Wetenschap - 12 maart 2010

Plaagdier komt niet altijd fijn aan zijn eind

Als er geen maatregelen worden genomen, neemt het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen (gemeente Bloemendaal)binnen tien jaar toe tot 3500 à 4000.

Momenteel leven er in het duingebied zo’n 1200 van deze dieren. Dat vertelde beleidsmedewerker Ingrid Storm van de gemeente Bloemendaal deze week tijdens een Studium Generale-bijeenkomst bij Van Hall Larenstein in Leeuwarden.
De vraag stond daar centraal of het mogelijk is dierplagen op een diervriendelijke manier te bestrijden. Ongeveer 75 belangstellenden waren op de bijeenkomst af gekomen,onder wie veel studenten Diermanagement.
 
Aanrijdingen
De damherten veroorzaken nu al schade en overlast in Bloemendaal. Ze eten landbouwgewassen en worden aangereden. In 2007 waren er 5 aanrijdingen met damherten; in 2009 al 50. De gemeente plaatste al wildspiegels om de herten af te schrikken. Ook wil de gemeente een twee kilometer lang hek plaatsen, maar een echte,liefst ook diervriendelijke oplossing is er niet.
Is natuurlijke bestrijding van plaagdieren altijd diervriendelijk? Nee, meent plaagdierexpert Bastiaan Meerburg van Wageningen Universiteit. ‘Wie een gevangen huismuis buiten neerzet, haalt hem uit zijn eigen wereld. Dat kan leiden tot stress.’ Vastzitten in een vangkooi is ook stressvol. Datzelfde geldt voor het inschakelen van de kat. Voor de muis volgt vaak een lange doodstrijd. Bovendien is inzet van katten niet ongevaarlijk, omdat ze ziekteverwekkers van muizen kunnen verspreiden.
 
Roofvogels
Diervriendelijker is volgens Meerburg de inzet van roofvogels. Om die te lokken, is het mogelijk nestkasten te plaatsen. Als een roofvogel er nestelt, kan dit preventief werken, aldus Meerburg. Dat weten ook valkeniers, die valken, buizerds en haviken inzetten om spreeuwen, meeuwen, konijnen, stadsduiven, kauwen en kraaien te verjagen of te doden. Valkenier Jan Pap onderstreepte in Leeuwarden dat de inzet van roofvogels milieuvriendelijk is en ecologisch verantwoord. 
 
Veiligheid
Bestrijding van een ander plaagdier, de muskusrat, blijft noodzakelijk, constateerde Niek Postma van Wetterskip Fryslân. De ‘bouw’ – het hol - die het knaagdier in kaden, oevers en dijken graaft, veroorzaakt flinke schade, zeker bij een doorbraak. Alternatieven als de aanleg van robuustere kades of plaatsing van doeken om het graven tegen te gaan, zijn volgens Postma niet effectief genoeg. ‘Het veiligheidsniveau neemt met 90 procent af als een muskusrat een bouw graaft in dijken.’
Volgens Harm Niesen van Faunabescherming kan de 400 miljoen die jaarlijks in Nederland aan muskusrattenbestrijding wordt uitgegeven beter worden gespendeerd aan herstel en versteviging van kades. ‘Er is nooit onderzoek gedaan of bestrijding wel effectief is.’

Re:ageer