Organisatie - 1 januari 1970

Pluimveesector zoekt redding

De scheepsbouw is er ook weer overheen gekomen, dus waarom de pluimveehouderij niet? Op een studiemiddag bij het LEI, georganiseerd door Wageningse studenten, spiegelde de bedreigde pluimveehouderij zich aan andere sectoren in die het moeilijk hadden.

Onderzoekers en organisaties in de pluimveehouderij, van banken tot boeren, verzamelden zich dinsdag 7 februari in de Reehorst in Ede om te kijken of de sector kan leren van andere sectoren. Zo maakte de scheepsbouw ook zwaar weer door. In 1965 werkten er, inclusief toeleveranciers, bijna 300 duizend mensen in de sector. In 2005 waren dat er nog maar tienduizend. Maar die maakten wel een grotere omzet, vertelde ir. Van der Wal, voorzitter van de Vereniging van de Nederlandse Scheepsbouw Industrie. Er worden nu, anders dan vroeger, grotere schepen gebouwd en meer verschillende soorten schepen, waardoor meerdere markten worden bediend.
Kenmerk van een sector in verval is dat het systeem niet meer voldoet aan wat de omgeving van hen verwacht, aldus prof. Jan Rotmans, wetenschappelijk directeur van het Dutch Research Institute for Transitions bij de Erasmus universiteit Rotterdam. ‘Dan is een radicale verandering nodig. Een duurzamere situatie ontstaat als alle betrokken in een sector samen een nieuwe visie ontwikkelen.’ Na een middag als relatieve buitenstaander naar de sector geluisterd te hebben, concludeerde Rotmans dat de pluimveehouderij in een isolement lijkt te verkeren. De sector vindt milieuorganisaties alleen maar lastig, omdat ze over de schouder meekijken, en ze verwijt de overheid dat er teveel regels over bijvoorbeeld dierwelzijn zijn. ‘Zo komt er nooit een gezamenlijke visie op een duurzame sector’, zei Rotmans, ‘want die moet van alle partijen komen en niet alleen van de bedrijven. Anders gaat het alleen maar om geld verdienen.’ Hierdoor uitgedaagd kwamen van verschillende kanten ideeën voor de ‘Senseo van de kip’, ofwel de reddende vernieuwing. Voorbeelden waren eieren die gebruikt worden voor het maken van vaccins of om er hoogwaardige eiwitten uit te halen. Of het ombouwen van de kippenhouderij tot zorgboerderij of ‘scharrelcamping’. Toch bleef de sfeer van de studiemiddag wat gelaten. Op de vraag of een forse verandering erin zit, zoals de scheepsbouw die doormaakte, bleef het antwoord uit.
De studiemiddag werd georganiseerd door vijf studenten. Ze deden in het kader van een vak, het Academisch Master Cluster (AMC), ook het voorafgaande onderzoek. Studenten solliciteren in het AMC op projecten die het bedrijfsleven aanbiedt, zodat ze kennis kunnen maken met de praktijk. Dit keer bood het Landbouw Economisch Instituut (LEI) het project aan. Projectleider dr. Krijn Poppe van het LEI is te spreken over de samenwerking: ‘Ik deed het eigenlijk om het een keer uit te proberen. Het bevalt me goed. Als LEI krijg je vijf gratis onderzoekers voor drie maanden, die van voldoende kwaliteit zijn. En voor de studenten is het leuk dat ze verantwoordelijkheid krijgen, ook voor de organisatie van deze studiemiddag. Een aanrader zou ik zeggen, ook voor andere DLO instellingen.’ / JT

Re:ageer