Organisatie - 21 februari 2008

Poolijs wemelt van het leven

Een bezoek aan een kolonie keizerpinguïns, een ontmoeting met een blauwe vinvis en een rijke vangst aan zeedieren die onder het ijs leven. Het vijfkoppige onderzoeksteam van Wageningen Imares is voldaan teruggekeerd van hun expeditie naar de Zuidpool. ‘Je voelt je daar net een astronaut en hebt het gevoel dat er een hele wereld aan je voeten ligt.’

118_achtergrond0.jpg
118_achtergrond0.jpg

Foto: Jan Andries van Franeker en André Meijboom

Voor teamleider dr. Jan Andries van Franeker van Imares was het de twaalfde keer dat hij ecologisch onderzoek deed in de zee rond de Zuidpool. ‘Het was een zomer met veel ijs, meer zwaar ijs dan er de afgelopen jaren geweest is. We verloren veel tijd met ijsbreken, maar voor ons pakte het eigenlijk gunstig uit’, vertelt Van Franeker. ‘Wij vissen met een speciaal net waarmee we het dierleven vlak onder de ijsschotsen kunnen vangen. En ijs was er dus genoeg. We stonden voor vijftien halen ingepland, maar uiteindelijk hebben we er 21 gedraaid. We zijn dus zeer tevreden.’
Samen met Imarescollega’s André Meijboom en Hauke Flores, LNV-waarnemer Bram Feij en de ingehuurde technicus Michiel van Dorssen zat Van Franeker de afgelopen twee maanden op het Duitse onderzoekschip Polarstern. Met een speciaal ontwikkeld net – de Surface and Under-Ice Trawl, kortweg SUIT – bemonsterde het team in opdracht van het ministerie van LNV de bovenlaag van de Lazarev Zee.
Tijdens voorgaande bezoeken aan deze zee langs de rand van Antarctica, net ten noordoosten van de grote Weddell Zee, bleek al dat in de bovenlaag veel meer leven zit dan voorheen werd aangenomen. ‘Dat verklaart wellicht de rijkdom aan zeevogels en zeezoogdieren in het gebied. In de bovenlaag zit veel krill, garnaalachtige beestjes die het basisvoedsel vormen van walvissen en van veel meer dieren op het zuidelijk halfrond. In dieper water onder zee-ijs wordt veel minder krill aangetroffen’, vertelt Van Franeker.

Luxe cruise
‘De zee rond de Zuidpool is ecologisch zo interessant vanwege de seizoenswisselingen in het zee-ijs. In de winter groeit het ijs aan tot 1500 kilometer uit de kust en in de zomer smelt het grotendeels weer weg.’ Dit ritmisch groeien en verdwijnen van het zee-ijs noemt Van Franeker ‘de polsslag van de Zuidpool’. De onderzoekers willen weten welke invloed die polsslag heeft op het voedselweb. Vandaar dat na diverse onderzoeken tijdens de poolwinter en –herfst nu de poolzomer aan de beurt was. ‘In de winter is het tussen de min achttien en min twintig graden, nu was het met temperaturen tussen min drie en min tien flink warmer. Het was bijna een luxe cruise’, grapt Van Franeker.
In werkelijkheid maakten de onderzoekers lange dagen, want zee-uren zijn duur en iedereen probeert het maximale uit het verblijf te halen. Alleen op eerste kerstdag en oudejaarsavond was er tijd voor feestelijke ontspanning, onder meer met de Polarstern Olympic Games.
Het Imaresteam staat op het Duitse onderzoekschip, dat dit keer zo’n honderd onderzoekers en bemanningsleden aan boord had, vooral bekend om hun Holländische Kampfwagen, zoals de SUIT gekscherend wordt genoemd. ‘Het net ziet er inderdaad een beetje uit als een omgekeerde strijdwagen van Ben Hur’, zegt Van Franeker.
Iedere trek met het net – in vaktermen ‘station’ - leverde de onderzoekers zo’n vijf kilo aan klein grut op. De duizenden diertjes werden benedendeks gesorteerd, gemeten en gewogen. ‘Het leven onder het ijs is veel rijker en ook veel mooier dan je verwacht’, vertelt Van Franeker. Hij en zijn collega’s vonden veel krill, maar ook blauwe pompende ribkwallen, felrode borstelwormen, grote doorzichtige vlokreeften en ‘vliegende’ vleugelslakken. Die worden door de expeditieleden liefkozend ‘engeltjes’ genoemd en figureren nu al in filmpjes op YouTube.

Blauwe vinvis
Tussen het vissen door telden de onderzoekers zeevogels en zeezoogdieren vanuit een speciale observatiepost boven op het schip. ‘Bij je voeten staat een kacheltje, waardoor je het wel drie uur kunt volhouden’, vertelt Van Franeker. ‘En het landschap dat aan je voorbijtrekt, is zo fascinerend en ruig, dat je je geen moment verveelt.’
Behalve ontmoetingen met stormvogels, pinguïns, zeehonden, zeeluipaarden, een familie orka’s en hordes blazende bultruggen, was er dit keer ook de ultieme poolervaring: het opduiken van het grootste zoogdier ter wereld, de blauwe vinvis. ‘Dat geeft een adrenalinekick die al je slaaptekort onmiddellijk opheft.’
Ook kon Van Franeker, voor het eerst in bijna 23 jaar poolonderzoek, van dichtbij een kolonie keizerpinguïns observeren. Een kolonie waarvan de onderzoekers bovendien dankzij goede luchtfoto’s ook een complete telling konden maken. Van Franeker: ‘Veel mensen associëren ijs met koelkasten en het steriel opslaan van etenswaren. Als je een keer op de pool bent geweest, dan weet je pas dat er van alles op, in en onder ijs kan leven. Van een virus tot een hele voedselketen.’

Nieuwsbrieven, foto’s en filmpjes zijn te vinden op www.pooljaar.nl/poolijs.

Re:ageer