Wetenschap - 10 september 2015

PowerPoint legt wetenschappelijke onzekerheid bloot

tekst:
Roelof Kleis

Waarom zijn wetenschappelijke PowerPoint presentaties vaak zo slaapverwekkend saai? Dat kom door spreekangst en onkunde, zegt onderzoeker Brigitte Hertz. Wetenschappers gebruiken PowerPoint teveel voor zichzelf en niet voor het publiek.

Je hoeft maar een conferentie, congres of symposium binnen te lopen en je loopt er tegen aan: slechte PowerPoint presentaties. Wetenschappers die druk bezig zijn met hun overvolle slides, maar het publiek nauwelijks zien zitten. Letterlijk, omdat ze voortdurend naar de projectie turen. Het geheel gepresenteerd in slecht verstaanbaar Engels. Ongetwijfeld goede wetenschap, maar beroerd voor het voetlicht gebracht. Hoe komt dat? Ligt het misschien aan Power- Point? Brigitte Hertz heeft een heel stellig antwoord op die vraag. Zij schreef het op in het proefschrift Spotlight on the presenter dat ze gisteren verdedigde.

Nee, is haar stellige overtuiging. Het programma zelf is niet de oorzaak van al die slechte presentaties. Het zit ‘m in de manier waarop wetenschappers PowerPoint gebruiken. ‘De belangrijkste fout is dat mensen PowerPoint voornamelijk voor zichzelf gebruiken en niet voor het publiek’, legt Hertz uit. ‘Ze gebruiken PowerPoint om de structuur van hun presentatie te onthouden en de woorden die ze willen gebruiken. En dat is niet handig. Als je een presentatie wilt geven, moet het publiek het uitgangspunt zijn. Hoe doe je het publiek een plezier? Hoe zorg je dat het publiek de aandacht erbij houdt, begrijpt wat je wilt vertellen en dat het liefst ook nog onthoudt? Die drieslag, daar moet je als presentator alles voor uit de kast halen. Het getuigt van een professionele houding om eerst aan het publiek te denken en niet aan jezelf.’

Hertz deed jarenlang studie naar het gebruik van PowerPoint door onderzoekers tijdens wetenschappelijke conferenties. Aanvankelijk vroeg ze bij van tal van congressen de Power- Points op om vervolgens te turven op het aantal gebruikte slides, het aantal woorden en de hoeveelheid plaatjes per slide. ‘Maar dat bleek een veel te statisch gegeven. Het gaat er juist om wat de presentatoren met die slides doen. Zo’n presentatie is een performance, een optreden. Het gaat om het complete plaatje van de slides en handelingen van de presentator.’ Ze filmde vervolgens ook wetenschappers, turfde hun presentatiegedrag en zocht naar relaties tussen dat gedrag en de gebruikte slides. Een monnikenwerk.

De resultaten van de diverse studies bevestigen de veelgehoorde klachten over praatjes met PowerPoint. Ja, de gemiddelde slide bevat te veel woorden. Sociaal wetenschappers spannen de kroon met liefst vijftig woorden per slide, twee keer zoveel als de PowerPoint-goeroes aanbevelen. Ja, er worden te weinig plaatjes gebruikt. Een plaatje per drie slides (taalwetenschappers) is al veel. En ja, presentatoren wenden zich voortdurend tot hun eigen slides: gemiddeld drie keer per minuut. Bij gebruik van dynamische slides, waar telkens nieuwe elementen ‘in komen vliegen’, gebeurt dat nog veel vaker. Bovendien kondigen weinigen hun slides aan of leiden ze in. Dat alles leidt niet alleen tot saaie praatjes, maar vooral ook tot een weinig effectieve manier van kennisoverdracht.

Maar dat is dus niet de schuld van Power- Point, vindt Hertz. Het ligt aan de onkunde van de wetenschapper. ‘PowerPoint brengt een extra variabele op het toneel, waar je iets mee moet doen. Je moet de aandacht van het publiek sturen, maar wetenschappers leren niet hoe ze dat retorisch op moeten lossen. Dat vind ik eigenlijk wel schokkend. Er zijn tal van leerboeken over PowerPoint, maar niemand die ze leest.’ Hertz noemt PowerPoint een tweesnijdend zwaard. ‘Iedereen gebruikt het programma, omdat het zo gebruikersvriendelijk is. In no time maak je professioneel ogende slides. Dat is de positieve kant. De negatieve kant is dat je je nogal wat op de hals haalt wat betreft presentatievaardigheden en kennis die je eigenlijk moet hebben over hoe het publiek reageert. Mensen denken te makkelijk dat ze het wel kunnen. Maar ze gebruiken iets waarvan ze niet weten wat voor effect het heeft op het publiek.

PowerPoint is eigenlijk presenteren voor gevorderden, vindt Hertz. Maar ze wil niet zover gaan om het beginners te verbieden. ‘Ik benader het iets liefdevoller. Ik wil mensen niet met bibberende knieën het podium opsturen. Power- Point als steuntje in de rug wil ik mensen niet ontnemen.’ Want dat steuntje hebben velen juist wel nodig, blijkt uit de vele interviews met wetenschappers die Hertz deed. PowerPoint is vooral zo populair omdat het houvast biedt aan mensen met spreekangst. Maar daar zit precies de valkuil blijkt uit de studie van Hertz, want hoe meer spreekangst, hoe drukker en voller de slides. In het ergste geval worden die lappen tekst dan ook nog woordelijk voorgelezen.

Mensen gebruiken PowerPoint voornamelijk voor zichzelf en niet voor het publiek

Intrigerend bij dit alles is dat wetenschappers heel duidelijke beelden hebben bij een goede presentatie. Hertz: ‘Als ik ze daar naar vraag komen er altijd zo’n beetje dezelfde kenmerken uit. De spreker moet relaxt zijn, visie hebben en humor. Dan vraag ik: en stop je dat zelf ook in je presentatie? Nee, dat is veel te eng, want die en die zitten in de zaal, mensen gaan misschien vragen stellen en ik wil serieus overkomen. Er zit een hele grote tegenstelling tussen wat mensen zelf leuk vinden om te horen en wat ze denken dat ze moeten doen als ze daar zelf op dat podium staan.’ Hertz verklaart die discrepantie uit de fundamentele onzekerheid waarin wetenschappers verkeren. ‘Presenteren is een heel spannend gebeuren door de cultuur van de wetenschap. In de wetenschap beweer je iets en dat blijft overeind totdat iemand anders zegt dat het niet waar is. Dus sta je elke keer als je presenteert te wachten totdat iemand je onderuit schopt. Wetenschappers zijn opgeleid om enorm kritisch te zijn. Ze zoeken naar de valkuilen. Is de methodologie wel goed, zijn de resultaten valide, is de steekproef representatief? Probeer dan maar eens ontspannen te zijn, laat staan grappig. Spreekangst is een heel basale angst.’

PowerPoint is dan een brede rug waar de angstige presentator zich nog enigszins achter kan verschuilen. Maar een werkelijk goede presentatie levert het niet op. Daarvoor zul je volgens Hertz toch echt werk moeten maken van het presenteren zelf. In de opleiding van studenten bijvoorbeeld, maar liever nog eerder. ‘In Amerika leren kinderen al vanaf de kleuterschool presenteren. Ik denk dat dat belangrijk is. Het is ook voor wetenschappers steeds belangrijker om hun ideeën effectief te verspreiden. Niet alleen onder elkaar, maar ook voor het grote publiek. En het kan best wel. Ik kom gelukkig ook wetenschappers tegen die heel goed zijn in presenteren. Bij wie PowerPoint echt iets toevoegt aan de presentatie. Die mooie plaatjes gebruiken en die wisselen zonder dat jij het in de gaten hebt. Die niet eens kijken naar hun projecties.’

Foto: Bram Belloni


Re:ageer