Wetenschap - 20 december 2001

Planologe Hidding en cultuurhistoricus Spek beschrijven levensloop van het landschap

Planologe Hidding en cultuurhistoricus Spek beschrijven levensloop van het landschap

'Terug naar de middeleeuwse heide'

Cultuurhistorie is in, maar om deze echt te laten inburgeren in het leven van de Nederlander en in de ruimtelijke ordening is een totaalvisie nodig. Een archeoloog, een cultuurhistoricus en een planologe schreven een essay met een pleidooi voor een biografie van het landschap.

De cultuurhistorie is nog lang niet zo ingeburgerd bij de Nederlander als de natuur. Mensen kennen belangrijke organisaties als Natuurmonumenten, Natuur en Milieu en Staatsbosbeheer. Er zijn legio biologen, ornithologen en andere wetenschappers die al dan niet professioneel onderzoek doen naar natuur. En in de media is de natuur ook al ingeburgerd, want de kranten schrijven er regelmatig over en het radioprogramma Vroege Vogels is sinds 1978 uitgegroeid tot een begrip.

Dat is bij cultuurhistorie wel anders, schrijven de cultuurhistoricus ir Theo Spek van Alterra, de planologe dr Marjan Hidding van de leerstoelgroep Ruimtelijke Planvorming en de archeoloog drs Jan Kolen van de Vrije Universiteit in hun essay in een uitgave van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Er zijn geen leidende belangenorganisaties op landelijk niveau, en op lokaal en regionaal niveau zijn er zoveel organisaties actief dat zelfs ingewijden de kluts soms kwijtraken. In een ontluisterend overzichtje sommen de auteurs op: elke provincie heeft een monumentenwacht, een monumentenstichting, een molenstichting, een kastelenstichting, een monumentenhuis en een archeologische vereniging; en dan zijn er nog de plaatselijke historische verenigingen, archeologische werkgroepen, monumentencommissies, enzovoorts. De versnippering is compleet.

Evenwicht

Ook wetenschappelijk is de cultuurhistorie verdeeld, vertelt Spek. "Er zijn in Nederland vijfhonderd archeologen, tussen de honderd en tweehonderd bouwhistorici en tussen de vijftien en twintig historisch geografen. Dat is geen evenwicht." Bovendien onderzoeken de disciplines verschillende historische periodes. Archeologen kijken van de prehistorie tot de middeleeuwen, historisch geografen van de middeleeuwen tot nu, en de historisch bouwkundigen van de zestiende eeuw tot net na de Tweede Wereldoorlog.

Die versnippering willen Spek, Hidding en Kolen te lijf gaan met het vertellen van wat ze noemen de 'biografie van het landschap'. "Landschap als totaalconcept" legt Spek uit, "zoals Simon Schama in zijn boek Landscape as Memory deed." In de planning werkt dat direct verhelderend, vindt Hidding. "Alle partijen hebben een eigen memory of landscape. De vraag is dan: wie definieert het landschap?"

Biografie

In de biografie van het landschap gaat het niet alleen om wetenschappelijke of beleidskennis, maar ook en vooral om de kennis van de lokale bevolking en de manier waarop de mensen het landschap beleven. "In het Hunzedal werk ik nu aan een wetenschappelijke biografie", vertelt Spek. "Daarbij heb je het over de geologie, de archeologie, maar ook bijvoorbeeld de gasvlam ? la Pernis op de gastoren, die iedereen daar in het gebied als een soort baken gebruikt."

De kaart die in het kader van het nationale subsidieprogramma Belvedere is getekend, vertelt daarom slechts een deel van de cultuurhistorische werkelijkheid, vinden Spek en Hidding. Hierop staan Nederlands cultuurhistorisch waardevolle Belvedere-gebieden, die in aanmerking komen voor de subsidie. Volgens Spek is de kaart een gevolg van ordinaire koehandel tussen beleidmakers. "Belvedere is vooral een waarderingskaart", vindt Hidding, "met veel witte vlekken." Die witte vlekken zijn het gevolg van de blinde vlekken in de waarderingsmethode van Belvedere, vinden beiden. "Het heeft te maken met de definitie van waardevolle gebieden. Er is een grotere rijkdom aan definities", vindt Hidding.

Jeruzalem

Maar hoe waardeer je nu plekken als cultuurhistorisch interessant zonder te vervallen in de typisch vakspecifieke kenmerken uit de archeologie, de historische geografie en de historische bouwkunde? "We kijken naar de landschapsontwikkeling tot en met vandaag en met een inkijkje naar morgen", legt Spek uit. "Het zou aardig zijn om een inventarisatie te maken van de verhalen over een plek. Er zijn plekken die vanuit veel perspectieven verhalen opleveren." "Plekken met conflicten", reageert Hidding. "Het meest dogmatische voorbeeld is Jeruzalem. Het landschap heeft daar meervoudige waarden; daar kom je nooit meer uit."

"De biografie van het landschap is een open verhaal naar het verleden en naar de toekomst", vertelt Spek. "Een doorgaand verhaal", vult Hidding aan, want met elke periode komen er verhalen bij. Zo worden de Drentse reewegen, dodenwegen waarlangs vroeger de begrafenisstoet ging, nu veel gebruikt als recreatieve route. De kunst is om aan zulke historische relicten nieuwe betekenissen te geven, zodat ze gaan leven bij de bevolking.

Bewoners

Hidding, Spek en Kolen willen met de biografie van het landschap de bevolking bereiken. "Wetenschap moet toegankelijk zijn voor bewoners", vindt Spek. Daarom pleiten de auteurs voor de oprichting van kenniscentra op zowel lokaal als nationaal niveau. Nationaal willen ze een soort expertisecentrum voor de cultuurhistorie, naar analogie van Expertisecentrum LNV. Dat zou eventueel een toekomstige taak kunnen zijn voor Alterra. Op lokaal niveau willen de auteurs centra als de reeds bestaande provinciale Erfgoedhuizen. "Maar die zijn veel te beleidsgericht", vindt Spek. "Het moet veel meer op het publiek gericht zijn."

Een andere doelgroep zijn de natuurbeheerders, zodat er verbindingen komen tussen de cultuurhistorie en het natuurbeheer. "Ik zie dat als een kans en wil dat ook bewijzen", aldus Spek. Zo zou je de natuur diverser kunnen maken door het beheer op bepaalde plekken te richten op een soort natuur die in de prehistorie of in de middeleeuwen gangbaar was. "In de middeleeuwen groeiden op de heide gras, viooltjes en struwelen", legt Spek uit. "Dat is in de negentiende eeuw sterk gedegradeerd. Je kunt nu weer teruggrijpen naar de middeleeuwse heide." Met zulke historisch correcte natuurbouw kan de cultuurhistorie ook nog meeliften op de ingeburgerde liefde voor de natuur.

Martin Woestenburg

Het boek Bodemarchief in behoud en ontwikkeling met het essay De conceptuele grondslagen is te bestellen bij NWO, bbo@nwo.nl, contactpersoon dr Mies Wijnen, telefoon (070) 3440833, ISBN 9070608758.

Re:ageer