Wetenschap - 4 februari 2015

Positieflijst voor huisdieren duurde 23 jaar

tekst:
Albert Sikkema

‘Een historisch moment’, noemt dieronderzoeker Hans Hopster de publicatie van de zogeheten ‘positieflijst’ voor huisdieren in de Staatscourant. Het duurde maar liefst 23 jaar voordat Nederland eindelijk vastlegde welke huisdieren we mogen houden – maar vooral: welke niet.

Voorlopig zullen maar weinig houders van exotische dieren wakker liggen van de Positieflijst die staatssecretaris Dijksma afgelopen week publiceerde in de Staatscourant. We mogen niet langer de zeer schuwe hertensoorten van het geslacht Mazama en Muntiacus achter ons huis houden, meer niet. Voor onze honden, katten, cavia’s en konijnen verandert er niets. Toch is Hans Hopster, dierenwelzijn-onderzoeker bij Livestock Research en afgelopen jaar drijvende kracht achter de Positieflijst, tevreden en blij. Eindelijk hebben we zo’n lijst.

De Raad voor Dieraangelegenheden, een onafhankelijk adviescollege van het ministerie van EZ op het gebied van dierenwelzijn, deed in de afgelopen decennia twee pogingen om zo’n lijst op te stellen. De eerste keer sloot het advies niet aan bij het toenmalig beleid, de tweede keer vond het ministerie de lijst te lang. Bovendien stelde het Europese Hof, die de Belgische Positieflijst beoordeelde,  aan welke eisen en wetenschappelijke onderbouwing de lijst moest voldoen om als onderdeel van wetgeving te kunnen dienen. Toen konden de adviseurs weer opnieuw beginnen.

In 2009 ging een team onder leiding van de Wageningse dieretholoog Paul Koene op zoek naar die wetenschappelijke onderbouwing van de lijst. Dit team verzamelde veel literatuur over gedrag en welzijn van dieren in een database en schatte de houderijrisico’s in. Maar het draagvlak bij maatschappelijke organisaties voor deze aanpak was niet groot en bovendien veranderde de overheid onderweg de spelregels: naast een lijst met aangewezen en een lijst met verboden soorten kwam er een lijst met zoogdiersoorten die uitsluitend onder strikte voorwaarden gehouden mochten worden. Het formuleren van die voorwaarden bleek een struikelblok.

Vanuit dat vertrekpunt mocht Hopster in de zomer van 2013 de ontwikkeling van de Positieflijst nieuw leven inblazen. Er kwam een Positieflijst Expert Commissie (PEC), bestaande uit deskundigen die inhoudelijk advies gaven over de gezondheids- en welzijnsrisico’s voor de dieren en over het letselrisico voor de mens. Samen met het advies van de NVWA, die de zoönose-risico’s van de dieren beoordeelde, werden deze bevindingen voorgelegd aan de Positieflijst Advies Commissie (PAC), met daarin betrokkenen die op basis van een normatieve afweging de staatssecretaris adviseerde. Samen met de Utrechtse hoogleraar Ludo Hellebrekers hield Hopster regie over het adviestraject. Dat bleek te werken. De eerste honderd van in totaal ruim vierhonderd exotische zoogdieren die in Nederland door particulieren worden gehouden, zijn nu beoordeeld en op één van de drie lijsten geplaatst..

De lijst van verboden huisdieren is kort, maar Hopster wijst op de lijst van zoogdieren die alleen onder voorschriften gehouden mogen worden. Daarop staan onder meer een aantal eekhoorns, stekelvarkens, paardachtigen en verschillende zwijnensoorten. Voor deze soorten geldt een meldingsplicht, want de overheid wil kunnen controleren of de eigenaren zich aan de voorschriften houden.

De komende tijd moeten nog flink wat zoogdiersoorten worden beoordeeld om een plekje te krijgen op een van de drie lijsten. Om de kennis van deskundigen optimaal te kunnen benutten,  werkt Hopster aan een soort wiki op het web. ‘Want er is natuurlijk niemand die alles weet van vijfhonderd soorten exotische zoogdieren, laat staan dat de houderij ervan allemaal wetenschappelijk is onderzocht. Wetenschap alleen schiet dan ook te kort en moet worden verrijkt met de praktijkkennis uit andere bronnen. Als je dat erkent, creëer je meer kennis, betrokkenheid en draagvlak voor de lijst.’


Re:ageer