Wetenschap - 5 juni 2014

Paklijst Kabul: vier shirts en een membraanfilter

Student Zia Karimi gebruikte zijn Wageningse kennis om een waterzuiveringsinstallatie te bouwen voor een sloppenwijk in Kabul. Na jarenlange voorbereiding nadert het project zijn voltooiing: het ticket ligt klaar.

Met een koffer vol schakelaars, metertjes, kabels en drukpompen stapt Zia Karimi (29) deze maand op het vliegtuig naar Afghanistan. Eenmaal in Kabul, vertelt Karimi, wordt hij opgewacht door zijn partnerorganisatie. Die beschikt over de papieren om de douane ervan te overtuigen dat de reiziger goede intenties heeft ondanks zijn verdachte bagage. ‘Al die losse onderdelen...’ glimlacht Karimi. ‘Stel dat het een aanslag is.’

Water4Tomorrow

Wat Karimi beraamt, is allesbehalve destructief. Het materiaal dat hij meeneemt naar zijn geboorteland is bestemd voor een membraanfiltratiesysteem. Daarmee wil hij, afstuderend in Environmental Sciences aan Wageningen UR, drinkwater toegankelijk maken voor sloppenwijkbewoners in Kabul.

In 2012 voltooide hij het eerste deel van zijn project Water4Tomorrow: hij liet een waterput boren in Khaje Bughra. Dat was hard nodig want het merendeel van de tienduizend inwoners van deze arme wijk in Kabul moet kilometers lopen om aan schoon drinkwater te komen. Jaarlijks sterven honderden kinderen in Khaje Bughra door ziektes die gerelateerd zijn aan slecht of te weinig drinkwater. Ook de dagelijkse gang naar een verafgelegen watervoorraad, vaak een klusje voor de kinderen, eist slachtoffers door het onberekenbare Afghaanse verkeer.

De waterput van Karimi voorziet nu zo’n duizend man van water om mee te wassen en te baden. Alleen drinken kan nog niet. Het water uit de bron bevat te veel opgeloste mineralen die het ongeschikt maken voor consumptie.

Om het drinkbaar te maken, keert Karimi deze lente terug naar Afghanistan. Met alle onderdelen van zijn in Kabul te bouwen zuiveringsinstallatie – ter grootte van een IKEA-keuken – onder de arm. Die buizen? ‘Die kunnen misschien in een koker.’ En de kosten voor extra bagage? ‘Ik neem wel wat minder kleding mee. Vier T-shirts ofzo.’

Talibantijd

Karimi is geboren en opgegroeid in Kabul: ‘Ik ben er naar school geweest en heb er de moeilijkheden in de Talibantijd meegemaakt. Een deel van mijn familie woont er nog.’ Op zijn achttiende emigreerde hij met zijn moeder, broertje en zussen naar Nederland. Zijn vader werkte toen al een paar jaar in Leeuwarden. ‘Eenmaal in Nederland kon ik me concentreren op mijn opleiding. Het resultaat mag er zijn’, aldus Karimi. ‘Ik wil mensen helpen die het minder hebben. Ik voel me meer Nederlander dan Afghaan, maar mijn kennis van de Afghaanse taal en cultuur komt bij dit project van pas.’

Met behulp van Mawlana Foundation, Karimi’s in Kabul gevestigde partnerorganisatie, wist de projectleider het vertrouwen van de autoriteiten en sloppenwijkbewoners te winnen. ‘Tenzij je zo’n grote naam hebt als UNICEF word je niet direct met open armen ontvangen’, zegt Karimi. ‘Het heeft me nogal moeite gekost om bij de juiste mensen terecht te komen.’ Via een lokale organisatie ging dat gemakkelijker. Uiteindelijk kreeg hij zelfs hulp van  het Afghaanse ministerie van Water en Energievoorziening.

In Kabul bleef Karimi zelf voor zijn waterproject zoveel mogelijk op de achtergrond. ‘Ik wil dat dit project wordt gezien als iets wat de bevolking zelf heeft opgezet. Zodat ook anderen het gevoel krijgen dat ze zelf iets kunnen betekenen voor een ander, in plaats van steeds op anderen te rekenen. ‘ De stroomkabel die nodig was voor de watervoorziening hebben de inwoners van de sloppenwijk zelf met succes bij de overheid aangevraagd. Karimi, stralend: ‘Ik heb mensen zien bidden van dankbaarheid. En ik heb ze van hun luie stoel zien komen. Dat geeft een goed gevoel.’

Zelfgemaakt

Deze maand vertrekt Karimi naar Kabul met zijn apparatuur. Het technische ontwerp is gebaseerd op een zuiveringssysteem dat Leo Groendijk, oud-docent van Karimi op Hogeschool VHL in Leeuwarden, in Haïti heeft opgezet.  Onder begeleiding van Groendijk schreef Karimi een paar jaar geleden zijn projectplan. Met de hulp van Stichting Fardá vond hij genoeg geldschieters om in Kabul de waterput te boren. Voor de volgende stap, de zuiverings­installatie, ontbrak de toen benodigde twintigduizend euro. Inmiddels kan Karimi de installatie voor een kwart van het geld realiseren. Hij hoeft het apparaat niet voor een hoge prijs van een bedrijf te kopen, maar kan hem, met de kennis die hij opdeed aan de sectie Milieutechnologie (ETE) aan de WUR, zelf bouwen. Nadat Karimi zijn filtratiesysteem in Kabul in elkaar heeft gesleuteld, worden drie mensen opgeleid om het apparaat te onderhouden.

Als het aan de Wageningse student ligt, komen in Kabul dertien filtratiesystemen die zo’n dertigduizend mensen van drinkwater voorzien. Uiteindelijk wil hij daarnaast ook een waterschool in Kabul oprichten. Daarbij hoopt hij op de steun van Wageningen UR: ‘Ik ben bezig met een concept van hoe ik dat voor me zie. Als student heb ik nu een zwakke onderhandelingspositie, maar ik doe mijn best.’ Daarnaast moet Karimi zijn thesis schrijven en stagelopen. Is daar nog wel tijd voor? Lachend: ‘Na mijn terugkeer uit Kabul is afstuderen prioriteit. Eerst dat diploma halen; de rest komt later wel.’



Reverse osmosis

Het grondwater in Kabul bevat teveel calciumcarbonaat, sulfaat en fluoride. Om het drinkbaar te maken past Karimi reverse osmosis (RO), membraanfiltratie, toe.

Hierbij wordt het water onder hoge druk door een zeef met miniscule gaatjes geduwd. De gaatjes zijn zo klein dat alleen watermoleculen worden doorgelaten. Om kalkafzetting op het membraan te voorkomen wordt anti-scalant toegevoegd. Ook worden voorfilters gebruikt om het RO-filter tegen ruwe deeltjes te beschermen.

Betrokken organisaties

Water4Tomorrow wordt gefinancierd door Cordaid, Aqua for All, Wetsus, Stichting Fardá en Stichting Water for Everyone. Ondersteunende organisaties zijn Mawlana Foundation en Wageningen UR.


Re:ageer