Organisatie - 27 maart 2008

‘Praat over verkeerd gedrag’

Studenten kunnen intimiderend, denigrerend of pesterig gedrag van docenten en medestudenten melden bij Carla Haenen, vertrouwenspersoon voor studenten van Wageningen Universiteit, of bij Inge Koenis, één van de vertrouwenspersonen bij Van Hall Larenstein. ‘De klagers zelf zijn er niet altijd mee geholpen, maar zo kan de organisatie wel proberen om herhaling te voorkomen en een beter klimaat laten ontstaan.’

Inge Koenis en Carla Haenen
Een studente heeft een afspraak met haar begeleider over haar thesis. De begeleider maakt onvriendelijke opmerkingen en reageert boos. De studente weet niet wat de aanleiding daarvoor is. Hij gaat ook vlak voor haar staan, haar net niet aanrakend. Ze vindt het onprettig en voelt zich geïntimideerd. Maar er iets van zeggen durft ze niet, bang voor een lager cijfer voor haar verslag.
Ander voorbeeld: een student gaat naar zijn examinator voor uitleg over de fouten die hij maakte in het examen. De examinator legt een en ander uit en gaat daarbij erg dicht tegen de student aanzitten. De student vindt dit vervelend en schuift een stukje op. Tot zijn schrik schuift de examinator weer zijn kant op. De student voelt zich zo opgelaten over het gedrag van de examinator dat hij zich niet meer kan concentreren.
Deze voorbeelden zijn verzonnen. Maar volgens vertrouwenspersoon Carla Haenen van Wageningen Universiteit komen dit soort situaties regelmatig voor. Ruim een jaar is Haenen naast haar functie als decaan de vertrouwenspersoon voor studenten van Wageningen Universiteit. De vijf jaar daarvoor konden studenten alleen terecht bij een vertrouwenspersoon die ook werkte voor WU-personeel, maar omdat studenten over medewerkers kunnen klagen, kan het prettiger zijn die functies te scheiden.
Na haar aantreden heeft Haenen voor studenten een Nederlands- en Engelstalige folder uitgebracht om duidelijk te maken wat een vertrouwenspersoon kan betekenen en wat ongewenst gedrag is. Daaronder valt alle gedrag dat je zo hinderlijk vindt dat je er last van hebt tijdens je studie. Pesten, (seksuele) intimidatie, bedreigingen, stalken en roddelen zijn vormen van ongewenst gedrag.
Omdat na haar aantreden het aantal meldingen steeg, werd snel duidelijk dat er behoefte is aan een vertrouwenspersoon voor studenten. Haenen kan wegens de vertrouwelijkheid niet zeggen hoeveel klachten er zijn en geen feitelijke gevallen beschrijven, daar is ze heel duidelijk in. ‘Studenten moeten in alle vertrouwen zaken kunnen vertellen en zich zo vrij mogelijk voelen. De drempel moet zo laag mogelijk zijn.’ Als een student zich daar prettiger bij voelt spreekt Haenen bijvoorbeeld ook ergens anders af dan in haar werkkamer in Forum.

Kwetsbare positie
De meldingen van studenten gaan vrijwel allemaal over personeel. Dat is niet vreemd, want in de hiërarchische verhouding met docenten zitten studenten in een kwetsbare positie, aldus Haenen. ‘Een één-op-éénrelatie is per definitie gevoeliger voor ongewenst gedrag dan wanneer er drie of meer mensen bij betrokken zijn.’ Over collega-studenten ontving Haenen nauwelijks klachten, maar naar het waarom kan ze slechts gissen.
Het werk is in eerste instantie luisteren. Haenen. ‘Als vertrouwenspersoon sta je per definitie achter de melder. Mijn eigen mening is niet zo relevant. Ik probeer vooral duidelijk te krijgen wat iemand raakt. Studenten zijn vaak al opgelucht als ze er over hebben kunnen praten.’
Wat er uit het eerste gesprek volgt hangt helemaal af van de klager. Voor sommigen blijft het bij praten, maar Haenen gaat op verzoek – al dan niet samen met de student – in gesprek met de persoon waarover wordt geklaagd. Hoe die reageert verschilt per gesprek. ‘De een reageert rustiger dan de ander. Dat hangt natuurlijk ook af van het onderwerp waar iemand mee komt. Mensen zijn zich ook niet altijd bewust van hun gedrag. Gedrag kan heel anders uitpakken dan je het bedoelt.’
Het gebeurt echter regelmatig dat studenten zeggen dat ze er tot het moment dat ze zijn afgestudeerd niets mee willen doen. Dat vindt Haenen soms lastig. ‘Ik ben vertrouwenspersoon geworden omdat ik een bijdrage wil leveren aan hoe we hier met elkaar omgaan. Ik wil opkomen voor de studenten. Ik vind het wel eens moeilijk als een student aangeeft niets meer te willen dan een melding. Maar wat ik vind is niet belangrijk. Je moet respecteren wat een student wil. Ik vraag dan wel of iemand er over na wil denken om het na het behalen van het diploma toch nog eens op te pakken.’

Drempel
Bij Van Hall Larenstein in Velp en Wageningen kregen de vertrouwenspersonen afgelopen jaar geen meldingen over ongewenst gedrag. In Leeuwarden zijn er wel studenten met klachten, vertelt vertrouwenspersoon Inge Koenis. Het aantal officiële gesprekken is gemiddeld zo’n drie per jaar, naast twee keer zoveel informatieve gesprekken. De drempel blijkt nog steeds hoog te liggen, en dat moet veranderen, vindt Koenis. ‘Waar ik zelf van geschrokken ben is dat studenten bang zijn om te praten omdat ze nog een punt moeten halen bij een docent. De situatie lijkt hier erg open, studenten weten vaak beter hoe mijn collega’s in elkaar zitten als je ze hoort praten over hoe je bij een bepaalde docent een goed cijfer kunt krijgen. Maar bij ongewenst gedrag is de drempel hoog en ben je gauw maanden verder voor ze wat vertellen.’
In Leeuwarden gaan meldingen vaak over denigrerend en intimiderend gedrag. Ook Haenen krijgt veel klachten over intimiderend gedrag en seksueel intimiderend gedrag. Het kan een opmerking zijn over de kleding van een student, of het feit dat met een begeleider bij herhaling om onduidelijke redenen geen afspraak te maken valt. Haenen: ‘Ik merk dat studenten ook wel eens twijfelen of het nu echt ongewenst gedrag was.’
Het zijn niet alleen vrouwen die klachten hebben over gedrag van mannen. Er komen ook mannen klagen over mannen en vrouwen over vrouwen. Koenis ziet meer vrouwelijke dan mannelijke studenten met klachten over medewerkers - in Leeuwarden zijn dit merendeels mannen. Onder de universitaire studenten die Haenen bezoeken zitten verhoudingsgewijs veel internationale studenten, zowel mannen als vrouwen. Hoe dat komt, is niet duidelijk. ‘Ik doe dit werk te kort om daar uitspraken over te doen.’

Veilig klimaat
Wageningen Universiteit heeft alleen een vrouw als vertrouwenspersoon voor studenten, en niet zoals bij de hogeschool zowel een man als een vrouw, maar dat is volgens Haenen geen probleem. ‘Misschien zie ik de studenten die daar wel een probleem mee hebben niet, maar mocht iemand er mee zitten dan kan ik de student ook doorsturen naar een mannelijke collega voor personeelsleden. Ik denk alleen dat of mensen je in vertrouwen durven nemen afhankelijker is van je opstelling dan van je geslacht.’
Studenten die vinden dat iets niet in orde is, moeten dit aan de kaak stellen, benadrukt Koenis. ‘Volgens de arbowet worden vertrouwenspersonen aangesteld door directies of raden van bestuur omdat deze ernaar moeten streven een goede werk- en studiesfeer te creëren. Daarom moet verkeerd gedrag gemeld worden; medewerkers én studenten hebben de plicht zaken te melden als ze denken dat die niet door de beugel kunnen, omdat deze praktijken niet op andere manieren zichtbaar kunnen worden gemaakt. Zelf zijn ze daar soms niet mee geholpen, maar zo kan de organisatie wel proberen om herhaling te voorkomen en daardoor een beter klimaat laten ontstaan. Vertrouwenspersonen zijn er dus ook voor om de directie te helpen bij het ontwikkelen van een klimaat waarin iedereen zich thuis voelt. Sensor zijn we allemaal. Iemand die het op de gang heeft over ‘die oude barbiepop bij ons op de afdeling’ spreek ik ook aan’, zegt Koenis.
Als ze een paar meldingen krijgt over dezelfde persoon, gaat ze naar de directeur, zegt Koenis. ‘Dat staat niet op gespannen voet met vertrouwelijkheid. Ik zeg natuurlijk niet waar ik het vandaan heb. Mijn rol is informatie verzamelen, of die nu van meldingen komt of van andere geluiden die ik heb opgevangen.’
Ook Haenen maakt, als bepaalde situaties vaker voorkomen, soms melding van een ongewenste situatie, daarbij de betrokken studenten afschermend. ‘Studenten moeten zich hier prettig kunnen voelen.’ Ze vindt dat Wageningen UR moet aanmoedigen dat ongewenst gedrag wordt gemeld. ‘Mijn ervaring is dat studenten het prettig vinden om hun verhaal te kunnen vertellen. Het gesprek is altijd vertrouwelijk en de student bepaalt zelf of hij of zij er verder iets mee wil doen.’

Informatie over de vertrouwenspersoon voor WU-studenten is te vinden op de website van de universiteit, bij studentenbegeleiding. Een afspraak maken met Carla Haenen kan via vpstudent@wur.nl. Informatie voor VHL-studenten staat op intranet.

Re:ageer