Wetenschap - 17 november 2009

Pleidooi voor transgene gewassen in geïntegreerde gewasbescherming

Stel genetische modificatie ten dienste van geïntegreerde gewasbescherming. Rust planten uit met Bt-genen en extra geurstoffen om gericht insecten te bestrijden. Daarmee verminder je het gebruik van schadelijke insecticiden. Dat stellen Wageningse entomologen deze maand in het vakblad Trends in Biotechnology.

‘We zien een potentiële rol voor transgene planten in het pakket van bestaande gewasbeschermingsmethoden die gebruikt worden in geïntegreerde gewasbescherming’, zegt entomologe ir. Martine Kos, die samen met de hoogleraren Marcel Dicke, Louise Vet en begeleider Joop van Loon het artikel schreef. ‘Met transgene planten kun je heel specifiek zijn, zodat alleen bepaalde rupsensoorten worden bestreden. Daarmee vervang je de breedwerkende pesticiden in de land- en tuinbouw, die niet alleen het doelorganisme bestrijden maar ook nuttige insecten doden.’
Insectenresistentie in planten inbouwen kan voordelen opleveren, blijkt uit literatuuronderzoek. In de VS is ervaring opgedaan met de verbouw van Bt-maïs. In het genoom van de maïsplant is een gen van de bacterie Bacillus thuringiensis (Bt) ingebouwd, waardoor bepaalde rupsen die de plant aanvreten dood gaan. Het Bt-gen is ook ingebouwd in rijst en katoen. Het eiwitproduct van het Bt-gen is gericht tegen een bepaalde orde van insecten, dus ofwel vlinders en motten, ofwel kevers en torren ofwel vliegen en muggen, aldus Kos. Je kunt natuurlijke varianten van Bt-genen zo modificeren dat ze een nog specifiekere werking krijgen.
‘Bt-gewassen worden al tien jaar op grote schaal verbouwd in de Verenigde Staten en China. Er zijn nog geen negatieve effecten voor milieu en gezondheid aangetoond’, zegt Kos. Omdat je minder pesticiden gebruikt, kan het aantal nuttige insecten en de biodiversiteit toenemen, wat weer van pas kan komen bij de biologische plaagbestrijding in het veld.
Kos verwacht ook veel van planten die je zo modificeert dat ze vijanden van schadelijke insecten beter aantrekken. ‘Je zorgt dat die planten extra geurstoffen aanmaken. Dat is een hele nieuwe ontwikkeling. Ik las net een recent artikel over de eerste veldstudie van zo’n plant. Duitse onderzoekers hebben een gen toegevoegd aan maïs om de vijanden van een schadelijke kever aan te trekken. Daardoor nam het aantal schadelijke kevers met zestig procent af. Dat heeft zeker potentie.’
Cruciaal is wel, vervolgt Kos, dat de transgene planten veilig zijn voor andere organismen, zoals natuurlijke vijanden, en voor de gezondheid van consumenten. Haar project maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ERGO, om richtlijnen op te stellen hoe je die veiligheid test. ‘We gebruiken het modelplantje Arabidopsis nu om na te gaan hoe je eventuele negatieve effecten moet bepalen. Wat voor soort testen en welke insecten heb je nodig om het effect van transgenen te meten?’ NWO financiert het programma, vier ministeries zijn opdrachtgever.
Kos weet dat er in Nederland en omringende landen weerstand bestaat tegen ontwikkeling van transgene planten. ‘Maar de verbouw ervan in de wereld neemt sterk toe, vooral in de Verenigde Staten, Latijns-Amerika en China. En ze worden al in zeven Europese landen op kleine schaal verbouwd. We houden de ontwikkeling van transgene planten niet meer tegen. Dan kun je je beter in de mogelijkheden verdiepen, om te zorgen dat de negatieve effecten niet optreden. Als je het verstandig integreert met bestaande methoden van gewasbescherming, kun je meer voedsel produceren met minder gif.’

Re:ageer