Wetenschap - 1 januari 1970

Praktijkonderzoek Veehouderij in zwaar weer

Praktijkonderzoek Veehouderij in zwaar weer

Praktijkonderzoek Veehouderij in zwaar weer


Het Praktijkonderzoek van de Animal Sciences Group zal de komende jaren
miljoenen euro’s minder krijgen van zijn belangrijkste geldschieters, het
ministerie van LNV en de productschappen. Interim-hoofd prof. Pim Brascamp
wil een deel van de klap opvangen door zich te richten op regionale
inrichtingsvraagstukken.

Vorige maand trad hoofd van het praktijkonderzoek Henk Wentink terug, omdat
hij zich volgens een bericht in de Animal Sciences Krant, niet geschikt
achtte om het komende veranderingsproces te leiden. Sinds die tijd is
Brascamp interim-hoofd van het praktijkonderzoek. Brascamp wil niet zeggen
hoe groot het gat op de begroting van het praktijkonderzoek precies is.
,,Dat is een goed bewaard geheim, en dat hou ik graag zo.’’ Hij wil alleen
kwijt dat de financiering van het ministerie en de productschappen naar
verwachting met enkele miljoenen zal teruglopen. ,,Dat wisten we natuurlijk
al een poosje. We proberen daarom nieuwe opdrachtgevers te vinden. Maar dat
lukt, zeker in het huidige economische klimaat, niet van de ene op de
andere dag.’’
De Animal Sciences Group, waarvan het praktijkonderzoek deel uitmaakt,
heeft van de raad van bestuur van Wageningen UR daarom drie jaar de tijd
gekregen om nieuwe markten aan te boren. Zeker het komend jaar zullen er
dan ook geen gedwongen ontslagen vallen. Wel zal zeer kritisch gekeken
worden naar de verlenging van tijdelijke contracten. Brascamp: ,,Verder
zullen wij wel van mensen vragen flexibel te zijn. Je kunt nu even niet
zeggen, ik ben opgeleid als timmerman, dus ik wil alleen maar timmeren.’’
Volgens Brascamp zal het dierkundig praktijkonderzoek op twee manieren aan
nieuwe opdrachtgevers moeten komen: door te zoeken in het buitenland, en
door de praktijkcentra een rol te laten spelen bij de ontwikkeling van de
eigen regio. ,,Als we ons louter blijven richten op experimenteel onderzoek
hebben we nu veel te veel capaciteit. We kunnen de centra alleen behouden
als ze een bredere functie krijgen in de regio. Brascamp wil daarom onder
andere gaan samenwerken met Alterra, het onderzoeksinstituut voor de Groene
ruimte. Het interim-hoofd noemt het praktijkcentrum in Zegveld als een goed
voorbeeld. Dat centrum speelt nu al een rol bij lokale discussies over de
inrichting van de streek, en bijvoorbeeld het waterpeil in de sloten. |
K.V.

Re:ageer