Organisatie - 1 januari 1970

Plantaardig vlees heeft de toekomst

Een ‘eiwitomslag’ van vlees naar plantaardige eiwitten in voeding kan veel problemen in de wereld verhelpen. Dat is de belangrijkste conclusie van het vijfjarige onderzoeksprogramma Profetas. De onderzoekers wijzen vooral op mogelijkheden die nog verder uitgezocht moeten worden.

De resultaten van het onderzoeksprogramma Protein Foods, Environment, Technology and Society werden op 29 oktober in Wageningen gepresenteerd. Negen promovendi en negen gepromoveerde onderzoekers van Wageningen UR, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Twente concludeerden dat vleesvervangers met plantaardig eiwit, de zogenaamde ‘novel protein foods’, in de toekomst een belangrijker alternatief voor vlees kunnen worden.
Die vleesvervangers zijn milieuvriendelijker en vragen minder water in de productie. Om tot een kilo vleeseiwit te komen is zes kilo plantaardig eiwit nodig. Maar terwijl in Europa consumenten aarzelend de vleesvervanger uitproberen, neemt in landen als China en Brazilië de consumptie van vlees juist sterk toe.
In Profetas werkten economen, sociologen, psychologen, consumentenonderzoekers, ecologen, chemici en voedseltechnologen samen. Er is bijvoorbeeld een methode ontwikkeld om door genetische modificatie het eiwitgehalte van erwten te veranderen. En onderzoek naar de smaak wees uit dat verhitten de bitterheid van het eiwit van erwten kan verminderen. Economen hielden de erwtenketen tegen het licht en vonden dat die nog efficiënter kan worden. Consumentenonderzoekers leerden dat de smaak van vleesvervangers voor niet-vegetariërs belangrijker is dan bijvoorbeeld milieu argumenten. En nog maar weinig consumenten staan open voor totaal nieuwe toepassingen van plantaardig eiwit, producten die niet als vleesvervanger worden gepresenteerd, maar worden verwerkt in een gehele maaltijd. Toch zagen onderzoekers juist in die producten ook toekomst.
In de discussie na afloop van de presentatie van de resultaten werd benadrukt dat gezocht moet blijven worden naar nieuwe producten. Er zijn wel al vleesvervangers op de markt, maar volgens consumentenonderzoek vallen die nog onvoldoende in de smaak. Letterlijk. ‘Het is niet sappig genoeg, niet verleidelijk genoeg’, concludeerde onderzoeksleider prof. Tiny van Boekel. Volgens prof. Wim Jongen moet daarom culinaire waardering centraal komen te staan in de ontwikkeling van nieuwe producten. In vervolgonderzoek moet de industrie meer betrokken worden, concludeerde Van Boekel. Hij gaf aan de nieuwe technologieën verder uit te willen gaan zoeken.
Prof. Harmen Verbruggen, econoom en duurzaamheidsprof aan de VU, concludeerde dat de samenwerking tussen de verschillende disciplines veelbelovend was, maar ook nog beter kan. ‘Alle onderzoeken zijn nu als stukjes van een legpuzzel. En de hele puzzel geeft nog maar een vaag beeld van de manier waarop de eiwitomslag vorm moet krijgen.’ / JT

Re:ageer