Wetenschap - 5 oktober 2006

Paling glibbert langs dioxineregels

Een vijfde van de Nederlandse wilde paling die het Rikilt zes jaar geleden onderzocht, bevat volgens nieuwe Europese normen teveel dioxines en dioxineachtige stoffen. ‘Gelukkig is bijna alle paling in de winkels gekweekt’, aldus toxicoloog dr. Ron Hoogenboom. Van de kweekpaling in de studie zit tien procent boven de nieuwe norm.
Het onderzoek van Hoogenboom, dat verschijnt in Molecular Nutrition & Food Research, is opnieuw actueel geworden door de nieuwe Europese regels. ‘Vanaf 4 november moeten autoriteiten ook PCB’s meenemen als ze bepalen of een product niet teveel dioxineachtige stoffen bevat’, zegt Hoogenboom. ‘Daardoor wordt onze Calux-methode, die we in het onderzoek gebruiken, ineens interessanter.’
Die methode bestaat bij de gratie van cellen uit de lever van een rat. Dankzij een genetische ingreep kunnen die een lichtgevend eiwit aanmaken als ze in contact komen met dioxineachtige stoffen. De methode meet dus met het zelfde gemak PCB’s en dioxines.
Dat paling veel dioxines en verwante verbindingen bevat is al langer bekend. ‘Er zijn zeventien gevaarlijke dioxines’, zegt Hoogenboom. ‘We drukken hun aanwezigheid uit in picogram TEQ per gram product. Volgens de nieuwe regels moeten we straks ook twaalf PCB’s meenemen in de TEQ-bepaling.’
De cijfers die Rikilt presenteert zijn gebaseerd op 118 monsters van wilde paling, en 35 monsters van gekweekte paling. De monsters zijn afkomstig van de Voedsel en waren autoriteit (VWA). Als je de monsters beoordeelt volgens de strengere regels die vanaf 4 november gelden, zou je daarvan enkele tientallen procenten meer moeten afkeuren dan nu gebeurt.
Hoogenboom denkt echter dat de nieuwe regels voor het grootste deel van de Nederlandse palingsector geen grote gevolgen zullen hebben. ‘Het probleem is niet overal even groot. Gekweekte paling is beduidend schoner dan wilde, en door bijvoorbeeld schoner voer te gebruiken zou de concentratie gevaarlijke stoffen verder omlaag kunnen. Wilde paling uit het IJsselmeer zit ongeveer op de norm. De meeste foute partijen komen uit het benedenstroomse gebied van de grote rivieren. Paling uit het havengebied van Rotterdam kun je beter niet te vaak eten.’
De PCB’s zijn vooral afkomstig van afgedankte apparatuur, zoals transformatoren. Hun chemische structuur lijkt op die van dioxines, stoffen die vrijkomen bij verbrandingsprocessen. Dioxines en PCB’s verstoren de hormoonhuishouding en de ontwikkeling van de hersenen. In grote hoeveelheden verhogen ze de kans op kanker.

Re:ageer