Wetenschap - 8 oktober 2009

Paling in het rood

In hoog tempo verdwijnt de paling uit de Nederlandse wateren. Jonkies zijn er slechts mondjesmaat; overbevissing doet de rest, waarschuwen deskundigen al jaren. Ook de minster ziet dat nu in.

Glasaal verschanst zich in de bodem
De paling sterft uit. Daardoor verdwijnt niet alleen een unieke vis en een zeer gewaardeerde delicatesse, maar ook een stukje Nederlandse cultuur. Een Hollandse kermis zonder gerookte paling is niet compleet en ook palingstadjes als Volendam en Urk verliezen met hun eeuwenoude icoon een deel van hun identiteit.
Na vele jaren waarschuwingen van experts van IMARES in de wind te hebben geslagen, onderneemt de politiek actie. Op 10 september loodste de minister van LNV, Gerda Verburg, een vangstverbod tot en met november door de Tweede Kamer, als laatste redmiddel voor de paling. Dit tot ergernis van de vissers, wier alternatieve plan om ruim 150 ton voortplantingsrijpe paling een handje te helpen door ze over de dijk in zee zetten, hiermee van tafel werd geveegd. 
De geleidelijke achteruitgang van de paling begon meer dan een halve eeuw geleden, maar werd niet direct opgemerkt. Al was het maar doordat het leven van de vis altijd met mysterie is omgeven en zich deels buiten ons zicht voltrekt. De paling brengt weliswaar het grootste deel van zijn leven door in de kust- en binnenwateren, maar trekt ver weg naar de open oceaan om zich voort te planten, waarna de dieren sterven. De jonge palinkjes laten zich met zeestromen weer naar onze kustwateren meevoeren, waar ze als zogeheten glasaaltjes de binnenwateren in trekken.
Noodklok
Toen in de jaren tachtig de intrek van glasaal vanuit zee plotseling kelderde, werd duidelijk dat er iets grondig mis was met de paling. En het werd niet beter, integendeel. Onderzoekers van IMARES, instituut voor kust- en zee-onderzoek hebben in rapporten en presentaties jarenlang de noodklok geluid. Tevergeefs, want noch de politiek noch de visserij wilde luisteren. Maar, zoals IMARES-onderzoekers in een van de rapporten stellen: 'de wal zal vroeg of laat het schip keren'. Helaas lijken ze gelijk te krijgen.
De betrokken onderzoekers van IMARES willen momenteel geen commentaar geven,  maar op basis van hun rapporten blijkt dat vergeleken met z'n zestig jaar geleden de palingpopulatie met driekwart is afgenomen. Er is op dit moment weinig kans op herstel want het aantal glasaaltjes wat Nederland binnentrekt, ligt ook op een dieptepunt: slechts één procent van het niveau van voor de jaren tachtig. Daarnaast komt ook in Zuid-Europa, waar zo'n vijfennegentig procent van de Europese paling de rivieren optrekt, nauwelijks meer glasaal binnen.
Palingsoep
De dramatische achteruitgang van de paling in Europa is voor experts een mysterie en reden tot speculatie. De meeste wetenschappers denken dat een combinatie van factoren de paling langzaam de nek omdraaien. De visserij is niet de enige schuldige. Gemalen, stuwdammen en stuwen vormen barrières, of trekkende dieren worden er tot tot palingsoep vermalen.
Daarnaast kunnen virussen, parasieten en ook verontreiniging met dioxines en PCB's een rol spelen. Chemische  milieuverontreinigingen hopen zich op in het vet van de dieren. Als de trek naar de paaigronden begint, worden de vetreserves aangesproken, waardoor de opgeslagen chemicaliën vrijkomen. Die kunnen tal van (hormonale) processen in het lichaam ontregelen. Schommelingen in het klimaat en veranderingen in oceaanstromingen zouden de paling eveneens kunnen treffen.
Volgens Carel Drijver, hoofd Programma Oceanen en Kusten van het Wereld Natuur Fonds komt de vrije val van de paling voor een groot deel op het conto van de visserij. Overbevissing van de paling in de binnenwateren, maar ook de glasaalvisserij in Frankrijk en Spanje speelt volgens hem een belangrijke rol. Meer dan vijfennegentig procent van de jonge glasaaltjes komt in die landen terecht, waar ze massaal worden opgevist en tot delicatessen verwerkt of verkocht  aan palingkwekerijen onder meer in Nederland. Nederlandse kwekerijen zijn dan ook een belangrijke motor achter de glasaalvisserij.
Schieraal
Drijver vindt dat er snel maatregelen moeten komen, anders is de soort ten dode opgeschreven. Die boodschap is doorgedrongen bij de politiek. Minister Verburg heeft  besloten de palingvangst dit jaar in oktober en november te sluiten. Per 2010 gebeurt dat van september tot en met november. Juist in die periode trekken volwassen dieren,  zogeheten schieraal, vanuit de binnenwateren naar zee. Door het visserijverbod zou dus meer paling naar de paaigronden kunnen trekken.
Drijver is blij met de maatregel, maar wil uiteindelijk toe naar een algeheel vangstverbod. 'Zeventig procent van de palingsterfte in Nederland, zo'n 900 ton, komt volgens een IMARES-rapport op rekening van de beroepsvissers', zegt hij. 'Willen we de paling redden dan is zo'n vangstverbod het meest effectief en uiteindelijk zal de visserij helemaal gesloten moeten worden.' Drijver is bang dat zelfs met dergelijke harde maatregelen het herstel van de soort decennia zal duren doordat er veel te lang is doorgevist op het kwijnende palingbestand: 'De politiek is tien jaar te laat met een goed bestandsbeheer.'
Ongelijke behandeling
Johan Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Visserbond, onderkent dat de paling er slecht aan toe is en dat het rijkelijk laat is om maatregelen te treffen: 'Helaas lag de patiënt al veel te lang op de intensive care.' Toch zijn de beroepsvissers ongelukkig met het voorstel van de minister. Nooitgedagt is vooral ontevreden over de rol van Brussel in het palingdrama. 'Ik denk dat het veel beter was geweest als iedereen in Europa enkele jaren helemaal geen aal, en dus ook geen glasaal, meer had mogen vangen. Als je een kerel bent, durf je dat hardop te zeggen en als beleid door te voeren. Iedereen treft dan hetzelfde lot.'
Nooitgedagt had liever een goede saneringsregeling gezien, waarbij vissers worden uitgekocht.  Daarnaast vindt hij dat de Raad van visserijministers nooit akkoord had mogen gaan met zo'n ingrijpende maatregel zonder een sociaal plan voor de vissers. Nooitgedagt is er niet van overtuigd dat vissers in andere EU landen dezelfde behandeling krijgen. 'De Nederlandse vissers zijn het slachtoffer van een wel heel ongelijke behandeling.' Ook vindt hij het niet uit te leggen dat de glasaalvisserij in Zuid Europa gewoon doorgaat.
Drijver van het WNF onderkent dat de buitensporige glasaalvangst een groot probleem is. Ook die tak van de visserij moet per direct stoppen, vindt hij, maar van ongelijke behandeling van de Nederlandse vissers is volgens hem geen sprake. 'Ierland is al helemaal gestopt met de palingvangst, terwijl Noorwegen, Schotland, Duitsland en Denemarken de visserij hebben beperkt of plannen hebben voor verdere vangstbeperkingen op korte termijn.' Het voorgestelde alternatief van de vissers, 157 ton trekkende paling over de dijk in zee zetten, is met het vangstverbod ook van de baan. De International Council for the Exploration of the Sea ICES beoordeelde deze stap als 'onvoldoende'. 'Terecht', stelt Drijver. 'Ten eerste weten we niet eens of die paling het überhaupt wel redt. Daarnaast is die 157 ton peanuts vergeleken met de 4.000 tot 6.000 ton volwassen paling die jaarlijks in Nederland nodig is voor het herstel van de soort.'
Ontsnappen
Omdat de oorzaak van de dramatische achteruitgang van de paling deels onbegrepen is, is er ook geen garantie dat de genomen maatregelen de stand uiteindelijk zullen opkrikken. Om de kans op herstel zo groot mogelijk te maken, moet er op meerdere fronten tegelijk actie worden ondernomen, vinden onderzoekers van IMARES en van de onderzoeksbureaus Vivion en VisAdvies. Ten eerste dient het leefgebied van de paling te worden verbeterd: minder natuurlijke vijanden en concurrenten, en schoner water. Daarnaast moet er voldoende glasaal kunnen binnentrekken, terwijl het aantal dieren dat naar de paaigronden trekt omhoog moet.
Volgens een IMARES-rapport dient er, om een duurzame visserij te garanderen, vijftien maal zoveel volwassen aal naar zee te ontsnappen als de vierhonderd ton die het nu redt. Minder vissen is dan ook onontkoombaar. Een vangstverbod alleen is echter niet voldoende en kan zelfs contraproductief werken: als de palingvisserij stopt, is er geen enkele politieke motivatie meer om de soort te beschermen. Een vangstbeperking is daarom zinniger dan een totaal verbod, vinden sommige onderzoekers. Daarnaast zul je trekkende volwassen dieren, maar ook binnentrekkende glasaal, een veilige weg langs sluizen, gemalen en stuwen moeten aanbieden.
Voor de palingvissers is er desondanks hoop. Zelfs met een compleet vangstverbod ziet Drijver een belangrijke rol voor deze kwijnende beroepsgroep. 'De kennis van de beroepsvissers mag niet verloren gaan', stelt hij. 'Het WNF wil graag dat overheden en terreinbeheerders met de palingvissers samenwerken bij herstelprogramma's voor de paling. De vissers kunnen dan een rol spelen in het beheer van de binnenwateren.'   
Kader: Paaimysterie
De palingtrek is in een waas van geheimzinnigheid gehuld. Niemand weet zeker waar de dieren voor hun voortplanting naar toe gaan. Aangenomen wordt dat de Europese en Amerikaanse palingen als ze tussen de tien en twintig jaar oud zijn vanuit het zoete water naar de Sargassozee trekken. De dieren zwemmen zo'n vijfduizend kilometer zonder te eten. De trek kost een half jaar en de vissen teren dan op hun overvloedige vetreserve. Hard bewijs voor het Sargassozee-scenario ontbreekt; nooit zijn hier volwassen palingen of eitjes aangetroffen, alleen palinglarfjes.
Van de Japanse paling is onlangs een tipje van de sluier opgelicht. De dieren blijken massaal te paren op de top van enkele onderzeese bergen bij de Mariana Eilanden, ten oosten van de Filipijnen.
Kader: Moeizame kweek
Naast onduidelijkheid wáár de paling het uiteindelijk doet is het ook een mysterie hóe de paling het doet. Het dier plant zich namelijk niet in gevangenschap voort. Daarom is de palingkweek nog voor honderd procent afhankelijk van in het wild gevangen glasaal. Meer dan de helft van de totale glasaal-aanwas verdwijnt in palingkwekerijen. Johan Verreth van de leerstoelgroep Aquacultuur en visserij is betrokken bij een EU-project om het mysterie rond de voortplanting op te helderen. Wageningen zal zich richten op verbeterde voeding voor de moederdieren, om zo te komen tot vitale en krachtige jongen. 'Probleem bij de paling is dat de rijping van de eitjes buitengewoon langzaam verloopt', licht Verreth toe. 'In Japan zijn onderzoekers erin geslaagd de Japanse paling zich mondjesmaat voort te laten planten, door de dieren wekelijks hormooninjecties toe te dienen. Dit geeft erg veel stress, maar er is nog geen alternatief.'      

Re:ageer