Wetenschap - 11 oktober 2012

Passant wolf?

Boeren vrezen zijn komst. Burgers zien met enige spanning naar hem uit. En buitenlui kunnen niet wachten tot-ie er eindelijk is. De wolf spreekt tot ieders verbeelding. Onderzoekers van Alterra zetten, op verzoek van de politiek, een aantal zaken op een rijtje. Tien vragen en antwoorden over de Canis lupus.

12-Wolf-carcass-Foto-Hugh-Jansman%2C-Alterra.jpg
Komt-ie of komt-ie niet?
'Ja', zegt Geert Groot Bruinderink, auteur van De komst van de wolf (Canis lupus) in Nederland heel beslist. 'Als de huidige trend zich voortzet, is het heel waarschijnlijk dat de wolf in Nederland opduikt.' Die trend is de snelheid waarmee de wolf sinds 2000 vanuit het oosten van Duitsland onze kant op komt: zo'n 50 kilometer per jaar. De Duitse wolven, naar schatting elf roedels (100 dieren), leefden aanvankelijk in de regio Lausitz in de deelstaten Saksen en Brandenburg. Dat is een kleine 600 kilometer van onze grens. Inmiddels zijn zij onze grens tot ongeveer 300 kilometer genaderd. Zo'n afstand is peanuts voor een wolf. Jonge wolven op zoek naar nieuw leefgebied kunnen makkelijk honderden kilometers afleggen. Obstakels als snelwegen vormen daarbij geen belemmering. Hij komt dus zeker, denken de experts. De vraag is meer of-ie ook blijft.
Wordt de wolf een blijvertje?
Daarover verschillen de meningen. De kans op vestiging is volgens Groot-Bruinderink 'heel erg klein'. Voor vestiging van een roedel heb je een mannetje en een vrouwtje nodig. Die moeten dan ook nog eens zo lang overleven dat ze jongen kunnen voortbrengen. Dat gaat volgens hem in ons land niet snel lukken. Het is hier gewoon te druk. Maar als hij dan toch blijft, komen volgens Groot Bruinderink eigenlijk alleen de grensgebieden van Groningen, Drenthe en Limburg in aanmerking. Modelberekeningen die masterstudente Astrid Potiek deed onder leiding van Wieger Wamelink en Frank Langevelde laten evenwel zien dat de wolf mogelijk wel een blijvertje is.
Hoeveel wolven kan Nederland aan?
Dat ligt er aan hoe je daar naar kijkt. Een roedel wolven van zeven stuks heeft minimaal een aaneengesloten leefgebied nodig van 125 vierkante kilometer. Op basis daarvan is volgens onderzoek van Alterra (Potential for Grey wolfs in the Netherlands) in Nederland plek voor maximaal liefst 300 wolven. En dat is buiten onze ecoducten gerekend. 'Als je die ook nog meeneemt -de twintig die er al zijn plus de twintig die er nog komen- gaat het zelfs om 450 wolven', zegt onderzoeker Wieger Wamelink. 'Maar dat aantal zal in de praktijk nooit worden gehaald', voegt hij er geruststellend aan toe. 'Met populatie-dynamische modellen komen we uit op een stabiel aantal van vijftig wolven.' Collega Groot Bruinderink heeft evenwel niet zoveel op met dergelijke berekeningen. 'Ik durf absoluut geen uitspraken te doen over aantallen. Het hangt van teveel onzekerheden af. De toepasbaarheid van dit soort modellen is gering. Laat de wolf het zelf maar uitmaken. Ik zou ook niet uitgaan van aantallen maar van roedels, bijvoorbeeld eentje in het noorden van het land, een op de Veluwe en een in Limburg.'
Is de wolf gevaarlijk?
De kans dat u of ik zomaar een wolf tegen het lijf lopen, als ze eenmaal in ons land zijn, is vrijwel nihil. Wolven zijn schuwe dieren. En dat moet volgens Groot Bruinderink vooral zo blijven. 'Je moet ze vooral niet de kans geven om hun schuwheid af te werpen. Op de Veluwe zie je dat dat met wilde zwijnen gebeurt. Ze wennen aan menselijk gedrag, worden minder schuw, en dan kan het gevaarlijk worden. Habituatie noemen we dat. De mens en de wolf moeten vooral uit elkaars buurt blijven.'
Hoe herken ik een wolf, als ik er eentje tegenkom?
Wolven lijken op grote honden. Hun romp is evenwel langer, de poten ook en de kop is groter. Het voorhoofd is breder en de oren zijn relatief kort. Bovendien staan de ogen iets schuin. Toch is het volgens de kenners knap lastig om een wolf van een grote hond te onderscheiden. De afgelopen jaren zijn diverse meldingen gedaan van wolven in ons land. De laatste is van de Wageningse promovendus Lennart Suselbeek, die in december vorig jaar dacht twee wolven te spotten in het bos tussen Ede en Wolf(!)heze. Bewijs ontbreekt.
Zijn wij bang voor de (boze) wolf?
De wolf speelt in sprookjes een kwalijke rol. Maar wie gelooft er nou in sprookjes? In 1897 werd in Limburg de laatste wolf in ons land gezien. En erg bang zijn wij inmiddels niet meer, blijkt uit een onderzoek van Intomart. Bijna de helft (45 procent) van de Nederlanders vindt dat de wolf welkom is. Een kwart is neutraal en een derde is tegen de komst van de wolf. Onder de tegenstanders bevinden zeel veel lager opgeleiden. De meeste mensen zouden graag een wolf in het wild willen zien. Slechts een derde van de mensen vindt dat (heel) eng. Met het Roodkapje-syndroom blijkt het dus wel mee te vallen.
Wat eet een wolf?
De eerste wolven in ons land zullen het vooral op onze schapen hebben gemunt. 'Easy food', noemt Groot Bruinderink het. 'De voorposten van een nieuwe populatie richten zich vooral op de makkelijke prooi. Overal waar grote predatoren voor het eerst opduiken, blijkt dat ze eerst belangstelling hebben voor schapen. Pas daarna gaan ze over op hoefdieren als reeën en wilde zwijnen.' Een wolf is bovendien een praktisch ingesteld dier. Hij past zich aan, aan wat de pot schaft.
Hoeveel eet een wolf eigenlijk?
Een volwassen wolf eet per jaar 35 tot 45 reeën en 50 tot 80 wilde zwijnen. Daar is Obelix niks bij. Dat kan onze Nederlandse natuur overigens prima hebben. Op basis van de vuistregel van één wolf per honderd hoefdieren zou volgens Groot Bruinderink de Veluwe 120 wolven kunnen herbergen. Eten is dus niet de beperkende factor.
Hoe moeten we ons voorbereiden op de wolf?
De wolf moet op de lijst met beschermde soorten worden geplaatst, adviseert Groot Bruinderink aan de Tweede Kamer. Daarnaast is een wolvenplan nodig waarin zaken worden geregeld als een goede schaderegeling, de opbouw van expertise en publieksvoorlichting. De eerste wolf die zich hier vestigt krijgt zeker een zendertje om. Zo kunnen wetenschappers nauwkeurig volgen waar het beest uithangt. Openheid is volgens Groot Bruinderink essentieel. Hij wil daarom een wolven-ombudsman, een onafhankelijke vraagbaak voor alles wat met wolven te maken heeft.
Zit de Nederlandse natuur te wachten op de wolf?
'Wat wij missen in Nederland is een toppredator', zegt Wamelink. 'De wolf kan dat zijn. Ik denk dat de natuur zich dan heel anders gaat ontwikkelen. Wolven zorgen er bijvoorbeeld voor dat grote grazers heel ander gedrag gaan vertonen. Zwijnen en reeën zullen zich niet zomaar meer in het open veld vertonen. Het graasgedrag wordt anders. Er komt daardoor meer variatie in vegetatie. De wolf kan voor een nieuw ecologisch evenwicht zorgen. Ik zie de wolf daardoor veel meer als kans dan als probleem.' Het wordt er allemaal wel een stuk spannender van, blikt Groot Bruinderink vooruit. 'De komst van de wolf zou natuurlijk een kroon op het werk van de natuurbescherming zijn. Je ecosysteem wordt er completer van.' Maar noem het geen natuurlijk evenwicht, vindt hij. De mens bepaalt immers in hoeverre hij samen wil leven met de wolf. 'Het zal altijd een afgeleide zijn van een natuurlijk evenwicht. Het is meer een maatschappelijk evenwicht.' 

Re:ageer