Wetenschap - 1 januari 1970

Plattelandsvernieuwing vereist andere kijk op kennis

Plattelandsvernieuwing vereist andere kijk op kennis

Plattelandsvernieuwing vereist andere kijk op kennis

Cees van Woerkum presenteerde op 26 mei de studie naar kennismanagement en plattelandsvernieuwing van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek aan minister Haijo Apotheker. Hieronder een ingekorte versie van zijn essay over plattelandsvernieuwing


Lange tijd was het gebruikelijk dat biologen, economen, hydrologen en landbouwkundigen een streek bezochten om daarvoor een plan te maken voor de natuur, economische bedrijvigheid, waterbeheersing of agrarische ontwikkeling. Natuurlijk moest er afgestemd worden. Dat gebeurde aan de rand van het dossier, waar landbouwontwikkeling botste op natuur, of natuur op recreatie. Meer gemeenschappelijke planning geschiedde in de vorm van een dossierplan, een geheel van deelplannen dat vooral door nietjes bijeen werd gehouden. De afstemming verliep via compromissen. De oplossing voor de een was het probleem voor de ander. Trekkend en duwend kwam men tot een eindversie

Een dergelijke planningscultuur leidt vaak tot suboptimale resultaten, die bovendien inherent instabiel blijven. De natuurorganisatie ziet honderd van de 150 hectaren natuurgebied gerealiseerd, maar blijft dromen van de andere vijftig

Wezenlijk voor plattelandsvernieuwing is integraliteit. Er komt oon plan, vanuit een gemeenschappelijk ontwikkelde visie die de deelplannen aanstuurt. Daarvoor moeten we komen tot interactief besturen. Dit begrip slaat zowel op de afstemming van de overheid op lokale actoren, met hun visies en belangen, als op de afstemming van deze actoren onderling, waarbij de overheid minder stuurt en dirigeert. Zo ontstaat een beter plan, in die zin dat het zorgvuldiger is afgestemd op de situatie van betrokkenen, waardoor draagvlak ontstaat

Leren is een belangrijk element van interactieve beleidsvorming. De oude instrumentele planning eindigde met een beleidsrapport waarin de oplossingen zijn vastgelegd met bijbehorende argumenten. Echter, deze argumenten ontlenen hun betekenis aan het perspectief waarbinnen ze gehanteerd worden. Daarbuiten betekenen ze weinig. Actoren die een ander perspectief delen, voelen zich er niet door aangesproken. Zo ontstaat een acceptatieproblematiek, een van de hoofdoorzaken van de crisis van het openbaar bestuur

Bij bestuurlijke vernieuwing moeten we niet denken in termen van consensus-gerichte discussies, waarbij ieder zijn belang of visie vergeet en uitsluitend in het belang van de streek praat. We praten dan ook niet over een goed gesprek, maar over onderhandelingen

Dat leidt tot een bredere kennisdefinitie. Werd in de oude planningscultuur vooral gewerkt met technologische kennis, nu wordt veel meer waarde gehecht aan sociale kennis, bijvoorbeeld omtrent de motieven en achtergronden van de verschillende actoren. Zo bevatte het Natuurbeleidsplan vele gegevens over de zorgwekkende toestand van onze natuur en wat er op dit punt zou moeten gebeuren. Opmerkelijk weinig wordt ingegaan op de vraag hoe de landbouw, een belangrijke partij in deze, van de ene naar de andere situatie moet komen, wat dit voor agrariërs betekent en wat zij dan op hun weg tegenkomen

Van belang is dan niet alleen gedrukte, expliciete kennis, maar ook impliciete kennis. Dit kan zowel ervaringskennis zijn als kennis in de vorm van veronderstellingen, uitgangspunten, vanzelfsprekende noties. Impliciete kennis kan gezien worden als hulp of hinderpaal. In ieder geval is de erkenning dat het hier om een legitieme kennisbron gaat van groot belang voor een andere stijl van werken. Bij substantieel leren zijn juist deze impliciete veronderstellingen in het geding. Alleen door deze op tafel te krijgen ontstaat de creatieve ruimte voor integrale oplossingen

In onze cultuur vormt de behoefte aan identiteit en authenticiteit een belangrijke onderstroom, waarmee veel ontwikkelingen samenhangen. Plattelandsvernieuwing is (ook) te zien als een poging om de culturele eigenheid van een streek te definiëren en te versterken. Waarom, zo is de gedachte, zouden we de binnenstad van Amsterdam wel beschermen en de Purmer niet? Beiden zijn het symbool voor een bepaalde Hollandse traditie. We komen hier op een interessant thema: hoe behoud je ten plattelande de culturele eigenheid in een situatie die vraagt om verandering. Natuurontwikkelingsprojecten kampen met dit dilemma

In deze voorstelling van zaken zijn wetenschappers niet de exclusieve kennisleveranciers. Toch heeft de wetenschapper een specifieke positie, voor wat betreft het aanleveren van geobjectiveerde, expliciete kennis omtrent bepaalde verbanden. Daardoor kan de kans om verkeerde beslissingen te nemen, vanuit onjuiste veronderstellingen, worden verkleind

De wetenschapper moet wel zijn bijdragen herdefiniëren. In de oude planningscultuur verrichtte hij veel onderzoek volgens een vastgelegd protocol. Nu moet hij veel flexibeler werken. Dit vergt een andere kijk op methodiek: de bestaande werkwijze voldoet niet langer, in elke situatie moet hij bezien welke methodiek hier het beste voldoet. Dit geeft aanleiding tot een heel nieuwe academische opdracht: hoe in verschillende situaties tot bevredigende uitkomsten te komen, gegeven de randvoorwaarden, tegen redelijke kosten. Ook wetenschappers moeten leren om in het proces een goede rol te kunnen spelen


hoogleraar Communicatie- en innovatiestudies LUW

NRLO-studies over plattelandsvernieuwing: Innoveren en leren (nr 99/13), Thinking globally and locally (nr 99/14) en Kennis in stedelijke vernieuwing (nr 99/15)

Re:ageer