hun biggen per ongeluk dooddrukken als ze gaan liggen: twintig procent van de biggen overleeft de kraamperiode niet. Bij traditionele varkens, waarbij de zeug tussen ijzeren beugels ligt en de biggen los rondlopen, is dat gemiddeld twaalf procent. Het PV wil gaan experimenteren met de breedte van het hok, het strotype, ruwheid van de vloer en het klimaat om de sterfte omlaag te brengen. Maar ook de zeug zelf kan een rol spelen. Zo blijken jonge zeugen minder biggen te verdrukken dan oudere. Mogelijk komen zij makkelijker weer overeind als ze gaan liggen. Wie weet is hier een soort training van de zeugen mogelijk. Maar het kan ook betekenen dat de traditionele varkens, waar de biologische varkenshouders mee werken, fysiek niet goed ontwikkeld zijn. Het onderzoek zal hierover uitsluitsel moeten geven.

Re:ageer