Wetenschap - 3 november 2015

Panda’s krijgen steun van wetenschappers

tekst:
Koen Guiking

De panda’s die naar Ouwehands Dierenpark komen, leveren ook werk op voor Wageningse wetenschappers.

Martien Groenen, bekend van het sequensen van het genoom van kippen en varkens, zal helpen bij de genetisch analyse van de reuzenpanda’s die naar Ouwehands komen. Hiermee kan het beheer van de pandapopulatie worden verbeterd. Arjen Wals, hoogleraar Sociaal leren & duurzame ontwikkeling, gaat meewerken aan een educatieprogramma over het belang van biodiversiteit.

‘De panda’s trekken straks waarschijnlijk vele schoolklassen en gezinnen naar de dierentuin’, weet Wals. ‘Dat is een uitgelezen kans om mensen te laten ontdekken hoe onze leefstijl raakt aan het verdwijnen van het habitat van de panda, en vele andere soorten. Het delven van de grondstoffen die wij in onze mobiele telefoontjes hebben, heeft invloed op de biodiversiteit in de wereld. Met het ontwikkelen van panda-educatieprogramma’s voor verschillende doelgroepen en het onderzoeken van de effectiviteit daarvan, willen wij dat bewustzijn ontwikkelen en tegelijk handelsperspectieven aandragen.’ Aangeven dat mensen ook daadwerkelijk iets kunnen doen om de afname van de biodiversiteit te verminderen is essentieel, zegt Wals. ‘Als educatie over complexe vraagstukken als biodiversiteit stopt bij begrip en bewustwording en het mensen niet uitdaagt om er in hun dagelijkse leven iets aan te doen, dan leidt dat tot apathie en machteloosheid, precies wat je niet wilt.’

Met panda-educatieprogramma’s willen wij bewustzijn over het belang van biodiversiteit ontwikkelen en tegelijk handelsperspectieven aandragen.
Arjen Wals

Groenen kan op basis van genetisch onderzoek advies geven over welke dieren men met elkaar zou moeten kruisen om een gezonde populatie te behouden. Al wil hij dat zelf nog niet zo hard stellen. ‘Het plan is nog helemaal niet gemaakt’, benadrukt Groenen. ‘Eerst moeten we kijken welke informatie er al is over panda’s, daarna kunnen we werken aan een onderzoeksvoorstel.’ Van de bedreigde diersoort weet Groenen nog niet heel veel, maar hij heeft wel eerder de genetische informatie van andere landbouwdieren én van wilde soorten in kaart gebracht. Bij het Filipijnse Visaya wrattenzwijn is op basis van die informatie bekeken wat de beste managementstrategie is voor gezond nageslacht en dus de instandhouding van de soort.

Dankzij DNA-onderzoek kan enerzijds inteelt voorkomen worden, waardoor de diversiteit die er is zo veel mogelijk behouden wordt. Anderzijds kan uit analyses ook blijken dat een afwijkende variatie in het DNA waarschijnlijk eerder nadelig is voor de soort dan voordelig, legt Groenen uit.

Met alleen informatie over het genenpakket van die twee panda’s die naar Rhenen komen, kan Groenen straks natuurlijk niks. Daarom wil hij samenwerken met andere onderzoekers, zoals Oliver Ryder van de San Diego Zoo, met wie hij eerder het onderzoek aan het Vasaya wrattenzwijn publiceerde. Ook wordt er nauw samengewerkt met de European Association of Zoos and Aquaria. Groenen wil de genetische kaart van panda’s bovendien vergelijken met soorten waar veel meer informatie over is, zoals ijsberen, bruine beren en mensen. ‘Van bepaalde zoogdieren, zoals de mens, weten we waar variatie in de DNA-sequentie wordt getolereerd en waar variatie minder gunstig is. Als op zo’n minder gunstige plek een afwijkende variatie wordt gevonden, dan is de kans vrij groot dat dit nadelig is’, legt Groenen uit.

Begin december hebben Arjen Wals, Martien Groenen en ook Johan van Arendonk overleg met de directeur van Ouwehands Dierenpark. Daar wordt besproken wat partijen elkaar kunnen bieden en welke andere samenwerkingsverbanden en financieringsbronnen tot de mogelijkheden behoren. Voor het volledig uitwerken van de plannen is nog even de tijd. De panda’s komen pas in het najaar van 2016 naar Nederland.


Re:ageer