Wetenschap - 1 januari 1970

Pionierplanten houden niet van verstarring

Pionierplanten houden niet van verstarring


Pioniers zijn zeldzaam onder de Nederlandse planten. In deel drie van de
boekenserie 'Atlas van plantengemeenschappen in Nederland' staan
vegetatiesoorten die sterk onder druk staan door de neiging van de mens om
wat de auteurs noemen het 'speelveld' van wind en water te verkleinen. We
houden niet zo van woeste, ongerepte natuur, hoeveel waardering we daar
mondeling ook voor tonen.
Goede voorbeelden van ongerepte natuur zijn natuurlijk de kwelders,
schorren en slikken. Onlangs meldde het Rijksinstituut voor Kust en Zee
(RIKZ) nog dat de schorren en slikken in de Oosterschelde schrikbarend
achteruitgaan. ,,Help, de Oosterschelde verdrinkt'', luidde de alarmerende
kop in de Zoutkrant van RIKZ. Door de aanleg van de stormvloedkering in de
Oosterschelde is het voor het natuurlijk systeem moeilijker om nieuw zand
aan te voeren voor het continue herstel van die zeer dynamische zandbanken.
In de 'Atlas van plantengemeenschappen in Nederland' staan de planten van
Nederland gerangschikt in associaties, soorten plantengemeenschappen, dat
wil zeggen soorten vegetatie waarin de planten samenleven op bepaalde
habitats. Die gemeenschappen zijn door plantensociologen en
vegetatiedeskundigen gerangschikt in klassen. Schorren en slikken zijn de
plek waar volgens de 'Atlas van plantengemeenschappen' de veertien
vegetatiesoorten uit de zeeaster-klasse groeien, zoals het 'half-
dwergstruweel' van de zoutmelde-associatie met onder andere zoutmelde,
zulte schorrenkruid, lamsoor en zeeweegbree, en de drie
plantengemeenschappen uit de zeekraalklasse.
Pioniers leven onder de meest straffe omstandigheden. Planten in het
schorrengebied in de Oosterschelde, op de kwelders in de Waddenzee, op de
heide bij de Posbank, of op de grachtenmuren van Utrecht hebben het
moeilijk, want wind en water hebben een soms verwoestende werking en
voedingsstoffen zijn vaak moeilijk te vinden.
Er zijn twee redenen dat er in Nederland veel pionierplantengemeenschappen
zijn, namelijk de dynamiek van de delta en de invloed van de mens. ,,Langs
de kust zijn de belangrijkste sturende factoren voor het ontstaan van
pioniergemeenschappen: zout, sedimentatie en depositie, en sterk wisselende
waterstanden (slikken, waterplaten, kwelders, stranden en vloedmerken),
ofwel: van stuivend zand, verstoven zeewater, grote
temperatuurschommelingen en zeer droge omstandigheden (zeereep). In de
nabijheid van de grote rivieren treden pioniermilieus op als gevolg van
langdurige inundatie, sedimentatie en droogvallen (oevers van rivieren,
nevengeulen en strangen), of van stuivend zand, grote
temperatuursschommelingen en zeer droge omstandigheden (jonge
rivierduinen). Op de hogere zandgronden en de ingedijkte kleigronden is het
vooral de mens die voor vergroting van de dynamiek zorgt. De vegetatie van
akkers bestaat uit pioniergemeenschappen die door allerlei vormen van
bodembewerking in stand gehouden worden. In het heidelandschap ontstonden
pioniermilieus door het steken van plaggen, door het verzamelen van
organisch materiaal uit vennen, door leem- en zandwinningen en door
beweiding met schapen en runderen.''
De mens is ook de reden dat veel pioniergemeenschappen in Nederland
zeldzaam of bedreigd zijn. De Nederlandse delta is op veel plaatsen
rechtgetrokken, afgesloten of omgeleid. Akkers worden steeds intensiever
bewerkt. En heide is ontgonnen of verzuurd. De natuurbescherming was in de
twintigste eeuw ook vooral gericht op het consolideren van natuur in plaats
van op dynamiek. De auteurs van de atlas merken op dat natuurbeheerders de
laatste twee decennia 'verstarring' als een probleem erkennen. Herstel van
pioniermilieus en hun bijbehorende dynamiek kreeg prioriteit. De mens
beseft dat ze de belangrijke verantwoordelijkheid heeft ervoor te zorgen
dat het dynamische Nederlandse landschap ruimte geeft aan de pioniers onder
de planten. Anders wordt deze atlas in de toekomst een geschiedenisboek. |
M.W.

Atlas van plantengemeenschappen in Nederland - Deel 3: kust en binnenlandse
pioniermilieus, KNNV Uitgeverij, ISBN 9050111769, 40,95 euro.

Re:ageer