Organisatie - 1 januari 1970

Post/ De etalage van WUR

De Stuurgroep Voorlichting en werving heeft de resultaten van haar opdracht in het kader van het nieuwe IP/OP naar buiten gebracht (zie Wb 13, 20 april 2006). Nut en noodzaak van deze opdracht zijn helder: Wageningen blijft achter in aanmeldingen voor de BSc-opleidingen. De conclusie van de stuurgroep luidt: zet de helft van het centrale wervingsbudget in op ‘gezonde, bedrijfseigen’ opleidingen.

Zo’n conclusie is natuurlijk de knuppel in het hoenderhok van onze universiteit. Onbedoeld worden hiermee de bokken van de schapen gescheiden, of liever, de hennen van de hanen. ‘Er zijn geen tweederangs opleidingen’, stelt de voorzitter van de stuurgroep in Wb, maar op vele plaatsen binnen de universiteit zal men zich toch achter de oren hebben gekrabd. Hoe is men tot deze conclusie gekomen en wat gaat dit precies betekenen voor betrokken opleidingen?
De beschikbare informatie op de IP/OP-site van Wageningen UR over deze werkgroep is beperkt: alleen een presentatie, geen inhoudelijk achtergrondrapport. Als leerstoelgroepen moeten we ons dus baseren op informatie die naar de opleidingscommissies is toegezonden enkele weken geleden. Naast een uitgebreide bespreking van de resultaten van een marketingonderzoek lezen we daarin dat ‘de oorzaak van de achteruitgang in de vwo-instroom in de afgelopen jaren niet helder’ is ... ‘de oorzaak van de achteruitgang in de vwo-instroom in de afgelopen jaren niet helder’ is. Nee, dit is geen drukfout, u heeft het echt twee keer gelezen! Zo was het ook bedoeld. Er is gezocht naar een grote allesomvattende verklaring voor de daling, en die is dus niet gevonden. Daarbij is niet ingezoomd op opleidingsniveau, noch is er een poging ondernomen om de ontwikkelingen per opleiding te achterhalen. Er is niet eens gevraagd naar aanvullende informatie en mogelijke verklaringen bij de opleidingen zelf.
En dan wordt het helemaal interessant. Bij de evaluatie van de wervingscampagnes en activiteiten van de afgelopen jaren blijkt dat internet en het netwerk van aankomende studenten de belangrijkste rol spelen bij de bepaling van hun keuze voor Wageningen. En voor de beeldvorming bij aankomende studenten zijn vooral de voorlichtingsdagen en de meeloopdagen bepalend. Kortom, het zijn dus met name de activiteiten van de opleidingen zelf die bepalend zijn voor de inschrijving, en niet de vele andere activiteiten die vanuit de centrale organisatie worden georganiseerd.
Wat deze resultaten ons vertellen is dat we ons heil niet alleen moeten zoeken in PMC’s (product-markt combinaties, voor de niet-ingewijden onder u) en andere marketingkreten, maar vooral in de mensen die enthousiast zijn over het vakgebied waar ze voor staan. Wellicht een idee om deze mensen meer te betrekken bij de analyse en verklaring van variatie in studentenaantallen en het identificeren van kansen voor de toekomst en uitwerking daarvan in de nieuwe wervingscampagne?

Peter Groot Koerkamp, Eldert van Henten en Gerrit van Straten, hoogleraren van de leerstoelgroepen Agrarische bedrijfstechnologie en Meet- en regel- en systeemtechniek

Re:ageer