Wetenschap - 1 januari 1970

Participatief milieubeleid blijkt dode mus

Milieuorganisaties willen graag een vinger in de pap hebben als er nieuw beleid wordt gemaakt voor landelijk gebied. Maar deelname aan gebiedscommissies loopt vaak op een teleurstelling uit. Daarom kunnen de clubs beter níet meedoen en hun energie steken in educatie en projecten, zegt onderzoekster dr Froukje Boonstra van Alterra.

De Wijde Biesbosch is een landelijk gebied in West Brabant, en omvat onder meer het natuurgebied de Biesbosch. De afgelopen jaren hebben provincie, gemeenten, waterschappen en landbouworganisaties overlegd over de inrichting van het gebied. Ook vertegenwoordigers van de Brabantse Milieufederatie en lokale milieuorganisaties probeerden invloed te hebben op dat zogenaamde geïntegreerd gebiedsgerichte beleid.
Maar de organisaties zijn ontevreden. Niet alleen rond de Biesbosch, ook elders in het land in gelijksoortige beleidsprocessen. Ze hebben vaak te maken met goed georganiseerde bedrijven of landbouwbelangen en missen zelf, als relatief kleine organisaties met weinig geld, de capaciteit, vaardigheden en competenties om daar iets tegenin te brengen. De stichting Natuur en Milieu, koepelorganisatie van de provinciale milieufederaties, vroeg aan Alterra en het Landbouw Economisch Instituut of daar iets aan te doen valt.
De groene organisaties moeten zich van te voren afvragen of ze wel deel willen nemen aan het gebiedsgerichte planproces, concludeert Froukje Boonstra. Het kost veel tijd en energie, en het resultaat is vaak mager. Soms kan het handiger zijn de behartiging van het groene belang over te laten aan kapitaalkrachtiger terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer. In de uitvoering van het beleid kunnen milieufederaties en de lokale groene groepen dan wel weer invloed hebben. Bijvoorbeeld door projecten voor milieueducatie, biologische landbouw of landschapsbeheer.
Kiezen ze wel voor bemoeienis met de plannenmakerij, dan moeten ze strategischer optreden. Ze moeten dan beter onderling overleggen over hun doelen, prioriteiten en aanpak en beter leren onderhandelen om die te bereiken.
Karin de Feijter van Natuur en Milieu onderschrijft dat het belangrijk is dat milieufederaties bewust kiezen voor het gebiedsgerichte beleidsproces. De stichting gaat cursussen over onderhandelen organiseren voor mensen van de milieufederaties. / JT

Re:ageer