Organisatie - 16 april 2009

PROEFBEDRIJF WORDT ONDERZOEKSCENTRUM

De Animal Sciences Group heeft negen proefboerderijen verspreid over Nederland – zes op het gebied van melkveehouderij, twee varkensbedrijven en een pluimveebedrijf. Of die over een jaar nog in deze vorm bestaan en bij Wageningen UR horen, is de vraag. Directeur Martin Scholten wil alleen praktijkcentra als die deel uitmaken van een uitdagend onderzoeksprogramma.

De Comfort Class-stal in Raalte.
ASG werkt aan een masterplan voor de praktijkcentra dat in mei gereed moet zijn. Zijn voorgangers pleegden overleg te voeren met landbouworganisaties om de exploitatie van de boerderijen kostendekkend te krijgen, maar Scholten doet dat niet. ‘Ik onderhandel niet met LTO over geld, ik wil eerst praten over een meerjarig onderzoeksprogramma. We zijn geen boer, we zijn een kennisorganisatie.’
Dieren houden kost een heleboel geld, zeker als je nieuwe systemen en stallen ontwikkelt en uitprobeert. Daar moeten dus flinke inkomsten tegenover staan. Op dit moment draaien de praktijkcentra verlies. ‘Door de lage melkprijs zijn de inkomsten van de proefboerderijen omlaag gegaan. Dat kost ons net zoveel als acht onderzoekers. We moeten dus wat. De centra saneren is niet mijn eerste gedachte, ik wil de kennisfunctie versterken.’
Als directeur van Wageningen Imares heeft Scholten de afgelopen jaren met succes het Wageningse onderzoek in de regio’s Zeeland en Noord-Holland verankerd. ‘Voor Imares is het zeer lonend om in Zeeland en de kop van Noord-Holland te zitten; daar bedienen we nu bredere markten. Met de Zeeuwse schelpdiersector heb ik het Centrum voor Schelpdieronderzoek willen omvormen tot een Schelpdier Innovatiecentrum in Yerseke. Dat is het niet geworden, maar we hebben het onderzoek nu wel verbreed met Zeeuwse Tong, een nationaal onderzoeksprogramma op gebied van aquacultuur. Yerseke is bovendien de voorpost van Wageningen UR geworden op het gebied van klimaatbestendige kustzones, waarbij we breed inzetten op gebiedsontwikkeling, met deelname van Plant Research International, AFSG en Alterra. Imares is de huisbaas.’

LANDBOUWCAMPUS
Met dezelfde filosofie kijkt Scholten nu naar de praktijkcentra. ‘Ik wil per praktijkcentrum kijken of we de sectorale boerderij kunnen omvormen naar een regionaal of zelfs nationaal onderzoekscentrum op een bepaald thema van Wageningen UR.’
Een interessante kandidaat is melkveeproefbedrijf Nij Bosma Zathe nabij Leeuwarden, dat onder de noemer Dairy Valley met partners als LTO Noord, de provincie Friesland en hogeschool Van Hall Larenstein een programma ontwikkelt voor melkvee-onderzoek. ‘Ik zou willen dat ook het ministerie van LNV, het Productschap Zuivel, Friesland Campina en ZLTO inzetten op Dairy Valley als nationaal initiatief waar we ons internationaal vermaarde melkveehouderijonderzoek concentreren. En als iedereen het daar dan over eens is, moet ook Wageningen UR zijn melkvee-onderzoek naar Friesland verplaatsen.’
Een andere optie is dat Nij Bosma Zathe deel gaat uitmaken van een nieuwe landbouwcampus met Van Hall Larenstein en PTC+ in Leeuwarden. ‘De proefboerderij wordt dan vooral een onderwijscentrum. Dan ligt het voor de hand dat VHL de huisbaas wordt.’
In het Brabantse overlegt Wageningen UR nu met landbouworganisatie ZLTO. ‘Dat ging aanvankelijk over de nieuwbouw van de praktijkcentra in Sterksel en Cranendonk, maar ik wil eerst een gedragen onderzoeksprogramma zien. We hebben daartoe het PAK opgezet, Platform Agro Kennis, met mensen uit alle kenniseenheden en diverse ZLTO geledingen. Daarbij overleggen we voor het eerst structureel met ZLTO, de agrarische hogeschool in Den Bosch, de provincie en andere partijen over veehouderij, akker- en tuinbouw, gezond voedsel, biodiversiteit en ondernemerschap. Binnenkort zal blijken of we hiermee een regionaal of nationaal onderzoeksprogramma kunnen opzetten.’
In Zegveld, nu een proefboerderij melkveehouderij, ziet Scholten kansen voor een kenniscentrum voor gebieds- en landschapsontwikkeling in het Groene Hart, waar vooral LEI en Alterra veel onderzoek doen. ‘Wellicht is Environmental Sciences Group straks wel de huisbaas.’ Ook de centra in Heino en Raalte, nu gericht op de biologische sector, zouden kunnen verbreden naar landschaps- en regio-ontwikkeling. ‘De provincie Overijssel, nu een blinde vlek voor Wageningen UR, heeft ambities. We laten daar nu kansen liggen.’ En aangezien Overijssel qua planontwikkeling veel optrekt met Gelderland, kan dan ook de toekomst van proefbedrijf De Marke in het Gelderse Hengelo worden bekeken.

AFSTOTEN
Wat nu als daar onverhoopt geen sterke onderzoeksprogramma’s uitrollen? ‘Dan kunnen landbouworganisaties nog steeds behoefte hebben aan een proefbedrijf’, zegt Scholten. ‘Dan mogen ze de proefboerderij overnemen, want we zijn geen boer.’
De proefbedrijven zijn ontstaan in een tijd dat de grondsoort er nog toe deed. Zo heeft Wageningen UR zes melkveebedrijven, op klei, zand en veen, in weidse en kleinschalige landschappen, die destijds allemaal volgens het ‘koplopermodel’ zijn ingericht: modern, naar de laatste inzichten. Die opzet is achterhaald, zegt Scholten. ‘We zijn geen modelboeren.’ De teneur is juist dat Wageningen UR praktijkprogramma’s zoals Koeien en Kansen uitvoert met boeren, in plaats van het boerenbedrijf na te bootsen in een praktijkcentrum.
In het verleden zette Wageningen UR wel eens een proefbedrijf in de etalage om landbouworganisaties ertoe te bewegen om de tent via medefinanciering toch overeind te houden. Die tijd is voorbij, zegt Scholten. ‘Dat is wel wennen hoor: ik vraag geen subsidie, ik wil een onderzoeksprogramma ontwikkelen. Het moet meer zijn dan een regionaal feestje.’

Re:ageer