Student - 14 september 2006

Poep zoeken in Timbavati

Arno Hoetmer en Martine Kos, zesde- en vijfdejaars student Biologie aan Wageningen Universiteit, zaten vier maanden samen in het particuliere natuurreservaat Timbavati in Zuid-Afrika. Ze onderzochten de poep van olifanten en impala’s om te bepalen wat deze dieren aten.

Arno: ‘De ene week zochten we naar uitwerpselen, met een gids in de auto. De andere week legden we de monsters onder de microscoop. Iedere plant heeft zijn eigen karakteristieke opperhuid. Aan de epidermis die in de poep zat, konden we zien wat de dieren gegeten hadden.’
Martine: ‘Olifanten produceren grote hopen, vaak op de weg. Aan vochtigheid, warmte en kleur kun je de versheid zien. Soms kon je de poep op afstand ruiken. Als er mestkevers voorbij vlogen kon je die gewoon volgen om de hoop te vinden. Met een zakje binnenstebuiten om de hand raapten we wat poep op. Impala’s, die in kuddes lopen, doen hun behoefte vaak op dezelfde plek. Met een lepel schepten we de keutels in een zak. Die stinken nauwelijks.’
Arno: ‘Onze gids wist precies wat je wel en niet kon doen. Hij had meer dan dertig jaar in het Krugerpark gewerkt. Zijn geweer had hij nooit nodig. Hij woonde samen met nog een technicus, twee onderzoekers en ons in een huis middenin het park, op anderhalf uur rijden van het dichtstbijzijnde dorp.’
Martine: ‘Een paar honderd meter van ons huis was een waterplaats. Als je een boekje zat te lezen kon je zo de olifanten, giraffen, zebra’s, impala’s, leeuwen, luipaarden en buffels voorbij zien komen.’
Arno: ‘Om zes uur was het echt donker. We aten iedere avond romantisch bij kaarslicht of een olielampje. Als je aan het barbecuen was en je knipte je zaklamp aan zag je de ogen van de hyena’s oplichten die er lagen te wachten tot je wegging. Het was geweldig om altijd natuur om je heen te hebben, zelfs als je naar de stad reed voor inkopen. Het mooist waren misschien nog wel de nachten. Dan hoorde je hyena’s huilen, buffels ademen, uilen roepen. Het was er zo stil en toch weer niet.’
Martine: ‘Wat de poep betreft blijken olifanten echt van dieet te veranderen als het droger wordt. Geleidelijk eten ze steeds meer bladeren en minder gras. Impala’s aten binnen een maand ineens twintig procent minder gras. Olifanten blijken ook veel bladeren van de Mopaneboom te eten. Die komt veel voor maar bevat gifstoffen om zich te beschermen tegen vraat. Impala’s aten ze echter helemaal niet.‘

Re:ageer