Wetenschap - 1 januari 1970

Plaagrups met seksferomoon te bestrijden

Onderzoekers van Plant Research International kunnen het seksferomoon van het plaaginsect Duponchelia fovealis namaken. Telers van onder andere potplanten en paprika kunnen met deze lokstof veel gewasschade voorkomen.

De vlinder Duponchelia fovealis komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en plaagt sinds vijftien jaar de Nederlandse glastuinbouw. De rupsen van deze vlinder boren zich in wortels en stengels en leiden zo eigenlijk een verborgen leven. Telers hebben niet snel door dat ze te maken hebben met dit insect. In paprika’s worden de rupsen soms pas ontdekt na verkoop. Ze zitten dan in de vrucht. Het komt dikwijls voor dat hele partijen paprika’s in belangrijke exportlanden zoals de Verenigde Staten worden geweigerd vanwege de vondst van een rups.
Tot nu toe bleek het moeilijk om het seksferomoon van de vlinder te identificeren en karakteriseren. Elk insect heeft een eigen speciaal seksferomoon. De vrouwtjes produceren deze lokstoffen en de mannetjes herkennen hiermee hun vrouwelijke soortgenootjes uit duizenden en van grote afstand.
Door de inhoud van de kliertjes van de vrouwtjesinsecten nauwkeurig te onderzoeken is nu de samenstelling van het seksferomoon bepaald. PRI heeft hiertoe samengewerkt met onderzoeksbureau Entocare uit Wageningen. De PRI-onderzoekers kunnen het feromoon namaken en hiermee ‘feromoonvallen’ maken. In een val met lijmplaten en daarop de lokstof zijn zo’n tachtig beestjes te vangen. De onderzoekers hopen dat deze bestrijdingsmethode de opmars van Duponchelia fovealis tegengaat. Projectleider ing. Peter van Deventer van PRI: ‘We willen niet dat het net zo’n groot probleem wordt als de Florida-mot.’ / HB

Re:ageer