Wetenschap - 25 september 2015

Planten in de hens voor wetenschap

tekst:
Roelof Kleis

In een loods van Unifarm woeden al dagen savannebrandjes. Honderden tropische planten gaan voor de wetenschap in de hens.

foto's Guy Ackermans
Het lijkt op het eerste gezicht op vandalisme. Op een pallet staan tientallen door het vuur aangevreten jonge Afrikaanse tropische planten in pvc-buizen die als pot dienen. De bladen hangen er slapjes bij, het groen is hier en daar geblakerd. Een vijftal meter verderop staan zeven planten lijdzaam te wachten op hetzelfde lot. Onderzoeker Imma Oliveras (Marie Curie-Fellow) en professor Elsa Pastor brengen de juiste hoeveelheid houtwol aan voor een klein
savannebrandje.

Hoogleraar Pastor is chemisch ingenieur aan de universiteit van Barcelona en gespecialiseerd in vuur. Zij is speciaal voor dit klusje ingevlogen. In een paar dagen tijd worden zo’n vijftig van dit soort kleine brandjes veroorzaakt. In totaal 27 verschillende bos- en savanneplanten
ondergaan een korte brand van exact 40 seconden. Sensoren in het vuur houden de
temperatuur nauwkeurig bij. Dit is wetenschappelijk verantwoord fikkie-stoken.

Toch is de sfeer lacherig en licht opgewonden. Nieuwsgierig collega’s komen een kijkje nemen. Het nieuws verspreid zich als een .. juist, een lopend vuurtje. Elmar Veenendaal, universitair hoofddocent van de leerstoelgroep Plantenecologie en Natuurbeheer heeft er lol in. Maar haast zich uit te leggen dat het hier om een serieus experiment gaat. De proef
simuleert een echte savannebrand.

brandproefSavannebrand2.jpg

Zo’n brand in het echt heeft effecten die we niet helemaal begrijpen. Sommige planten overleven de brand, andere niet. Hoe komt dat, wil Veenendaal weten. Heeft dat misschien te maken met hun wortelstelsel? De nieuwsgierigheid richt zich met name op de soorten die in het overgangsgebied tussen savanne en bos voorkomen. ‘Van typische bos- of typische
savanneplanten weten we wel ongeveer hoe het zit. Maar in die overgang is dat niet duidelijk.’

Aan de brandproef is maanden voorbereiding voorafgegaan. In de kassen bij Radix zijn honderden exemplaren van de 27 verschillende soorten een paar maanden onder verschillende regenregiems opgegroeid. Van de regenval op de droogste savanne tot die in het natste bos. Onderwijl zijn de opgroeiende planten continu gemonitord op hun fotosynthese, zetmeelopslag, beworteling etc. Na de brand gaan de planten weer een paar maanden de kas in om het effect te volgen. 


Re:ageer