Wetenschap - 1 januari 1970

Participatie is meer dan ‘zaaltje vol mensen’

‘Tien keer liever een goed geïnformeerde beleidsmedewerker dan een zaaltje met vijftig mensen die inspreken zonder dat er iets mee gebeurt.’ Zo vat socioloog dr. Hans Dagevos zijn visie samen over burgerparticipatie na een onderzoek onder beleidsmedewerkers op Nederlandse ministeries.

Samen met collega’s van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) interviewde hij 21 beleidsmedewerkers bij LNV en zeven andere ministeries. Onderwerp was hoe burgers en consumenten meer betrokken kunnen worden bij het maken van beleid. Dagevos: ‘Dat begint bij het informeren van mensen, en dat is soms al heel lastig. Maar alle geïnterviewden gaven aan dat ze vinden dat burgerparticipatie verder moet gaan dan informeren alleen. Velen zeiden het vooral belangrijk te vinden dat ze zelf goed geïnformeerd zijn over wat er speelt in de samenleving, zodat ze dat mee kunnen nemen in het beleid dat ze maken.’ Echt burgers laten meepraten door mensen in Den Haag uit te nodigen zagen de meesten niet zitten, al wilden sommigen dat wel. De meesten vonden die directe inspraak op lokaal niveau thuishoren.
Er werd ook gezegd dat burgers vertegenwoordigd worden door het parlement, dat op zijn beurt ministers en ambtenaren aanstuurt. ‘Maar dat mag geen reden zijn voor beleidsmedewerkers om het daar dan maar bij te laten en zelf niet meer te luisteren’, zegt Dagevos. Hij vindt het vooral belangrijk dat beleidsmedewerkers zich goed informeren over alle perspectieven die er in de samenleving op hun beleidsterrein leven. Door zelf naar debatten te gaan bijvoorbeeld. En dus hun ogen en oren open hebben en wat ze horen mee te nemen in beleid. ‘Dat heb ik tien keer liever dan een zaaltje waarin een beleidsmedewerker vijftig mensen verzamelt om vervolgens weer over te gaan tot de orde van de dag.’
Het viel Dagevos op dat de beleidsmakers bereid zijn de hand in eigen boezem te steken. ‘Er was veel animo en geestdrift onder de beleidsmedewerkers om zelf werk te maken van burgerparticipatie. En ook denkkracht en uithoudingsvermogen. Het probleem is dat de beleidscultuur er nog niet naar is. Er is een cultuuromslag nodig, en zo wordt dat ook door medewerkers gezien. Van onderaf wordt daar aan gewerkt, maar ook de top van ministeries kan veel invloed hebben. De actieve rol die bijvoorbeeld de minister van LNV en secretaris generaal Chris Kalden op zich nemen maakt dat ze medewerkers ook kunnen aanspreken op hun inspanning voor burgerparticipatie, en de resultaten daarvan.’ / JT

Consumentenbeleid dat op de toekomst is voorbereid; bespiegelingen van betrokkenen. Rapport 7.06.03 LEI, Den Haag. Hans Dagevos, Sandra van der Kroon, Elvi van Wijk- Jansen.

Re:ageer