Wetenschap - 1 januari 1970

Plaagplanten krijgen spierballen in vies water

Plaagplanten krijgen spierballen in vies water

Plaagplanten krijgen spierballen in vies water


De grote waternavel, de waterteunisbloem en de waterhyacint. Hun namen
klinken niet echt afschrikwekkend, maar ze jagen ecologen en
visserijspecialisten de stuipen op het lijf. Deze waterplanten vormen ware
plagen en verstikken bijna al het leven onder water. Tot nu toe wist men
niet goed waar de planten hun kracht vandaan halen. Prof. Marten Scheffer
en collega´s uit Zweden en Hongarije concluderen nu in het Amerikaanse
toptijdschrift PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences) dat
de planten in de kaart gespeeld worden door de watervervuiling, en eenmaal
op gang gekomen zichzelf een handje helpen.
Het zijn vaak exoten, de planten die meren, rivieren en sloten
overwoekeren. De waterhyacint, die nu een dramatische strop betekent voor
de zoetwatervisserij in vele tropische en subtropische landen, komt
oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, uit de rivieren van het Amazone- en
Orinocogebied om precies te zijn. Ook de waterteunisbloem, die aan een
opmars is begonnen in Nederland, komt uit Zuid-Amerika. Ecologen zagen de
opmars van drijvende planten altijd vooral als het resultaat van invasies
door exotische soorten. Maar men vergeet dan een andere belangrijke factor,
zegt Scheffer, hoogleraar aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer. Hij
heeft diverse wateren onderzocht die worden overwoekerd door planten, en
hij wijst op de watervervuiling, en dan met name de overvloed aan
meststoffen, een steeds groter wordend probleem in tal van landen. De
waterhyacint en andere waterplanten – dikwijls ook inheemse - die een plaag
vormen, zijn juist typische soorten die die meststoffen gebruiken als
energiebron. Scheffer: ,,Het zijn vrij drijvende planten en die moeten hun
voedingsstoffen uit het water halen. Ze doen het daardoor vooral goed bij
hoge concentraties meststoffen.’’ Ze verdringen de meeste andere
waterplanten, die in de bodem wortelen en hier hun voedingsstoffen vandaan
halen. Deze vaste planten gedijen niet in vervuild maar juist in schoon
water.
Het raadselachtige vond Scheffer altijd de hardnekkigheid waarmee de
drijvende planten blijven zitten. De crux van de nu gevonden verklaring zit
hem in de concurrentie met ondergedoken planten. Het bijzondere van
ondergedoken waterplanten is dat ze het water zuiveren. Ze maken de
concentraties meststoffen zo laag dat kroos geen kans heeft. Tot de rek er
uit is. Als ze bij te grote vervuiling de grip verliezen en kroos het water
dichtgroeit, betekent de duisternis ook het eind van de onderwaterplanten.
De weg terug is dan moeilijk, omdat niks de overmaat aan meststoffen voor
kroos tempert. Drijvende planten spreiden door uitschakeling van de
concurrentie dus hun eigen bedje.
Het onderzoek is belangrijk omdat drijvende waterplanten grote economische
schade veroorzaken. De zoetwatervisserij in Afrikaanse landen bijvoorbeeld
leidt door de hyacinth-plaag miljardenschade. De waternavel en
waterteunisbloem jagen Nederlandse waterbeheerders op kosten. ,,Die soorten
zijn in tuincentra te koop als vijverplanten, maar ze groeien zo hard dat
een vijver snel dicht zit. Menig eigenaar besluit ze dan ‘terug in de
natuur’ te brengen. Waterschappen besteden vervolgens miljoenen in een
vruchteloze poging het tij te keren

Re:ageer