Wetenschap - 13 juli 2011

Paarden fokken zonder gewrichtsproblemen

Veel spring- en dressuurpaarden kampen met gewrichtsproblemen. Door selectie via de nakomelingen en DNA-informatie van hengsten kan de aandoening fors afnemen, blijkt uit Wagenings onderzoek.

Als het kraakbeen in de gewrichten van paarden niet goed verbeent, ontstaat osteochondrose (ook wel bekend als OC). De aandoening kan leiden tot gezwollen gewrichten, beschadiging van botweefsel en pijn bij de dieren. OC ontstaat bij veulens en na ongeveer een jaar is herstel niet meer mogelijk. Prijzige spring- en dressuurpaarden die kampen met OC, kunnen een sportieve loopbaan wel vergeten, brengen minder op of moeten een kostbare operatie ondergaan. De paardensector wil OC dus graag uitbannen via een fokkerijprogramma.
Het KWPN (Koninklijke Warmbloed Paardenstamboek Nederland), de fokkerij-organisatie voor spring- en dressuurpaarden, stelde een dataset van 811 paarden beschikbaar aan de Wageningse promovendus Ilse van Grevenhof. Die ging met behulp van röntgenfoto’s na of de paarden OC onder de leden hadden.
De fokkerij-organisatie selecteert via de hengsten. Die worden uitgebreid beoordeeld op uiterlijke kenmerken, zoals hun sportprestaties en OC. ‘Voor het bepalen van de erfelijke aanleg voor OC is die beoordeling niet zo betrouwbaar’, zegt Van Grevenhof. ‘De hengst kan een genetische aanleg hebben voor OC, maar onder gunstige omstandigheden zijn opgegroeid. Want naast erfelijke aanleg beïnvloeden ook omgevingsfactoren als het voer en de stalvloer of OC zich openbaart. Een hengst kan geen zichtbare symptomen hebben van OC, maar de aandoening toch genetisch doorgeven.’
Daarom beoordeelde ze de röntgenfoto’s van 25 nakomelingen per hengst. Daarbij zag ze grote verschillen in de aanwezigheid van OC tussen veulentjes van de verschillende hengsten. Aan de hand daarvan kon ze de erfelijke aanleg voor de aandoening uitrekenen. Die bedraagt 23 procent. ‘Dat is best veel’, zegt Van Grevenhof. ‘De erfelijke aanleg van paarden voor dressuur bedraagt 15 procent en op dat kenmerk wordt al veel gefokt.’
Van Grevenhof weet niet welke genen van het paard gerelateerd zijn aan OC, maar dat is ook niet nodig. Door van meerdere hengsten 60.000 DNA-merkers te identificeren en die af te zetten tegen de aanwezigheid van OC bij de nakomelingen, is de genetische aanleg van de hengst voor OC via zijn bloed te bepalen. Wil deze genomische selectie slagen, dan heeft ze echter wel de gegevens van enkele duizenden paarden nodig. Zoveel gegevens zijn er nu nog niet, maar over enkele jaren wel.

Re:ageer