Wetenschap - 19 augustus 2010

Patstelling over ggo’s duurt voort

Er komt geen soepeler toelatingsregime voor cis- en transgene planten, besloot VROM-minister Huizinga in de zomervakantie. Het is wachten op nieuwe richtlijnen waarbij het onderscheid tussen genetische modificatie en klassieke veredeling vervalt.

Een gewas waarin soorteigen genen met gunstige eigenschappen zijn ingebouwd (cisgenese) is niet per definitie veiliger dan een gewas waarin eigenschappen uit andere planten (transgenese) zijn ingebracht. Dat stelde het ministerie van VROM in juli op advies van het Rikilt, het instituut voor voedselveiligheid in Wageningen. Er verandert dus niets aan de regelgeving voor de toelating van nieuwe plantenrassen in Europa. Daarbij zijn de toelatingstests voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) veel uitgebreider en duurder dan gewassen die met klassieke veredeling tot stand zijn gekomen.

Krom
Toch zegt Esther Kok van het Rikilt: ‘De regelgeving wringt.’ Vrijwel alle deskundigen zijn het er inmiddels over eens dat het onderscheid in veredelingsmethode – ggo versus klassiek – geen goede graadmeter meer is voor de veiligheid van producten. ‘Met cisgenese kun je een genconstruct schoon inbrengen in een plant, zonder dat gelijktijdig allerlei andere eigenschappen worden overgebracht. Terwijl dit bij de klassieke veredeling wel gebeurt, zegt Kok. ‘Toch moet het cisgene veredelingsproduct uitgebreid worden gecontroleerd en het klassieke veredelingsproduct hoegenaamd niet. Dat is krom.’

Eigenschap
Het Rikilt stelt voor dat niet de methode, maar de ingebrachte eigenschap bepalend moet zijn hoe uitgebreid een nieuw gewas moet worden getest voor toelating. Kok: ‘De eerste vraag moet zijn: is het veredelde product veranderd ten opzichte van producten die we al kennen? Vervolgens kun je de veiligheid gericht toetsen.’ In de praktijk betekent het Rikilt-voorstel dat klassieke veredeling ook wordt getoetst en veel ggo’s minder uitgebreid worden getoetst. ‘Nu schrijft de regelgeving vaak proefdierstudies voor bij ggo’s’, verklaart Kok. ‘Die zijn in veel gevallen niet meer nodig, omdat we in die gevallen analytisch al heel goed kunnen vaststellen of er ongewenste veranderingen zijn opgetreden.’
 
Tegenstellingen
De minister heeft de discussie met de Tweede Kamer over de toelatingscriteria uitgesteld. Ze wil eerst een rapport uit Brussel afwachten, waar een Europese werkgroep van nieuwe veredelingstechnieken beoordeelt of ze onder de ggo-regelgeving moeten vallen. ‘Dat rapport is al anderhalf jaar vertraagd’, zegt Kok. ‘Nu moet het eind dit jaar uitkomen.’ De Europese landen verschillen van mening over de toelating van ggo’s en die verschillen worden in deze werkgroep uitgevochten. ‘De oude tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders zijn er nog steeds.’ Die patstelling belemmert de modernisering van de toelatingsprocedures.

Re:ageer